Column Teun van de Keuken

Kringlooplandbouw kan betekenen dat je de veestapel intact laat én drastisch inkrimpt

Wat is kringlooplandbouw? Daarover blijken de meningen nogal te verschillen. Dat is onhandig.

Ooit leerde ik op school bij natuur- en scheikunde hoe belangrijk definities zijn. Onze leraar scheikunde dreunde ze op. Hij werd ‘de pad’ genoemd, omdat hij er, nou ja, uitzag als een pad. Een jeugdig staaltje bodyshaming waar de honden tegenwoordig geen brood meer van lusten. De pad stond voor de klas en donderde: ‘Onder de Vanderwaalskrachten verstaan wij kwa! …’ ( deze kwaak moest een komma voorstellen) ‘zwakke tot zeer zwakke elektromagnetische krachten tussen de atomen van edelgassen of tussen moleculen, kwa!, genoemd naar de Nederlandse natuurkundige Johannes van der Waals.’

Die definities moesten we uit ons hoofd leren.

Als natuur- en scheikundigen begrippen gebruiken, dan weten ze waarover ze het hebben. Handig. In de rest van de wereld is de begripsverwarring enorm. Neem de voedselindustrie. Daar betekent vrijwel alles het omgekeerde van wat je ervan verwacht: puur, eerlijk, natuurlijk, authentiek en ambachtelijk. Ooit sprak ik een bakker die met één druk op de knop tienduizend broodjes per uur ambachtelijk bakte. De voedselindustrie kookt in hypermoderne fabrieken, maar wekt graag de indruk van ouwe omaatjes in pittoreske keukentjes.

En dan nu die kringlooplandbouw. Dat is een heel raar en verwarrend verhaal. Voor het televisieprogramma De Monitor sprak ik Martin Scholten van de Wageningen Universiteit en lid van de commissie-Remkes. Hij pleit voor een vorm van landbouw waarbij slimmer met grondstoffen wordt omgegaan en we moderne stallen gaan gebruiken waar urine van poep wordt gescheiden. Die poep wordt tot hoogwaardige mest verwerkt die weer kan worden gebruikt op het land. De invoer van voer en kunstmest worden nagenoeg overbodig. Techniek moet het probleem van stikstof- en CO2- uitstoot oplossen en de veestapel hoeft nauwelijks te worden ingekrompen. Dit alles noemt Martin Scholten kringlooplandbouw.

Ook sprak ik Ruud Zanders, de man achter eierproducent Kipster. Zijn visie komt overeen met die van Tjeerd de Groot van D66, u weet wel. Hij vindt het zonde dat grond waar je voedsel voor de mens zou kunnen verbouwen nu grotendeels wordt gebruikt voor veevoer. Dat is inefficiënt, want voor een kilo vlees is veel meer dan een kilo voer nodig. Het liefst verbouw je overal waar je mensenvoer kunt verbouwen alleen mensenvoer. Dieren zet je in zoals vroeger de varkens, die opaten wat er thuis overschoot. De voedselindustrie heeft nu zo’n dertig procent verlies. Voer dat wel is geproduceerd, maar uiteindelijk toch de winkel niet haalt. Zonde, maar als je dat aan de dieren geeft, heb je er nog wat aan. Zanders voedt zijn kippen nu al met dit soort voer. Op plekken waar alleen gras kan groeien, laat je koeien grazen. Dan kun je toch nog eiwitten uit de grond halen. 

In deze visie bepalen de hoeveelheid van dit soort grasland en voer uit de reststromen van de voedingsindustrie  hoeveel dieren je kunt hebben en hoeveel vlees we kunnen eten. De veestapel moet dus drastisch worden ingekrompen. Dit, u raadt het al, noemen Zanders en De Groot kringlooplandbouw.

Kringlooplandbouw waarbij de veestapel vrijwel intact kan blijven en kringlooplandbouw waarbij deze drastisch moet worden ingekrompen. Één begrip, twee totaal verschillende betekenissen. Komt tot een definitie, kwa!, dan weten we allemaal waarover we het hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden