Lakmoesproef voor duurzaam beleggen

Beleggers kunnen sinds kort controleren of een duurzaam beleggingsfonds zijn beloften waarmaakt. Maar de meetmethode kijkt niet naar alle aspecten van verantwoord beleggen.

Beeld Peter van Hugten

Fondsenonderzoeker Morningstar deelt niet langer alleen sterren uit, maar sinds vorige maand ook wereldbolletjes. Daarmee wordt het duurzame gehalte van aandelenfondsen aangeduid. Vijf wereldbollen is de top. Fondsen met één bol hebben geen oog voor zaken als arbeidsomstandigheden, CO2-uitstoot en goed bestuur bij de bedrijven waarin ze beleggen.

Het is de eerste poging verantwoord beleggen in kaart te brengen. 'We juichen dit toe', zegt Frank Wagemans, onderzoeker bij de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO). 'Wij vergelijken het duurzame-beleggingsbeleid van verzekeraars en pensioenfondsen, maar doen dat niet op productniveau. Deze stap vergroot de transparantie bij beleggingsfondsen.'

'We kijken op het niveau van de bedrijven waarin een fonds belegt', zegt Ronald van Genderen van Morningstar. 'Daarbij maken we gebruik van de gegevens van Sustainalytics. Dat houdt de duurzaamheid van vierduizend beursgenoteerde bedrijven bij. Gelet wordt op milieubeleid, sociaal beleid en het bestuur. De onderneming die op die punten beter scoort dan sectorgenoten krijgt een hoge score.'

Duurzame fondsen zijn echt duurzamer

Voorbeelden van bedrijven die in hun sector als beste van de klas worden beschouwd zijn DSM en AkzoNobel. Een aandelenfonds dat meer dan gemiddeld belegt in dat soort bedrijven, verdient bonuspunten. Aan de andere kant kan een fonds punten verliezen door geld te steken in Netflix en Twitter. Die beurslievelingen krijgen een laag rapportcijfer van Sustainalytics.

De voorspelbare uitkomst van deze exercitie is dat de meeste fondsen die zichzelf duurzaam noemen, dat ook blijken te zijn. Sommige fondsen van ASN Bank en Triodos mogen pronken met vijf globes. Ook de groene fondsen van bijvoorbeeld NN en Robeco slagen voor de test. Van Genderen: 'We kunnen gelukkig constateren dat duurzame fondsen over het algemeen echt duurzamer zijn dan gewone fondsen.'

Dat blijkt ook uit een vergelijking tussen RobecoSAM en Robeco. De eerste is de duurzame tak van Robeco. Gemiddeld zijn de elf RobecoSAM-fondsen met een Morningstar Sustainability Rating goed voor vier wereldbollen. De 43 gewone Robecofondsen scoren gemiddeld drie bollen.

Uitschieters

Een gemiddelde score van drie wereldbolletjes zegt niet al te veel over het duurzame gehalte van een fonds. Ook zogeheten trackers, die een index volgen en op geen enkele wijze letten op personeelsbeleid of een discutabele milieu-activiteiten, krijgen soms drie wereldbollen. Dat geldt ook voor grote, wereldwijd beleggende fondsen zoals Robeco en NN Global Fund.

Wie duurzaamheid een warm hart toedraagt, kan beter letten op de uitschieters in positieve zin. Vijf bollen is niet voor iedereen weggelegd. Alleen de beste 10 procent fondsen uit een categorie komen daarvoor in aanmerking. Twee fondsen van ASN valt die eer te beurt en één fonds van Triodos Bank.

Soms komen fondsen die niet eens prat gaan op duurzaamheid verrassend groen voor de dag. 'Het is denkbaar dat een fondsbeheerder aandelen selecteert op basis van criteria die indirect leiden tot duurzaamheid, bijvoorbeeld de kwaliteit van het management', zegt Van Genderen. Voorbeelden van zulke fondsen zijn BNP Paribas Global High Income Equity en Comgest Growth Europe.

Wagemans van VBDO heeft wel een kanttekening bij de methode van Morningstar. 'Hun meetwijze houdt geen rekening met engagement.' Bij engagement of een dialoog gaan grote beleggers in gesprek met ondernemingen om die te bewegen hun gedrag te beteren. Als het management na lang aandringen blijft tegenstribbelen, kan de belegger alsnog afhaken.

Van Genderen is de eerste om te erkennen dat de meetmethode nog niet perfect is. 'Engagement nemen we nog niet mee, omdat het moeilijker te meten is. Maar we onderzoeken wel in samenwerking met Sustainalytics hoe we deze inspanningen kunnen laten meewegen.'

De Morningstar-methode heeft ook een blinde vlek voor het uitsluiten van sectoren. Een fonds dat niet belegt in de tabaksindustrie verdient geen extra punten. Sterker nog: het kan punten verdienen door geld te steken in sigarettenfabrikanten die het beste personeels- en milieubeleid hebben in die sector. 'Het uitsluiten van sectoren is erg afhankelijk van de persoonlijke waarden. Wij laten die afweging aan de belegger', zegt Van Genderen.

Toch kunnen sectorkeuzen de eindscore van een fonds beïnvloeden. Van Genderen: 'Bij een controverse rond een onderneming krijgt een fonds dat erin belegt strafpunten. Denk aan Volkswagen en BP. Sommige sectoren, zoals de energiesector, hebben de laatste tijd meer controverses dan andere. Zo kan uitsluiting van bijvoorbeeld oliebedrijven indirect leiden tot een hogere score.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden