Kruistocht in Twente voor hergebruikte spijkerbroek

Nieuwe kleding maken van tweedehands vezels is nog net niet lonend, maar de hergebruikte jeans is in opkomst. Ouderwets vanuit Twente.

Zonder dat we het voelen, zien of weten, zullen onze spijkerbroek, blouse en T-shirt ooit voor minstens de helft bestaan uit garens die zijn gesponnen uit afgedankt textiel. Technisch kan het al en economisch komt het 'bijna uit', zegt Peter Bos, directeur van Texperium, het innovatiecentrum voor textiel in Haaksbergen.

Gelukkig maar, want over hergebruikte broeken en ander milieuvriendelijk textiel wordt meer geschreven en gepraat dan dat de producten worden verkocht. Textiel legt een stevige druk op het milieu. Vooral aan katoen, en de daarmee verwante gekeperde spijkerstof denim, hangt een forse prijskaart in de vorm van bestrijdingsmiddelen, water en energie. Tweedehands garen zou die milieudruk sterk verminderen en de hoeveelheid afval verlagen.

Het goede nieuws is dat tweedehands vezels goedkoper zijn dan maagdelijk garen. Maar het spinproces tot nieuw garen is vooralsnog duurder, zegt Bos. Dat komt niet door de extra handelingen zoals sorteren en verwijderen van knopen en ritsen, zoals je zou denken, maar doordat de spinmachines maar op tweederde van de snelheid van conventionele garenspinnerijen kunnen draaien.

De spinners van Texperium halen nu 50 procent hergebruik, maar ze verdienen de kosten nog niet terug. Met meer ervaring en inzicht wordt dat echter spoedig lonend, verwacht Bos. 'En zo moet het ook. Een milieuverbetering is alleen duurzaam als die ook prijstechnisch en kwalitatief niet onderdoet voor het conventionele product. De consument moet er niets van merken en de marges voor de modebranche mogen niet verminderen. De tijd van één uitgesproken milieuvriendelijk product in een verder conventioneel assortiment is voorbij.'

We zitten nog wel even met een afdankte textielberg van jaarlijks 210 duizend ton. Behalve kleren doen we ook veel beddengoed en badhanddoeken weg. Tweederde van de textielberg, 135 duizend ton per jaar, wordt verbrand in de afvalovens.

Ongeveer 75 duizend ton wordt ingezameld, vooral via de bekende containers op straat die worden beheerd door de dit jaar tot Sympany gefuseerde organisaties Humana en KICI. De helft van deze kleding is 'herdraagbaar' en belandt via kringloopwinkels in Nederland en export naar Afrika en Azië weer op de markt. De andere helft wordt verwerkt tot kortstondig gebruik als poetsdoek. Of, iets hoogwaardiger, als dakbekleding in auto's (het 'hemeltje') of isolatie van de motorkap.

Inzamelpunten

Bij spijkerbroekenmerk G-Star zegt duurzaamheidsmanager Frouke Bruinsma al vier jaar oude spijkerbroeken te vervezelen tot nieuw denim. 'We hebben technische problemen overwonnen en kunnen er nu zelfs andere katoenvezels bijmengen.' Het percentage tweedehands vezels ligt bij G-Star wel lager dan bij Texperium: maximaal 20 procent. De spijkerbroekengigant maakt plannen om wereldwijd inzamelpunten voor oude jeans in te richten.

Bij H&M gebeurt dat al. 'In al onze winkels kunnen consumenten gedragen kleding inleveren en ontvangen ze een waardebon,of ze nu iets kopen of niet', zegt Annet Feenstra, de Nederlandse woordvoerder van het Zweedse concern. Maar ondanks de fijnmazige inzamelinfrastructuur stokt ook bij H&M de teller voorlopig op 20 procent aan opnieuw vervezeld textiel in nieuwe kleding. 'Dat komt doordat hergebruikte vezels korter zijn dan nieuwe', zegt ze.

Ook WE Fashion experimenteerde vorig jaar met tweedehands truien en vesten van afgedankte bedrijfskleding. Die zijn in Nederland vervezeld en tot draad gesponnen en in Italië gebreid, zegt Marijke Willemsen, manager maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). 'De zesduizend vesten zijn kostenneutraal gemaakt en allemaal verkocht. Het biedt hoop voor de toekomst als de techniek verder is.'

Vrijwel elk modemerk zoekt naar mogelijkheden om post-consumer textiel toe te passen, constateert Jef Wintermans, directeur van modebrancheorganisatie Modint. 'Toch zal het minstens vijf jaar duren voordat gedragen textiel grootschalig wordt toegepast in nieuwe confectie'.

Dat heeft meer met economie dan met techniek te maken. De laagst betaalde arbeid in Nederland is tien keer zo duur als in Oost-Europa en twintig keer zo hoog als het loonpeil van Bangladesh, rekent hij voor. 'Gezien alle toegevoegde handelingen als ritsen wegknippen en sorteren, is het niet zomaar een lonende business.'

De markt zal veranderen zodra het spinnen met hergebruikte stoffen grootschaliger wordt, denkt Michiel van Yperen van MVO Nederland, dat ondermeer het verduurzamingsprogramma 'groen is de rode draad' begeleidt. 'Het beste verdienmodel is zoveel mogelijk garen te spinnen. Als we de techniek in Europa ontwikkelen; het hergebruik opschalen en de confectie voor een deel kunnen terughalen naar Europa, zie ik over enkele jaren meer spijkerbroeken in de rekken hangen met een hoger gehalte tweedehands denim.'

Bij Texperium in Haaksbergen voorspelt Peter Bos dat deze trend zelfs nieuwe kansen biedt voor de teloorgegane textielbranche in de regio.'Hier in Twente wordt veel sortering en scheiding van de textielsoorten uitgevoerd door mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt. Dat schept werk en biedt gemeenten en bedrijven kans aan verplichtingen van WMO-taken te voldoen.

'Binnen twee tot vijf jaar zal er een nieuwe branche ontstaan, ja, misschien wel een nieuwe Twentse tweedehandse textielindustrie.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden