Liefde voor krachtige V8 bracht General Motors aan afgrond

Toen Bob Lutz in februari van dit jaar naar de marketingafdeling van General Motors ging voor overleg over een nieuwe Cadillac die in 2011 op de markt moest komen, hadden de marketeers twee eisen.

Lutz, tweede man bij het concern, wilde juist een kleinere auto, met een zuinige motor. ‘Onmogelijk’, stelden de marketeers. ‘Elke nieuwe Cadillac hoort groter te zijn, onze klanten eisen dat.’

Verlies
Lutz’ gelijk bleek afgelopen vrijdag, toen General Motors een verlies bekendmaakte van ruim 15 miljard dollar – bijna drie keer zoveel als de beurswaarde van het concern. Klanten keren de automaker massaal de rug toe, omdat ze niet langer willen rijden in GM’s benzineslurpers. In de VS daalden de verkopen in het tweede kwartaal met eenvijfde, gevolgd door zelfs 27 procent in juli.

Het lijkt erop dat de werkelijkheid van de blijvend hoge olieprijs eerder is doorgedrongen tot het Amerikaanse publiek dan tot de marketingafdeling van het eens machtigste autoconcern ter wereld. In combinatie met de kredietcrisis heeft dat in korte tijd geleid tot een ongekende verandering in het koopgedrag van de Amerikaanse automobilist.

Het concern, dat toch al niet best draaide, moet nu alles op alles zetten om te overleven. Vorige week maakte het een herstructureringsprogramma bekend dat ertoe moet leiden dat er volgend jaar genoeg geld in kas is. Zes weken daarvoor werd de vorige reorganisatie aangekondigd.

Zuiniger
General Motors had beter moeten weten. Begin jaren tachtig reageerde het Amerikaanse publiek exact hetzelfde als nu. De olieprijs was door onrust in het Midden-Oosten naar 103 dollar per vat geschoten (omgerekend naar hedendaagse prijzen), en automobilisten schakelden in korte tijd over op zuiniger voertuigen. De industrie wist de energiebehoefte per dollar geproduceerd product in enkele maanden tijd te halveren.

Deze geschiedenis lijkt zich te herhalen. De veranderingen in koopgedrag zijn de afgelopen maanden zo snel gegaan, dat de Amerikaanse auto-industrie geen idee heeft hoe ze erop moet reageren. General Motors heeft zijn hoop nu gevestigd op een van zijn zieners: Richard Wagoner. De hoogste baas stelde tijdens een brainstorm in april 2005 voor – de olieprijs was kort daarvoor aan zijn opmars begonnen – een elektrische auto te ontwikkelen. Het plan werd weggehoond. Olie zou wel weer goedkoop worden, werd gezegd. Bovendien was GM nog herstellende van zijn vorige elektrische auto, die twee jaar eerder was geëuthanaseerd: de EV1. Een ongekende flop, die het concern een miljard dollar had gekost.

Wagoner hield vast aan zijn plan en kondigde in 2007 tijdens de autoshow van Detroit de Volt aan: een auto die 64 kilometer op accu’s kan rijden, genoeg om de meeste forenzende Amerikanen van en naar hun werk te brengen. Ook toen nog kon de GM-baas rekenen op spottende commentaren.

Met een beetje geluk zal GM in 2010 opnieuw een elektrische auto (de Volt krijgt een brandstofmotor om de accu’s op te laden) in productie nemen. Het is voor GM te hopen dat het model een succes wordt, want bij het huidige tempo van verlies maken, is de autoproducent dan door zijn geld heen.

Toegangspoort van de Janesville assemblagefabriek van General Motors. (AFP) Beeld
Toegangspoort van de Janesville assemblagefabriek van General Motors. (AFP)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden