AnalyseZorgkosten

Levens redden heeft een prijs, maar hoe hoog mag die zijn?

Beeld Elise Vandeplancke

Hoeveel mag een mensenleven de samenleving kosten? Het klinkt misschien cru, maar zo’n berekening kan bij toekomstige virusuitbraken veel hoofdbrekens voorkomen. 

Is de prijs van een mensenleven te berekenen? Nu er dagelijks meer dan honderd mensen aan covid-19 sterven, lijkt het opwerpen van deze vraag misschien immoreel, of op zijn minst kil en slecht getimed. De politiek brandt er in elk geval haar vingers liever niet aan. Premier Rutte deed de keuze voor gezondheid of economie af als een schijntegenstelling. Ook zonder lockdown zou de economie schade leiden. Populistische leiders als de Amerikaanse president Trump en zijn Braziliaanse collega Bolsonaro riepen dat het middel van een lockdown erger was dan de kwaal. Maar ze kwamen erop terug toen het aantal sterfgevallen ook daar toenam.

Toch zullen over een poos, als de pandemie onder controle is, knappe rekenaars aan de slag gaan om een kosten-batenanalyse van de coronacrisis te maken om betere keuzes te kunnen maken bij toekomstige virusuitbraken. De vraag is dan niet of er rekensommen met de waarde van een mensenleven kunnen worden gemaakt, maar wélke methode daarvoor wordt ingezet. Zo’n prijskaartje is op te stellen, weet Fred Wegman, voormalig directeur van Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) en emeritus hoogleraar aan de TU Delft. ‘Een preventiemaatregel voor het voorkomen van één dodelijk slachtoffer is tot 2,8 miljoen euro maatschappelijk rendabel’, zegt Wegman. ‘Kost het minder, dan moet je die maatregel nemen. Kost het meer, dan moet je het niet doen.’

Wegman was betrokken bij het ontwikkelen van een methodiek waardoor een kosten-batenanalyse mogelijk werd van het voorkomen van verkeersdoden. Al in 1996 publiceerde de Europese Commissie het zogenoemde Road Safety Action Programme, waarin voor het eerst een directe relatie werd gelegd tussen investeringen versus kosten van een verkeersdode. De SWOV, met Wegman aan het roer, verfijnde die methodiek. In 2018 bedroeg de totale schade van verkeersongevallen op grond van vijf criteria (medische kosten, materiële schade, filekosten, productieverlies, maar ook immateriële schade) 17 miljard euro. Daarvan kwam 11 procent voor rekening van ongelukken met dodelijk letsel. Per dode was dat 2,8 miljoen euro. Deze manier van denken kun je volgens Wegman ook voor andere bedreigingen voor de volksgezondheid toepassen, onder meer bij de aanpak van de coronacrisis.

Prijskaartje

Dat mensen het uitgangspunt ‘elke dode is er een te veel’ niet heilig verklaren, blijkt uit het onderzoek van Arianne de Blaeij, die nu toevallig bij het RIVM werkt. In 2003 promoveerde zij op het proefschrift The Value of a Statistical Life over de ‘waarde van een statistisch mensenleven’. Bepalend daarbij was het bedrag dat mensen bereid waren te betalen voor de vermindering van een ongevalsrisico. Mensen kregen vragen voorgelegd zoals bij welk bedrag zij een minder veilige auto zouden inwisselen voor een veiliger auto. En wat ervoor nodig was om een veiliger route te kiezen in plaats van een minder veilige. Uit dit onderzoek bleek dat mensen tussen de 1,6 en 3 miljoen euro over hadden voor het voorkomen van een dodelijk ongeluk. Het bedrag van 3 miljoen noemde De Bleij een ‘wetenschappelijk verantwoorde bovengrens’.

In de zorg ligt de vraag over het prijskaartje van een mensenleven nog gevoeliger, zeker wanneer patiënten een gezicht krijgen. Denk aan de beladen discussie van enkele jaren terug over peperdure medicijnen voor een kleine groep mensen met de zeldzame spierziekte van Pompe of de ziekte van Fabry. Maar met de toenemende vergrijzing, de oneindige mogelijkheden om het leven te rekken met kostbare medicijnen en apparatuur, wordt de vraag op macroniveau wel degelijk gesteld en beantwoord.

Daar wegen kosten mee bij het maken van keuzes, omdat het zorgbudget, hoe groot inmiddels ook (twaalf keer dat van de politie en zes keer dat van het onderwijs), toch een plafond kent. ‘En als we nog meer geld aan zorg gaan uitgeven, kan dat op termijn ook averechts werken’, zegt directeur Matthijs Versteegh van het Institute for Medical Technology Assessment in Rotterdam. ‘We hebben geen geld meer voor andere zaken waarmee we onze gezondheid en veiligheid bevorderen.’

Verloren levensjaren

Doelmatigheids- of kosteneffectiviteitsonderzoek moet leiden tot een optimale besteding van de beperkte middelen. Zo kan het nut worden berekend van een dure nieuwe behandeling in de oncologie waardoor zeer zieke patiënten slechts enkele maanden extra leven. Dat gebeurt met het bepalen van de opbrengsten van ‘voor kwaliteit gecorrigeerde gewonnen levensjaren’, ook wel quality-adjusted life years (qaly’s). Hierbij worden niet de maatschappelijke kosten van een dodelijk slachtoffer berekend, maar wordt het aantal verloren levensjaren afgezet tegen de kwaliteit van die levensjaren, uitgedrukt in een getal tussen 0 (dood) en 1 (volledig gezond). Een nieuwe behandeling die het leven van een patiënt met één jaar verlengt kost 50 duizend euro. Stel dat de kwaliteit van het leven in die periode maar een kwart van een gezond leven bedraagt, dan komen de kosten neer op 200 duizend euro per qaly.

Versteegh: ‘De gezonde levensverwachting is in Nederland bij geboorte ongeveer 74 qaly’s: 5,92 miljoen euro. Iemand van 40 heeft nog 37 qaly’s te gaan: 2,96 miljoen.’

Uiteraard is de kwaliteit van leven subjectief, maar deels ook meetbaar; denk aan beperkingen in mobiliteit, pijn, angst en de mogelijkheid voor jezelf te zorgen. In het rapport Zicht op zinnige en duurzame zorg maximaliseerde de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg het bedrag tot 80 duizend euro voor een jaar in volle gezondheid. Of: behandelingen die meer kosten dan 80 duizend euro per jaar zijn niet rendabel.

Kosten van een lockdown

De qaly kan volgens oud-SWOV-directeur Wegman worden gebruikt bij de evaluatie van de coronapandemie. ‘We kunnen uitrekenen wat behandelingen van coronapatiënten in een ziekenhuis en ic gekost hebben en de door behandelingen gewonnen levensjaren toevoegen, gewogen met qaly’s. Dat hebben we er klaarblijkelijk voor over. En dan kijken hoe zich dat verhoudt tot de behandeling van andere aandoeningen en ziekten.’

Versteegh ziet dat er nu ook al wordt gekeken naar de voor kwaliteit gecorrigeerde levensjaren. Zo berekende hoogleraar en crisisdeskundige Ira Helsloot die van coronapatiënten eerder in de Volkskrant op 8 miljoen euro – honderd keer de norm van 80 duizend euro. ‘Maar deze berekeningen moeten wel zorgvuldig worden gemaakt. Als we willen weten wat de kosten per qaly van een intelligente lockdown zijn, moeten we niet alleen kijken naar de kosten van de maatregelen, maar deze ook afwegen tegen de kosten van het scenario zonder of met minder strenge maatregelen’, stelt Versteegh.

In een scenario zonder maatregelen kan bijvoorbeeld ook ‘zeer veel gezondheid verloren gaan door ondercapaciteit en ziekteverspreiding’, zegt Versteegh, en zal evengoed economische schade optreden, al was het maar door lockdowns bij handelspartners. ‘Het valt mij op dat er stellige uitspraken worden gedaan over de kosten per qaly op basis van onvolledige, onjuiste en op z’n best beperkt geïnformeerde bierviltjesberekeningen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden