Kritiek op de Betuwelijn verloor bij voorbaat

Voorstanders van de Betuwelijn hadden vaak belang bij de aanleg ervan. Zij lieten hun gelijk bevestigen door bureaus die er ook weer belang bij hadden....

De belangrijkste politieke steunpilaren voor de Betuwelijn waren PvdA en CDA. Hanja Maij-Weggen was de CDA-minister die tijdens Lubbers III de Betuwelijn door de Tweede Kamer kreeg.

Ook de PvdA is altijd voor de spoorlijn geweest. Een belangrijke reden hiervoor was de positie van Rotterdam en de haven. Rotterdam moest een Mainport worden en er was bovendien veel geld beschikbaar voor infrastructuur vanwege gunstige aardgasbaten.

Tussen Rotterdam en politiek Den Haag bestond een levendige PvdA-arbeidsmarkt. PvdA-politici als Simons en Kombrink trokken na een Haagse carrière naar Rotterdam om daar wethouder te worden. Het ex-PvdA-Kamerlid Jaap Jelle Feenstra was tot 2002 partijwoordvoerder voor de Betuwelijn en is nu lobbyist voor de Rotterdamse haven voor dezelfde spoorlijn. Ook Rotterdams oud-burgemeester Bram Peper heeft de Betuwelijn in zijn Haagse tijd geen kwaad gedaan.

Tineke Netelenbos nam het als PvdA-minister tijdens Paars II fel op voor de spoorlijn. De druk waaronder ze stond, werd duidelijk toen ze stopte met de Noordtak, zonder eerst te overleggen met premier Kok, omdat 'hij het anders nooit goed had gevonden.'

Ex-VVD-kamerlid Blaauw gaf onlangs in de Volkskrant toe dat hij destijds onder grote druk stond om vóór te stemmen.

Behalve politiek, hadden ambtenaren over de Betuwelijn de touwtjes in handen. In de jaren negentig was Seen van der Plas de hoogste ambtenaar op het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Van der Plas was enkele jaren voor zijn benoeming voorzitter van de commissie die de spoorlijn op de agenda had gezet.

Roel Bekker, nu topambtenaar op het ministerie van VWS, was plaatsvervangend secretaris-generaal bij het ministerie van VROM. Bekker werd begin jaren negentig consultant voor het bureau Twijnstra Gudde en schreef daar invloedrijke onderzoeken over de Betuwelijn. In 1995 was Bekker secretaris van de commissie Hermans, die in 1995 na veel mitsen en maren positief adviseerde over de Betuwelijn.

De verwevenheid tussen ambtelijk Den Haag en de Rotterdamse haven is traditioneel sterk. Opvallend is dat de twee hoogste ambtenaren in Den Haag verantwoordelijk voor de Betuwelijn, Seen van der Plas collega en Roel den Dunnen (hoogste ambtenaar van VROM) allebei een kind hadden dat in dienst was van het Rotterdamse havenbedrijf. Sterker, de twee ambtenaren-kinderen hebben elkaar daar ontmoet, zijn getrouwd, en waren jarenlang verantwoordelijk voor de communicatie tussen het havenbedrijf en de ministeries in Den Haag.

Er is geen respectabel bureau op het gebied van verkeer en vervoer dat níet over de Betuwelijn heeft gepubliceerd. Honderden miljoenen euro's waren beschikbaar en de hele consultancy-gemeenschap leefde ervan.

Albert Pols, hoogleraar en tegenstander van de Betuwelijn vanaf het eerste uur, stelt dat hij de enige transportdeskundige in Nederland is die niet financieel afhankelijk was van de Betuwelijn. Alle toonaangevende bureaus - van McKinsey, Knight Wendling tot Nyfer van professor Bomhoff - hebben de Betuwelijn onderzocht. Bomhoff is het duidelijkste voorbeeld van de inzet van onderzoek door de Betuwelijn-lobby. Hij werd benaderd en betaald door het Rotterdamse havenbedrijf om een studie te schrijven die in ging tegen de negatieve conclusies van het Centraal Planbureau (CPB).

Het CPB was wel een belangrijke complicerende factor voor de Rotterdamse havenlobby. Tijdens ten minste één vergadering in Rotterdam werd het CPB de toegang ontzegd door de gemeente en het havenbedrijf, vanwege de aanhoudende stroom negatieve CPB-berichten over de spoorlijn.

De tegenstanders van de Betuwelijn stelden bitter weinig tegenover dit geweld. Acht hoogleraren, onder wie Pols en Heertje, hadden veel succes met een protestbrief over de Betuwelijn in 1998. Ze werden uitgenodigd door de Tweede Kamer om de brief toe te lichten, maar lieten verstek gaan. Slechts vier hoogleraren kwamen opdagen.

De binnenvaart, hét alternatief voor de spoorlijn, was te slecht georganiseerd om serieus te kunnen worden genomen. Bovendien kampten de binnenschippers destijds met een slecht imago na de blokkades van de grote rivieren vanwege de angst voor concurrentie met grote efficiënte schepen.

Als laatste heeft de milieubeweging ambivalent op de Betuwelijn gereageerd. Aanvankelijk was de milieubeweging voor de spoorlijn, want vervoer over spoor heeft de voorkeur boven vrachtvervoer over de weg. Een tegenbeweging kwam op gang vanwege de bouwschade aan de Betuwe. Maar toen was het al te laat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden