Column Peter de Waard

Kunnen economiemodellen uitslag WK voorspellen?

Peter de Waard. Foto de Volkskrant

Een van de overeenkomsten tussen voetbal en economie is dat ze allebei onvoorspelbaar zijn. Om dat te bewijzen gebruiken de grote zakenbanken hun economische modellen, waarmee ze normaliter beurskoersen, rentes en groei voorspellen, iedere vier jaar om een prognose te doen over het WK voetbal.

En ze slaan vrijwel altijd de plank mis. Zakenbank Goldman Sachs, de grootste en machtigste ter wereld, probeert hardnekkig het model te verbeteren. Maar hoeveel data ze er ook instoppen en hoe ingenieus de wiskundige formules ook zijn, het loopt steevast verkeerd af.

Dat de gasten die bij Henry Schut en Wilfred Genee aanschuiven, elke keer vooraf worden verrast – achteraf weten ze natuurlijk perfect wat verkeerd is gegaan – is logisch. Zelfs een menselijke brein vol voetbalkennis kan niet met alles rekening houden. Maar met behulp van computers en machinaal leren kunnen economen een oneindige hoeveelheid data in modellen stoppen die via ingewikkelde statistische technieken (poissonverdeling, Monte Carlosimulatie) worden geanalyseerd. Daaruit rollen uitkomsten, waarbij rekening is gehouden met factoren waar nooit een mens aan heeft gedacht.

Het model van Goldman Sachs is gebaseerd op data van alle wedstrijden (uitgezonderd de vriendschappelijke) die landen sinds 1960 hebben gespeeld. Bij de uitslagen wordt rekening gehouden met thuisvoordeel en zelfs continentvoordeel, de vorm van spelers en gescoorde goals. Van tevoren wees het uit dat Duitsland, Spanje, Argentinië en Brazilië de halve finale zouden halen. Daarvan is er nu nog maar één land over, dat eerst nog de reuzen van de zuiderburen, van tevoren in dit model volstrekt kansloos geacht, moet verslaan voordat het daadwerkelijk tot de halve finale komt.

Het model van Goldmans grootste concurrent, zakenbank UBS, wees op voorhand Duitsland (24 procent) als de grote favoriet aan. UBS maakte daarbij gebruik van de plek van de ploegen op de wereldranglijst en deed daarmee tienduizenden simulaties waarbij ook de kans op verrassingen werd meegenomen. De top-3 van UBS bestond behalve uit Duitsland nog uit Brazilië en het inmiddels ook al uitgeschakelde Spanje.

ING maakte een eigen berekening, gebaseerd op de transferwaarde van de spelers van alle teams. De teams met de duurdere spelers wonnen in de voorrondes 54 procent van hun duels. In de achtste finales wonnen tot nu toe alleen Rusland en Uruguay van teams met een hogere transferwaarde. ING maakte ook nog een andere berekening, die was gebaseerd op toegevoegde waarde. Een team dat hoog op de Fifa-ranglijst stond maar een veel lagere transferwaarde had, zou de beste waar voor het geld bieden bij de bookies. Het grootste verschil had Peru. Dat sneuvelde in de voorronde.

De uitslag van voetbalwedstrijden is vooral een kwestie van geluk. En eigenlijk is dat met economie ook zo.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.