Lekker, barbecuen. Maar het milieu dan?

Het is een inefficiënte manier van koken, het rookt en het stinkt. Toch zijn we dol op barbecuen. Met de zomer voor de deur wat tips voor milieuvriendelijk vlees verbranden.

Archieffoto.Beeld anp

Zodra de eerste lentedagen daar zijn, grillt heel Holland erop los. Parken en tuinen verdwijnen in een dikke walm van rook en aangebrand vet. Barbecuen is misschien gezellig en lekker, maar ook een belasting voor het milieu. Nog afgezien van het soort hapjes dat er op het rooster komt te liggen, heb je als groene griller heel wat te kiezen voordat je er de fik in steekt.

Energieverbruik

In vergelijking met autorijden of het isoleren van een huis is het energieverbruik van een avondje barbecuen klein bier. Maar het blijft een erg inefficiënte manier van koken waarbij veel warmte verdwijnt in de lucht of weglekt via de zijkanten van de grill. Bovendien liggen de kooltjes vaak nog volop te smeulen wanneer iedereen al lang met gevulde magen naar binnen is verdwenen. De minst verspillende manier om te grillen is op een gas- of elektrische barbecue. Die zijn gemakkelijk uit te zetten op het moment dat er genoeg vlees en groente zijn bereid. Maar natuurlijk niet altijd praktisch (in het park) en bovendien wil de pyromane lekkerbek toch liefst vuur en rook zien.

Wie zweert bij stoken, kan vooral goeddoen door matig te zijn met de brandstof. Belangrijk is daarbij de grootte van de barbecue. Veel mensen kopen een groot apparaat waarin ze zo een kilo houtskool storten. Veel meer dan voor een bescheiden gezelschap noodzakelijk is. Beter is het een klein apparaatje te kopen en voor een feestje er een paar kleintjes bij te lenen.

Een andere manier om energie te besparen, is een barbecue met een deksel, waardoor de warmte beter bewaard blijft en vlees en groente sneller gaar zijn. Het is ook een goede manier om het vuur even te smoren wanneer de barbecue niet gebruikt wordt. Wegwerpbarbecues, die in veel supermarkten te koop zijn, zijn relatief klein en daarom best efficiënt. Maar ze leiden natuurlijk wel weer tot meer afval. Wie regelmatig van de grill wil eten, is dus beter af met een barbecue die vaker kan worden gebruikt.

Beeld Han Hoogerbrugge

Ontbossing

Houtskool wordt gemaakt in een rokerig proces waarbij hout onvolledig wordt verbrand. En aan hout is wereldwijd een gebrek. Nog altijd verdwijnen bossen om het hout te verkopen en de grond die vrijkomt te gebruiken voor landbouw en veeteelt. Om er zeker van te zijn dat je met je barbecue niet bijdraagt aan de ontbossing, is er houts-kool met een FSC-keurmerk. Afkomstig uit duurzaam beheerd bos. En doorgaans gemaakt uit resthout, de kleine stammetjes uit de kroon en de wortels van de boom.

Er zijn ook alternatieven voor houtskool op de markt. Met name briketten. Die kunnen gemaakt worden uit geperste houtskool of katoen, maar ook uit fossiele brandstoffen zoals steen- of bruinkool. Groener zijn de briketten uit bamboe of kokosbast, restafval van de kokosindustrie. Bamboe brandt erg snel en geeft relatief weinig warmte af. Kokosbriketten, die worden gemaakt in Indonesië, branden juist erg heet en lang.

Luchtverontreiniging

Belangrijker dan de bescheiden invloed die houtskoolgrills hebben op het klimaat en de ontbossing, is misschien wel de lokale luchtverontreiniging. Wanneer vet verbrandt, komen er vieze stoffen vrij. Het is ongezond om lang in houtskoolwalmen te staan, zeker voor mensen met luchtwegaandoeningen.

Op internet wordt het nodige geschreven over de chemicaliën die in veel goedkope houtskool en wegwerpgrilletjes verwerkt zouden zitten. Groene vlammen zouden duiden op metalen en goedkope houtskool zou vaak worden gedompeld in fossiele brandstoffen om het makkelijker brandend te krijgen. In briketten uit bruinkool zou bovendien zwavel zitten. Spul dat je ook liever niet op je hamburger hebt.

Naar die schadelijke bestanddelen van brandstof is voor zover bekend geen wetenschappelijk onderzoek gedaan. Maar volgens Jaco Luyendijk, die met zijn bedrijf JuLaBa onder meer kokosbriketten importeert, is de belangrijkste tip om je neus in een zak kolen te steken. 'Houtskool hoort geurloos te zijn. Wanneer er wel een luchtje aan zit, weet je dus zeker dat er het een en ander aan is toegevoegd.'

Nadeel van geurloze houtskool is dan weer dat het moeilijker brandt. En hoeveel barbecuesessies zijn er niet gestrand omdat boel ondanks driftig wapperen van de grillmeester maar niet wilde fikken? Aanmaakblokjes en gels zijn de meest gebruikte methoden om de zaak aan de praat te krijgen. Ook dat is vaak chemisch spul en de witte parafineblokjes worden weer gemaakt uit fossiele brandstoffen. Wie er zeker van wil zijn dat er in die aanmaakproducten geen troep zit, koopt een gel van bio-ethanol of aanmaakblokjes van geperste houtsnippers.

Als de kokosbriketten eenmaal branden, roken ze amper. Waardoor veel rasbarbecuers misschien bang zijn de rooksmaak in hun vlees te missen. Ook daarvoor heeft Luyendijk een oplossingen. 'Met natte houtsnippertjes, te koop via internet, kun je geurige rook maken. Geeft natuurlijk ook overlast, maar dan weet je wel precies wat er in die rook zit.'

Met dank aan Milieu Centraal.

Vragen over milieuvriendelijk gedrag of tips voor deze rubriek? Mail naar groen@volkskrant.nl.

Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden