Lastpak in vrijheid

Naam: Kees Schouhamer Immink (52)..

DE VRAAG waarom hij vorig jaar ontslag heeft genomen bij het Philips Natuurkundig Laboratorium in Eindhoven, voor kenners het NatLab, verrast hem niet echt. Hoe kan het ook anders, per slot dringt die vraag zich op wanneer iemand op zijn 51ste na 31 jaar trouwe dienst ergens weggaat.

Het was niet omdat er niets creatiefs meer uit zijn handen kwam. Maar de afgelopen jaren is de sfeer binnen het lab veranderd, het is er kil en te weinig wetenschappelijk geworden. Zo'n klimaat past niet bij hem, gewend als hij is aan grote creatieve vrijheid, gecombineerd met werken van negen tot negen.

Kees Schouhamer Immink kiest zijn woorden voorzichtig, maar hij neemt geen blad voor de mond. 'De organisatie binnen het laboratorium is drastisch veranderd. Mede als gevolg daarvan zijn er de afgelopen jaren tientallen hooggekwalificeerde wetenschappers vertrokken, mensen met dezelfde interesses als ik. Doorstroming is goed, maar het is daar wel erg hard gegaan.

'Ik heb er dertig jaar met plezier gewerkt. Ik dreigde echter een verbitterde oude man te worden, terwijl ik toch vrolijk van aard ben.' Hij karakteriseert de sfeerverandering als ontluisterend, althans 'zo heb ik die ervaren.' 'Anderen zullen daar vermoedelijk anders over denken.'

Schouhamer Immink is een van de pioniers op het gebied van de digitale opslag. Geen apparaat voor digitale video, audio of data-opslag, of hij heeft wel iets met de ontwikkeling ervan te maken gehad. Zijn naam staat vermeld op een veertigtal Amerikaanse patenten. Zes daarvan zijn zogeheten basispatenten, octrooien waar geen elektronicafabrikant omheen kan zonder geld naar Philips over te moeten maken.

Immink stond aan de wieg van de compact disc en afgeleiden daarvan zoals de cd-rom en cd-i en latere snufjes zoals de digitale compact cassette (dcc), de digitale video disc (dvd) en de mini-disc van Sony. Het ontwikkelen van codes is zijn specialisme, een combinatie van wiskunde en technische kennis.

Op een cd wordt informatie in de vorm van enen en nullen opgeslagen, en met een laser in- en uitgelezen. Enen en nullen vertalen zich op microscopische schaal in putjes in het plastic plaatje, afgewisseld met wat experts 'landjes' noemen. Die landjes en putjes, muziek of computerdata, moeten worden uitgelezen.

Immink heeft slimme codes bedacht om zoveel mogelijk enen en nullen op een schijfje te krijgen, en wel zo dat een minuscuul lasertje, gestuurd door eveneens opgeslagen besturingsgegevens, het spoor van miljoenen putjes en landjes niet bijster zal raken. Eind jaren zeventig legde hij, samen met enkele andere onderzoekers bij Philips, de basis voor een uniforme codering voor de cd. Dat mondde uit in een samenwerking met Sony, en uiteindelijk in een standaard die alle andere elektronicabedrijven hebben overgenomen.

Mede door zijn vindingen heeft Philips zich verzekerd van een constante geldstroom. Neem de compact disc. Het elektronicaconcern krijgt voor elk verkocht plaatje zeven cent. Wereldwijd worden er jaarlijks zeven miljard cd's verkocht. Dat levert een half miljard gulden aan inkomsten op. Desondanks is een cd voor hem inmiddels niet meer dan een plastic plaatje waar muziek op staat.

Niet alleen Imminks lijst met patenten is lang, ook het aantal wetenschappelijke publicaties is indrukwekkend. Hij heeft een bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van nieuwe technieken en tegelijkertijd de wetenschap een eindje verder geholpen, twee loopbanen parallel aan elkaar.

Een eindje, een beetje. Immink gebruikt steevast dat type voorvoegsel. Een van zijn kenmerkende eigenschappen is, naast eigenwijsheid, bescheidenheid. Voortdurend relativeert hij zijn eigen vindingen of noemt hij in één adem andere vindingen of mensen die belangrijker zijn. Daarop gewezen, zegt hij. 'Over dat aantal patenten en zo, daarover kun je toch niet met goed fatsoen iets aan anderen vertellen, dat lijkt al gauw op opscheppen.'

Zijn bescheidenheid maakt af en toe plaats voor een beetje trots, op momenten bijvoorbeeld wanneer zijn werk extra waardering krijgt van anderen in de vorm van een oorkonde of een speciale medaille. Zoals vanavond in het White Hall Palace in Londen. Immink krijgt daar de Edison-medaille uitgereikt die hem door de IEEE, de Amerikaanse vereniging voor elektrotechniek, is toegekend. Hij heeft er zijn smoking voor uit de mottenballen gehaald.

De medaille krijgt hij voor een 'carrière van creatieve bijdragen aan de ontwikkelingen van technologieën voor digitale video, audio en dataopslag', meldt het juryrapport. Een medaille wordt zijn deel, plus tienduizend dollar, belastingvrij en geheel naar eigen inzicht te besteden.

Op de lijst van vorige prijswinnaars staan illustere namen als Robert Millikan, Nikola Tesla en Alexander Graham Bell, de geschiedenis van de elektrotechniek trekt al lezend voorbij. 'Het maakt je klein, ik hoop niet dat die beroemdheden zich in hun graf zullen omdraaien nu ik er ook op sta.'

Opmerkelijk is dat op de lijst, op twee Nederlanders na, louter Amerikanen staan. De andere landgenoot is B. Tellegen, nota bene een oud-collega van hem op het NatLab, op wiens naam de pentode staat (1928), een geavanceerde radiobuis. 'Dat is nog eens een uitvinding.'

Het NatLab heeft hij met enig sentiment verlaten. 'De veranderingen daar worden vaak geweten aan het gewijzigde beleid waarin de aandacht is verlegd van het lange- naar het korte-termijnonderzoek dat zich meer richt op een specifiek product of markt. Maar dat is het niet alleen. Er is niet voldoende wetenschappelijke vrijheid meer en die heb ik nodig om te functioneren, om creatief te kunnen zijn.

'Een uitvinder is een soort kunstenaar, een eigenwijze lastpak. Hij is nooit tevreden, hij wil altijd wat veranderen en heeft per definitie kritiek op de bestaande situatie. Dat beperkt zich niet tot de wetenschap maar ook tot bijvoorbeeld de organisatie en het beleid.

'Creativiteit wordt bijvoorbeeld geprikkeld op momenten van verveling, op tijden dat je niet behoeft te werken, althans werken in de klassieke betekenis van het woord. De meeste ideeën kreeg ik tijdens saaie lezingen waarvan je al na een paar minuten het idee had er niets van op te zullen steken. Mijn gedachten dwaalden dan weg.

'Ik heb dagen gehad dat er geen enkele druk op de ketel stond. Dan kon ik mijn gedachten vrij laten gaan. Ik liet me dan bijvoorbeeld inspireren door oude artikelen te lezen in de bibliotheek, in alle rust. Die rustige momenten waren ook ideaal om discussies te voeren met collega's. Die inspireerden. Bovendien, ontstond er een idee, dan kon je er direct aan beginnen. Er was tenslotte toch niets dringends te doen.

'En dan was het even hard werken. In zo'n creatief proces ben je vaak een tijdje onbenaderbaar en onaangenaam voor anderen. Uitvinden is individueel werk en tegelijkertijd teamwerk. Om verder te komen heb je de kennis en ervaring nodig van een grote groep hooggekwalificeerde technici.

'Die sfeer van vrijheid op het NatLab, onontbeerlijk voor creativiteit, heb ik zien veranderen, en dat beviel me niet. Het dreigde werken te worden, en daar ben ik niet voor in de wieg gelegd. Ik was vrijgesteld voor onderzoek, maar ik dreigde de enige te worden. Tientallen bevlogen mensen gingen weg.

'Er heerste vroeger op het NatLab een sfeer van vriendschappelijkheid en collegialiteit. De sfeer was open, ideeën konden gemakkelijk bij anderen worden getoetst, er werd gemakkelijk en in vertrouwen kritiek geleverd en gediscussieerd. Er liepen nogal wat mensen rond van hoog wetenschappelijk niveau en met een zelfde instelling als ik.'

Hij is niet rancuneus of ondankbaar. 'Ik wil niemand pijn doen, misschien moet ik het wat nuanceren. Ik heb er een heerlijke tijd gehad, maar ik ben er uiteindelijk uitgestapt, omdat dat voor mij het beste was.' Zijn contacten met Philips zijn inmiddels minimaal geworden. Er zitten nog vijf à tien patenten in de pijplijn die nog door hem zullen afgewerkt.

Sinds augustus vorig jaar werkt hij thuis, in alle vrijheid. Hij heeft zich nog geen moment verveeld. Het manuscript voor een handboek over coderingen, dat dit najaar moet verschijnen, is bijna afgerond. Afgelopen winter is hij drie maanden verbonden geweest aan de universiteit van Singapore. Immink gaat er komende winter weer heen. Dit najaar gaat hij voor onderzoek naar de universiteit van Princeton in de VS. 'Ik krijg vele leuke uitnodigingen, die ik bij Philips moeilijk kon aannemen.'

Immink is bovendien parttime hoogleraar op een onderzoeksinstituut in Essen, gelieerd aan de universiteit daar. Hij begeleidt er enkele promovendi. 'Het zal er ooit nog wel eens van komen dat ik een eigen bedrijfje begin. Ik doe nu af en toe wat voor enkele kleine bedrijfjes die alleen al interessant zijn omdat ze worden geleid door van die gedreven types, zoals ik.'

De wetenschap beheerst hem. Hij heeft daarnaast nauwelijks andere activiteiten. 'Toen ik bij het NatLab wegging, heb ik me voorgenomen een studie te gaan doen, klassiek Grieks bijvoorbeeld, dat trekt me wel. Het is er echter nog niet van gekomen. De tijd ontbreekt. Andere dingen zoals die buitenlandse uitnodigingen gaan nu even voor.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.