ColumnFrank Kalshoven

Landbouweconomie: bied boeren een uitweg voor ze als een malle gaan investeren

null Beeld

Nederland landbouwland is onhoudbaar. Onder deze kop, en variaties hierop, werd deze week in de media verslag gedaan van een ­studie van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), Naar een uitweg uit de stikstofcrisis. Klopt. Nog interessanter dan deze eindconclusie zijn de overwegingen en redeneringen hierbij.

Het PBL gaat in essentie over de samenhang tussen de doelen van klimaatbeleid, natuurbeleid, stikstofbeleid aan de ene kant, en hun relatie met de maatregelen die worden voorgesteld om deze doelen te bereiken. Dat klinkt abstract.

Even een voorbeeld. Manlief zegt: we moeten de slaapkamer opknappen. U gaat in de weer met tengels, gipsplaten, stuc en verf. Kost geld, kost moeite. Het is prachtig geworden. Zegt manlief twee jaar later: we moeten de slaapkamer isoleren. Gast, zegt u nu, had je dat twee jaar geleden niet kunnen zeggen? Inderdaad.

Het PBL waarschuwt dat Nederland dreigt de landbouw te gaan verbouwen, zonder ver genoeg vooruit te denken. Het gevolg zal zijn dat de investeringen die met de verbouwing zijn gemoeid – tientallen tot honderden miljarden – in het water worden gegooid.

Hoe zit dat? Voor de doelen met stikstofbeleid, klimaatbeleid en natuurbeleid staan ijkpunten uit in de tijd. ­Zoveel procent minder of meer in dit of dat jaartal. De eerste doelen voor dichtbij gelegen ijkpunten kunnen, met technologisch kunst- en vliegwerk, worden gehaald. Emissievrije stallen bijvoorbeeld. Het Nederlandse klimaatakkoord zet hier, voor de landbouw, voluit op in.

Maar dan zegt manlief, pardon, de overheid: en nu verder omlaag (emissies) of juist omhoog (natuurkwaliteit en -kwantiteit). En dan moet op al die investeringen en technologie versneld worden afgeschreven. Soms ligt het probleem bij de doelen, soms bij de middelen.

Het PBL neemt de Europese doelen voor klimaat- en ­natuurbeleid (terecht) voor gegeven aan. Per saldo geen CO2-uitstoot in 2050. Méér natuur. Bétere natuur. Maar de auteurs zijn zeer kritisch over de doelen van het stikstofbeleid. Die hebben betrekking op de landelijke uitstoot, terwijl, als het op de natuurkwaliteit gaat, vooral lokale uitstoot problematisch is. Bovendien is te veel stikstof voor natuurgebieden wel een probleem, maar niet het enige probleem. Beter zou het zijn de doelen te stellen in termen van de natuurkwaliteit en -kwantiteit, met stikstof als één van de belangrijke indicatoren.

Het verkeerde doel kiezen (landelijke normen voor stikstofuitstoot) is problematisch. ‘Nationale stikstofdoelen en -maatregelen lopen kans eigenstandige systematiek te worden met beperkt effect op natuurkwaliteit.’ Dat is het paard achter de wagen spannen. De combinatie van de huidige klimaat-, natuur- én landelijke stikstofdoelen op de langere termijn, maakt landbouw in Nederland de facto zeer lastig, concludeert het PBL. De toekomst van duizenden agrarische bedrijven en gezinnen staat op het spel. ‘Voor vertrouwen in de overheid en de rechtspraak, maar ook voor bedrijfsmatige zekerheid en om kostbare lock-ins te voorkomen, zal het van groot belang zijn bedrijven die echt weg moeten, tijdig een uitweg te bieden.’ Liever nu, dan over tien jaar, nadat de slaapkamer net is opgeknapt.

Ander, lokaal gericht stikstofbeleid, ingebed in het ­natuurbeleid, zou de pijn in theorie wel iets kunnen verzachten. Dan kunnen boerenbedrijven in principe verplaatsen naar plekken waar de stikstofuitstoot er minder toe doet. Maar: waar is die ruimte? Precies, die is er niet.

Zachte heelmeesters, zo kun je het ook stellen, maken stinkende wonden.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek. Reageren? E-mail: frank@argumentenfabriek.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden