Kruiend ijs op 'verwaterpercelen' in Yerseke kan 8 miljoen gulden aan mosselen wegvegen IJsgang op Oosterschelde treft handel meer dan kwekers

De Oosterschelde is dichtgevroren. Dat levert weliswaar imposante plaatjes op, maar de mosselliefhebber moet voorlopig genoegen nemen met diepvries-mosselen. De kwekers hebben weinig last van het ijs; de mosselhandel des te meer....

Van onze verslaggever

René Bogaarts

YERSEKE

Gorgelend en sissend spuit het water in de containers. Wanstaltige ijsklompen omarmen de dikke leidingen op de kade. Verkleumd zoeken scholeksters beschutting in een berg mosselschelpen, speurend naar iets eetbaars. De Oosterschelde is dichtgevroren, op zandplaten liggen metershoge ijsruggen.

Energiek draaft de 64-jarige Sander Zoeteweij met zijn bontgevoerde laarsjes over het spekgladde terrein van Prins & Dingemanse, een van de grootste mosselhandelaren in Nederland. Wijzend op de tientallen vastgevroren mosselschelpen zegt hij verontschuldigend: 'Normaal is het hier netjes opgeruimd hoor, maar door de vorst kan er helemaal niet gewerkt worden.'

De mosselhandel ligt stil. De 'verwaterpercelen', waar de handelaren hun mosselen tijdelijk opslaan, zijn sinds nieuwjaarsdag bedekt met een dikke laag ijs. Met een ijsbreker zouden ze wel toegankelijk gemaakt kunnen worden, maar dan nog is werken in de vrieskou vrijwel onmogelijk. Bovendien 'verwatert' een bevroren mossel niet: hij spoelt niet goed schoon, zodat er zand in achter blijft.

Daarom hebben de handelaren anderhalve week geleden besloten de handel tijdelijk stil te leggen. Zelfs valkenier Nico van Zandvoort, die sinds enkele jaren met zijn vogels de poepende meeuwen boven de mosselpercelen verjaagt, houdt zijn gemak. Hij laat de havik tijdens de rondwandeling op zijn handschoen zitten. 'Er is nu geen eer aan te behalen. Die meeuwen hebben het nu ook moeilijk.'

De vorst kost de handel miljoenen guldens, vertelt Zoeteweij, voorzitter van de vereniging van mosselhandelaren. Terug in het 'mosselkantoor', met een spectaculair uitzicht over de haven en de Oosterschelde, legt hij uit dat er vlak onder de kust bij Yerseke voor een kleine acht miljoen gulden aan mosselen ligt. 'Mosselen kunnen tegen vorst, die gaan niet zo gauw kapot. Maar als het ijs straks gaat kruien, heb je kans dat percelen net zo schoon zijn als deze tafel hier.'

Veilingmeester Hans Kosten voegt eraan toe dat veel mosselen vastvriezen. 'Als de schotsen straks gaan drijven, ben je die mosselen ook allemaal kwijt.' Het verlies schatten de twee op 15 procent. 'En dat is nog aan de lage kant.'

De handelaren lopen daarnaast een deel van hun omzet mis. 'We verspelen nu per week zo'n drie miljoen', zegt Zoeteweij. 'Dat zijn we kwijt, want de mensen gaan straks natuurlijk niet ineens meer mosselen eten. Maar dat behoort tot het normale bedrijfsrisico. Het seizoen loopt nog een maand of drie, het trekt wel weer aan.'

In tegenstelling tot de handelaren maken de kwekers zich helemaal niet druk. Volgens kwekersvoorzitter Jan Louwerse hebben zijn collega's en hij het grootste deel van hun oogst al verkocht. 'Wij hebben bovendien onze percelen op dieper water. Zo diep komt het ijs niet. Vervelend alleen is dat het werk blijft liggen en dat de stokken die onze percelen afbakenen, allemaal zijn weggeknapt. Dat kost drie tot vier weken extra werk.'

Zoeteweij, die vanaf zijn veertiende bij Prins & Dingemanse heeft gewerkt, ergert zich aan wat hij 'een ongeïnteresseerde houding' van Louwerse noemt. Maar als de handelarenvoorzitter even weg is, vertelt Kosten, die als veilingmeester een onafhankelijke positie inneemt, dat het seizoen voor de kwekers al niet meer kapot kan.

'Normaal halen de handelaren een gezamenlijke omzet van 90 tot 120 miljoen gulden. Nu hebben ze al een besomming, een omzet, van 95 miljoen. Nu er ijs ligt, is bovendien de kans kleiner dat hun kweekpercelen verderop in de Oosterschelde en in de Waddenzee beschadigen. In voorgaande jaren richtten stormen nogal wat schade aan. Wat er bij de kwekers nog aan mosselen ligt, zijn ze niet kwijt. Dat kunnen ze de komende maanden verkopen of ze kunnen wachten tot het volgende seizoen. De kans bestaat dat ze dan vijftig gulden meer per honderd kilo krijgen.'

Op de benedenverdieping van het mosselkantoor, waar vangsten gemonsterd en geveild worden, verzamelen zich 's ochtends en aan het einde van de middag handelaren en kwekers rond de koffieautomaat. Als Kosten het veilingsysteem uitlegt, luistert de 73-jarige Johannes Steketee glimlachend toe. Hij heeft zijn bedrijf met twee schepen, de YE 70 en de YE 170, overgedragen aan zijn zoons, maar hij komt elke dag nog even een kijkje nemen.

Het is zwaar en soms gevaarlijk werk, mossels vissen, beaamt Steketee. Als hij aan zijn sigaartje trekt, valt op dat hij een vinger mist. 'Da's drie jaar geleden pas gebeurd', zegt hij, 'toen ik een spaander hout bij de cirkelzaag vandaan wilde halen.' Met pretoogjes vertelt hij dat hij vorige week nieuwe handschoenen ging kopen. 'Maar volgens die juffrouw verkochten ze er geen met vier vingers'

'Maar ik ben wel helemaal doof aan de rechterkant', voegt hij er bijna trots aan toe. 'Dat is in '70 gebeurd. Een van de netten ging niet goed van boord. Toen ik uit de stuurhut sprong, viel ik plat naar beneden, op mijn hoofd. Evenwichtsbot gebroken.'

De ongeveer tachtig kwekers hebben goede jaren achter de rug, met jaarlijkse 'besommingen' van honderd miljoen gulden en meer. De resultaten daarvan zijn te zien in het mosseldorp Yerseke. De haven ligt vol met nieuwe schepen.

De welvaart is deels te danken aan het veilingsysteem. De prijzen schommelen hevig, per dag zelfs. 'Vroeger bleven schepen hier voor de haven dobberen, omdat de kwekers wisten dat de eerste lading de laagste prijzen kreeg', lacht veilingmeester Kosten. 'Handelaren bepalen in hun bankje wat ze voor een partij over hebben. De hoogste bieder wint, opnieuw bieden is verboden. Als handelaren een paar keer gemist hebben, worden ze zenuwachtig en gaan ze steeds hoger bieden.'

Sinds een paar jaar wordt geloot welke vangst als eerste geveild wordt. Bovendien worden de ladingen uit het voor- en achterruim apart geveild, om iedereen gelijke kansen te geven.

Minder goed is het de handelaren vergaan. Door de hevige concurrentie hebben de laatste jaren meerdere bedrijven het veld moeten ruimen. Vorige week heeft volgens Zoeteweij weer een handelaar te kennen gegeven ermee te willen stoppen.

'Er is teveel capaciteit. Op een paar honderd meter langs de dijk hier in Yerseke zit 97 procent van de handel. Grote bedrijven met een behoorlijke capaciteit. Die kunnen door de afnemers tegen elkaar uitgespeeld worden, zodat ze met steeds minder marge genoegen moeten nemen', verzucht Zoeteweij. Het aantal handelaren is gedaald tot een stuk of twintig, onder wie namen als Prins & Dingemanse, Roem van Yerseke en Barbé.

De consumenten hebben van die concurrentie kunnen profiteren. De afgelopen jaren zijn mosselen nauwelijks duurder geworden. 'Vijf gulden voor een kilo, dat is toch niet veel', prijst Zoeteweij zijn koopwaar aan. 'Daar heb heb je toch 250 gram vlees voor.'

De handel in Yerseke, de enige mosselveiling van Nederland, schommelt enorm. In 1991/'92 werd uit Nederland slechts 41 miljoen kilo aangeleverd - wat 84 miljoen gulden opleverde - zodat 28 miljoen kilo moest worden geïmporteerd. In 1994/'95 werd in de Oosterschelde en de Waddenzee 104 miljoen kilo opgevist, wat bij de kwekers toen maar 126 miljoen gulden binnen bracht. De import bleef in dat seizoen beperkt tot een kleine zes miljoen kilo.

Van de aanvoer ongesorteerde mosselen blijft overigens maar 70 procent over voor verkoop; de rest gaat verloren bij het verwateren of komt als onbetaald overgewicht ten goede aan de klanten.

Van de 100 miljoen kilo mosselen die vorig seizoen werd aangevoerd, goed voor 126 miljoen gulden, werd ruim een kwart geëxporteerd naar België, van oudsher grootafnemer van mosselen. In Nederland werd ruim 9 miljoen kilo verse mosselen afgezet. Volgens Zoeteweij stijgt de consumptie in Nederland. 'Vooral omdat steeds meer voetbal- en tennisverenigingen het gezamenlijk eten van mosselen ontdekt hebben.' Hij schat dat de consumptie in Nederland daardoor zo'n 10 procent is opgestuwd. 'Bovendien raakt men eraan gewend dat het seizoen al in juli, augustus begint.'

In het verleden was Frankrijk een belangrijke afzetmarkt voor de Nederlandse mosselvissers. Maar nadat de oesterteelt in dat land in de jaren tachtig werd getroffen door de ziekte bonamia, zijn veel Franse oesterkwekers overgestapt op mosselen. Nu trekt pas laat in het seizoen de vraag vanuit Frankrijk aan. 'Maar het vervelende is dat we nu niet kunnen leveren vanwege het ijs', zegt Zoeteweij.

Somber kijkt veilingmeester Kosten uit over de ijsvlakte van de Oosterschelde. 'Het hele veld is ijs nu, tot aan de dijk aan de overkant. Het ziet er niet naar uit dat we dat binnen een paar dagen kwijt zijn.'

Vorig jaar hadden de mosselhandelaren ook veel last van de vorst, maar toen slaagden ze er elke keer in mosselen van hun percelen op te vissen, die vervolgens gedurende een dag of twee in de containers op de kade 'verwaterd' konden worden. Dit jaar was de Oosterschelde ineens dichtgevroren en houdt de vorst lang aan.

'Wat we nodig hebben, is niet alleen dooi, maar ook een harde zuidwesten wind. Dan drijft het ijs naar de Zeelandbrug en komt het veld vrij', zegt Kosten. 'En dan hebben wij binnen twee uur weer mosselen aan de wal', denkt Zoeteweij optimistisch.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.