Economie Arbeidersstrijd

Laait de arbeidersstrijd op? ‘Werkende mensen hebben het tij ontzettend tegen’

Metaalarbeiders staken, buschauffeurs dreigen hun bussen stil te zetten, rijksambtenaren boycotten vergaderingen. Laait de strijd tussen arbeid en kapitaal op? De bonden lijken met de rug tegen de touwen te staan, maar met de vuisten geheven.

Beeld Rhonald Blommestijn

Vergeet de kredietcrisis, de volgende crisis kan zomaar in aantocht zijn. Het einde van de zeven vette jaren lijkt in zicht. ‘De piek in de economische groei ligt vermoedelijk achter ons’, meldde het Centraal Planbureau (CPB) deze week. De golf die de economie de hoogte in stuwt, bereikt bijna de top. Maar de werknemer dobbert achter de conjunctuur aan en wordt nu pas een beetje opgetild.

Vorig jaar groeide de economie een stevige 3,2 procent, een groeicijfer dat tot een paar jaar geleden nog voor onmogelijk werd gehouden. Daar staat tegenover dat de contractlonen slechts met 1,6 procent stegen. Ook dit jaar groeien de lonen minder hard dan de economie. Het CPB voorspelt een kentering in 2019 – de economische groei vlakt af, de lonen stijgen verder.

Ronde 1: prikken, stoten, zoeken

Komt de ommekeer net op tijd of is het too little, too late? In elk geval rijkelijk laat, vindt men bij de vakbeweging. Halverwege deze maand nodigde de FNV, met zo’n 1 miljoen leden Nederlands grootste vakbond, de pers uit voor een ‘tussenevaluatie’ van het cao-seizoen. De economie draait als een tierelier, toch moet voor elk procentje loonsverhoging worden gevochten, verzuchtte vakbondsbestuurder Zakaria Boufangacha.

Zelfs wanneer De Nederlandsche Bank (in 2016) en premier Rutte (vorig jaar) pleiten voor loonstijgingen, blijft de werkgever halsstarrig focussen op het winstcijfer onder aan zijn Excelsheet, is zijn ervaring. ‘Vrijwel ieder cao-traject begin met de werkgever die zegt: ik moet kosten besparen.’

Een bezoek aan de vakbond stemt niet vrolijk. Nederland egalitair, zei u? Verre van, zo klinkt het. De strijd tussen kapitaal en arbeid is hard en het kapitaal is aan de winnende hand. ‘Actie!’ is het antwoord. 3,5 procent is de eis. Plus betere arbeidsvoorwaarden en de zekerheid van een vaste baan.

Boufangacha: ‘Het knokken levert wel wat op, zij het langzaam.’ Sinds december sloot de FNV 105 cao-akkoorden, met een gemiddelde loonstijging van 2,4 procent. Onder andere de bouw, de afvalindustrie en de bagageafhandeling op Schiphol hebben sinds dit voorjaar een nieuwe cao. In andere sectoren staan bonden en werkgevers nog met de hakken in het zand, klaar om de harde koppen op elkaar te botsen. Metaalwerkers staken, buschauffeurs staken. Zelfs de doorgaans loyale rijksambtenaren voeren acties voor meer loon.

Ronde 2: een stomp in de maag

Is het sombere humeur van de vakbond gerechtvaardigd? Ja, is het weinig opbeurende antwoord van Bas van Bavel, hoogleraar economische en sociale geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Sterker nog, ‘arbeid’ gaat ook deze ronde verliezen van ‘kapitaal’. ‘De tendens over de lange termijn is steeds verder naar beneden. De werkende mensen hebben het economische en politieke tij ontzettend tegen.’

De afgelopen veertig jaar is het werknemersdeel van de taart telkens achtergebleven bij het deel dat werkgevers en aandeelhouders opstrijken, zegt Van Bavel. De toename van het aantal flexbanen speelt een belangrijke rol, stelt hij. Zo’n 35 procent van de werkende beroepsbevolking werkt met een tijdelijk contract, als uitzendkracht of zzp’er, concludeerde het ministerie van Sociale Zaken onlangs.

‘De vakbeweging zit klem’, zegt de hoogleraar. Komen ze op voor hun achterban met cao-contract, dan lopen ze het risico dat werkgevers uitwijken naar flexibele arbeid. Dit voorjaar bijvoorbeeld beten de vakbonden hun tanden stuk op Jumbo. De supermarktketen sprak een eigen regeling af met haar personeel in de distributiecentra. De bonden konden geen echte vuist maken, de eigen leden waren in de minderheid tussen de uitzendkrachten en arbeidsmigranten.

Ook Bart Hobijn, econoom aan de Staatsuniversiteit van Arizona, biedt geen verlossende strohalm waaraan de arbeider zich kan vastklampen. De Nederlandse werknemer heeft veel gemeen met zijn Britse en Amerikaanse collega’s: ook hun lonen blijven achter. De groei van de arbeidsproductiviteit is al jaren laag, zegt hij. Tegelijkertijd groeien de lonen maar mondjesmaat.

In plaats van te investeren in productievere werknemers, zoeken bedrijven goedkope (flexibele) arbeid. Bovendien concentreren sectoren zich in een aantal grote bedrijven, waardoor de concurrentiepositie van de werknemer op de arbeidsmarkt afneemt. Kijk naar Silicon Valley, zegt Hobijn: ‘Facebook en Google spraken af dat ze niet elkaars werknemers inhuren.’

Uithijgen in de hoek

De sombere analyses doen een arbeidersopstand vermoeden. Komt er een ‘hete zomer’ aan? Historicus Sjaak van der Velden, verbonden aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, analyseerde twee eeuwen van stakingen in Nederland. Hij concludeert heel voorzichtig: ‘Zowel op het hoogtepunt van de cyclus wordt veel gestaakt als op het dieptepunt.’

Tijdens een hoogconjunctuur moet de arbeider zijn deel opeisen, was in 1910 al de overtuiging. Het Nationaal Arbeids-Secretariaat, de eerste Nederlandse vakcentrale, riep toen op: ‘Flink zoo, sla er maar flink op jongens, want den voor ons gunstigen tijd moeten we benutten.’ 

Staken is in de afgelopen eeuw aanzienlijk veranderd, vertelt Van der Velden. ‘Bonden hebben een strijdplan, gebruiken verschillende strategieën.’ De langdurige stakingen van voor de oorlog zijn verleden tijd. Stakingen zijn korter, massaler en eindigen vaker in een schikking.

Maar of bonden over twintig jaar nog bestaan, durft Van der Velden niet te zeggen. Hij ziet bureaucratische, vergrijzende molochs die moeite hebben contact met de werkvloer te houden. ‘De grote lerarenstakingen van vorig jaar kwamen vanuit de leraren zelf. De bonden waren er niet klaar voor en haakten pas later aan.’

Ronde 3: weer op de been

Het tij kan gekeerd, is de overtuiging van Ron Meyer. Sinds 2015 is hij voorzitter van de SP, daarvoor was hij tien jaar lang duvelstoejager binnen de FNV, hij schreef roemruchte schoonmakersstakingen op zijn naam. De acties van de bonden stemmen hem optimistisch, maar hij mist een ‘groot, vurig verhaal’. 

Hij doet een voorzet: ‘De bedrijven hebben overal gewonnen. Ze hebben de lonen gematigd, vaste contracten verruild voor flex en met succes gelobbyd voor lagere winstbelastingen. De werknemers hebben zich gevoegd. In gezinnen werken nu beide ouders. We zijn meer op krediet gaan leven.’ Het kan anders, zegt Meyer. ‘De problemen van de metaalwerker zijn dezelfde als die van de thuiszorgers, de schoonmakers, de buschauffeurs. Als de vakbeweging dat verhaal uitdraagt, dan is zij met bijna 2 miljoen leden machtiger dan tien VNO-NCW’s.’

De bel: strijd onbeslist

Maken ze bij werkgeversorganisatie VNO-NCW de borst al nat? ‘Het valt allemaal wel mee’, sust Harry van de Kraats. Volgens de directeur sociale zaken bij de lobbyclub ligt de loonontwikkeling op koers. ‘De cao-lonen gaan omhoog volgens een normaal patroon. Daar zit altijd enige vertraging in na een crisis. Als we in een volgende crisis belanden, zal de loonstijging ook later afvlakken.’ Goed nieuws voor de werknemer: de loonstijging is hoger dan de inflatie. ‘Mensen krijgen meer in de portemonnee.’

Van de Kraats kan nog steeds prima zakendoen met de bonden. ‘Nee, er wordt niet méér gestaakt dan vorig jaar.’ Dat deze weken zowel de metaalwerkers als de buschauffeurs actievoeren, duidt nog niet op een trendbreuk. ‘Ze staken om heel verschillende redenen. De acties zijn niet vergelijkbaar.’

Een beetje vuurwerk tijdens onderhandeling hoort er overigens gewoon bij. Dat vuur dooft vanzelf in de droge statistieken verzameld op de website van de werkgevers, ‘de cao-kijker’. Een cirkeldiagram is half gevuld: 182 cao’s afgesloten in de eerste helft van 2018 (de meeste met FNV, sommige enkel met CNV of andere kleinere bonden). De website straalt uit: alles verloopt volgens schema.

Wie nog niet is gerustgesteld, kan voor enig optimisme alsnog terecht bij historicus Van der Velden. De toekomst van de bonden is onzeker, maar het vlammetje van de arbeider zal altijd ergens oplaaien. ‘Al in het Oude Egypte werd gestaakt.’ En vast of flex maakt daarbij niet uit: ‘De dagloners die eind negentiende eeuw in opstand kwamen tegen hun bazen, waren flexwerkers.’

Ledenaantal vakbonden op laagste niveau sinds 1990

Het aantal leden van de vakbonden in Nederland is sinds 2012 met bijna 200.000 afgenomen. In dat jaar waren er nog zo'n 1,9 miljoen. Vorig jaar was dat gedaald tot 1,7 miljoen, becijferde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het is het laagst gemeten aantal sinds 1990.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.