Column Frank Kalshoven

Laagopgeleide flexwerkers zijn het arbeidsmarkthaasje

De economie koelt af. De hoge groei van de afgelopen jaren zakt terug naar 1,5 procent per jaar. Geen recessie, geen crisis, maar een groeivertraging naar een niveau dat zo’n beetje het langjarige gemiddelde is waar Nederland dezer dagen op mag rekenen. Aldus het Centraal Planbureau (CPB) deze week in het Centraal Economisch Plan. Niets bijzonders? Het CPB hijst wel degelijk een stormbal - en terecht.

Het CPB hijst de stormbal boven de arbeidsmarkt, die de afgelopen jaren in rap tempo is geflexibiliseerd. Hierdoor zijn Nederlandse werkenden kwetsbaar geworden voor conjunctuuromslagen, schrijft het Planbureau. Alle Nederlanders? Nee, vooral de laagopgeleiden.

Het tempo waarin hun arbeidsmarkt flexibiliseert is duizelingwekkend. 26 procent van de laagopgeleiden heeft een flexcontract of werkt als zzp’er. Vindt u dat veel? Nou dan leeft u nog in 2003, toen dit waar was. Inmiddels is het percentage 45 procent.

Bij een economische neergang zijn laagopgeleide flexwerkers het haasje. Werknemers met een flexcontract hebben een grotere kans om werkloos te worden. Zzp’ers leveren bij het afkoelen van de economie opdrachten in én moeten genoegen nemen met lagere tarieven. ‘De effecten van de flexibilisering van de arbeidsmarkt worden vooral onder laagopgeleiden gevoeld. Dit verhoudt zich slecht tot het bekende Nederlandse adagium: de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten’, schrijft het CPB.

Ja, hier moet het kabinet iets aan doen. Ja, dat kan ook. Maar nee, dat lukt in deze kabinetsperiode om politieke redenen niet. En dus is het denkwerk uitbesteed aan een commissie, in de hoop dat die een list verzint. Maar daar wilde ik het niet over hebben, ook al omdat ik lid van deze commissie ben.

Waar ik het juist wél over wil hebben is het werkgeversperspectief bij deze ontwikkeling. En wel omdat ik het eigenlijk niet zo goed begrijp. Waarom kiezen werkgevers in de publieke en private sector voor flex? Er zijn argumenten die ik wel begrijp.

Eén: flex voor ‘ziek en piek’. Voor uitvallers en piekorders heeft een organisatie invallers nodig.

Twee: de flexibele specialist. Voor specialistische kennis huurt een organisatie tijdelijk of maar een deel van de week (dure) hulp in. Dit is niet het marktsegment van de laaggeschoolde flexwerker.

Drie: risico-aversie. Werkgeverschap gaat gepaard met allerlei risico’s en verplichtingen, die met flex en zzp kleiner worden. Vooral bij kleinere organisaties, die deze risico’s en verplichtingen slecht kunnen overzien, is de huiver goed te begrijpen.

Vier: prijs. Als werkenden ‘inwisselbaar’ zijn, hun arbeid een belangrijke component is van de kostprijs, en de marges in de sector klein zijn, dan snap ik heus dat ‘de laagste prijs’ een belangrijk argument is om voor flex te kiezen.

Deze vier argumenten snap ik. Mijn probleem is dat ze tamelijk tijdloos zijn. In 2003 deden ze óók opgeld, en toch is sindsdien het aandeel flexwerkers onder laagopgeleiden verdubbeld.

Wegen de argumenten misschien zwaarder? Mwoah. In sommige sectoren wel, maar voor de Nederlandse economie als geheel? ‘Ziek en piek’ is echt van alle tijden, al zal er nu iets meer ‘piek’ zijn dan vroeger; de risico’s en verplichtingen voor werkgevers waren in 2003 heus ook al stevig; en de Nederlandse economie is niet plots veranderd in een lagelonenmaakindustrie waar elk arbeidskostendubbeltje moet worden omgedraaid.

Goed dus dat het CPB de stormbal hijst over het effect van een conjunctuuromslag op de arbeidsmarktpositie van laagopgeleide flexwerkers. Maar ik zou het werkgeversperspectief graag beter begrijpen.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek. Reageren? frank@argumentenfabriek.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden