Lijmklassieker blijft succes

Ooit begonnen als hobbyfabriekje groeide Collal dankzij haar plaksel voor basisscholen uit tot een groot en gezond bedrijf. Toekomstzorgen ontbreken, maar regels uit Brussel maken de fabriekseigenaren soms horendol.

Beeld Harry Cock/de Volkskrant

Wie langs het spoor woont, hoort na verloop van tijd de trein niet meer, maar aan het geluid van de lijmpotjesvuller heeft Patrick van Rhijn nooit kunnen wennen. De 46-jarige eigenaar van lijmproducent Collall in Stadskanaal houdt kantoor naast de fabriek waar jaarlijks honderden tonnen lijm in nog veel meer potjes en tubes glijden. Het repetitieve gedreun van de vulmachine voor Collalls bekendste product, ouderwetse alleslijm, bereikt zijn bureau met gemak en haalt hem soms uit zijn concentratie. Opvallend genoeg vooral als hij het even níet hoort. 'Dan kan ik het niet laten om te kijken wat er mis is.'

Vaak valt het euvel mee: een scheef flesje of dopje is in een oogwenk verholpen. Patrick gebruikt de tijd die hij in de fabriek doorbrengt vooral om betrokken te blijven bij het productieproces. Het is de verdeling die hij met zijn vrouw Hester (46) is overeengekomen: hij houdt zich bezig met de lijm, zij doet alles eromheen. Samen runnen ze Collall, een van de grootste Nederlandse producenten van huis-, tuin- en keukenplaksel. Of nou ja, samen? 'Hij is hier de baas', lacht Hester, 'maar thuis ben ik dat.'

Collall - een samentrekking van het Franse colle voor lijm en het Engelse all voor alles - werd vlak na de Tweede Wereldoorlog opgericht en is het bekendst van de potjes lijm voor basisscholen. Bijna iedereen die in de afgelopen decennia basisonderwijs genoot, heeft een product van Collall in zijn handen gehad, stelt Patrick. De schoollijm is nog altijd de pijler van het succes van het Groningse bedrijf. 'Zelfs potjes waarop het embleem van Collall ontbreekt, zijn vaak afkomstig uit deze fabriek. Groothandels zetten er hun eigen label op.'

Ook buiten de landsgrenzen doet Collall mee. Schoolleveranciers uit heel West-Europa weten Stadskanaal te vinden. Of het nu om Duitse, Franse of Italiaanse kinderen gaat, de kans is groot dat ze bij het knutselen gebruikmaken van het Oost-Groningse plaksel. Naast schoollijm produceert Collall ook verschillende soorten verf, die op dezelfde basisscholen worden gebruikt voor het betere kunst - en kliederwerk. 'Maar in het verkopen van verf zijn we nooit zo groot geworden', zegt Patrick. 'Nog altijd is de lijmverkoop goed voor ongeveer 80 procent van onze omzet.'

Dat Collall in Stadskanaal zetelt, berust op puur toeval. Collall Chemische Fabriek, zoals het bedrijf voluit heet, werd in 1949 opgericht in Haarlem door een vriend van Hesters ouders. Die vroeg haar moeder de boekhouding te doen. 'In de beginjaren was Collall een klein fabriekje, midden in een woonwijk', vertelt Hester. 'Toen de eigenaar, een nogal excentrieke man, op leeftijd begon te raken, vroeg hij mijn ouders of zij de zaak wilden overnemen. In 1979 besloten ze dat te doen, hoewel Collall er slecht voor stond. Het bedrijf was jarenlang meer als hobby dan als onderneming gerund en een faillissement was niet ver weg.'

Tot overmaat van ramp begon de woonwijk zich na de overname te roeren. Een chemische fabriek tussen de spelende kinderen: daar waren de buren niet zo blij mee. 'Natuurlijk was dat niet ideaal', geeft Hester toe. 'Vooral niet wat betreft de brandveiligheid.' Ook om financiële redenen bleek een verhuizing onontkoombaar. Om te blijven bestaan, moest Collall groeien, maar in Haarlem was de grond onbetaalbaar. 'Op zoek naar een goedkopere locatie, crosten we daarom elk weekend met het gezin door het land.' Uiteindelijk viel in 1984 de keuze op Stadskanaal. 'Hier was destijds weinig werk te vinden. De gemeente stond te springen om een fabriekje.'

Patrick en Hester van Rhijn vonden in Stadskanaal een nieuwe locatie voor hun bedrijf. 'De gemeente stond te springen om een fabriekje.'Beeld Harry Cock/de Volkskrant

Brusselse bemoeizucht

Sindsdien is Collall hard gegroeid. Wie nu door de 2.800 vierkante meter grote fabriek loopt, kan zich niets meer voorstellen bij het lijmfabriekje in Haarlem. Arbeidskracht is ingeruild voor grote installaties die het productieproces bijna volledig voor hun rekening nemen. De alleslijm loopt, na een uurtje te hebben gesudderd in een grote ketel, automatisch via een leiding naar de andere kant van de fabriek waar het in flesjes wordt gegoten. Ook daar komt geen mensenhand aan te pas: de flesjes worden omhoog getild via een trapmechaniek, vallen vervolgens één voor één omlaag, worden door de machine in vier stappen gevuld en vervolgen hun weg op de lopende band.

Slechts voor producten met een beperkte oplage wordt af en toe een oude machine aangeslingerd en moeten de handen écht uit de mouwen worden gestoken. Een vergeeld apparaat, weggestopt in een hoekje van de fabriek, valt daarbij in het bijzonder op. De gebruikerssporen zijn zichtbaar: verharde stukken lijm bungelen als een versteende waterval onderaan de opening waaruit de lijm stroomt. 'Dit is de machine waarmee mijn moeder ooit de tubes vulde', verklaart Hester.

Ze werkt pas sinds 2010 bij Collall. Voor die tijd stond Patrick met haar zwager aan het roer. Toen die plotseling overleed, hielp Hester Collall op de rit te houden. 'Patrick zag mijn zwager als een grote broer en had het erg moeilijk met zijn dood. Ik ben toen bijgesprongen in de zaak. In eerste instantie alleen om puin te ruimen: de kasten legen en de computers opschonen.' Na enkele weken vroegen de vrouwen op kantoor haar grappend of ze haar cv niet wilde inleveren bij haar man. 'Blijkbaar liep Patrick eindelijk weer rond met een glimlach op zijn gezicht.'

Zes jaar later is Hester nog steeds werkzaam bij Collall. En voorlopig zijn er geen plannen om daar verandering in te brengen, temeer omdat de zaken goed lopen. De omzet van basisschoollijm is in de voorbije jaren iets teruggelopen door het Europese aanbestedingsbeleid waarin Collall niet altijd als goedkoopste uit de bus komt. Ook onderwijsbezuinigingen drukken de omzet, maar de lijmfabriek vangt dat op door zich ook te richten op de hobbymarkt.

Beeld VOLKSK000

Bedrijf: Collall
Waar: Stadskanaal
Sinds: 1949
Aantal werknemers: 20
Jaaromzet: bedrijfsgeheim

Toekomstzorgen ontbreken in Stadskanaal. Wel worden Patrick en Hester soms horendol van de strenge, steeds veranderende regelgeving uit Brussel. Patrick: 'Soms zijn nieuwe regels logisch, bijvoorbeeld als iets schadelijk blijkt te zijn voor de gezondheid. Maar op andere momenten vraag je je af hoe ze het kunnen verzinnen.' Zo kreeg hij laatst ineens te horen dat de toegestane hoeveelheid lood in kinderverf zou worden verlaagd tot onder het niveau dat is toegestaan in drinkwater. 'Maar wij maken de verf met datzelfde water. Hoe zou ik in godsnaam aan die regel moeten voldoen?' Hester haalt haar schouders op. 'Soms lijkt het alsof ze in Brussel 's ochtends willekeurig een laatje opentrekken, met daarin weer een nieuw regeltje.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden