Column Peter de Waard

Krijgt Trump van General Motors de kous op de kop?

Van de oude speciale band tussen autofabrikant General Motors en Amerika is weinig meer over, merkt nu ook president Trump.

Nadat president Charles Wilson van het machtige General Motors (GM) in 1953 werd benoemd tot minister van Defensie moest hij zijn aandelen in de autogigant verkopen. ‘Ik had daarover geen problemen verwacht’, zei hij in een hoorzitting in de Senaat, ‘want ik dacht wat goed is voor het land ook goed is voor General Motors en vice versa.’

De uitspraak ging een eigen leven leiden. De gevleugelde kreet ‘Wat goed is voor General Motors is goed voor Amerika’ werd gebruikt om de enorme macht van de big corporates in het kapitalistische Amerika te parafreseren. GM stond ook voor patriottisme. See the USA in your Chevrolet en Baseball, Hot Dogs, Apple Pie en Chevrolet karakteriseerden met verwijzing naar GM’s bekendste merk wat zo mooi was aan de VS.

Zelfs nadat GM als grootste bedrijf van de VS allang was overvleugeld door de olieconcerns, de banken, de voedselbedrijven en uiteindelijk de start-ups uit Silicon Valley (in april vorig jaar was de beurswaarde van Tesla zelfs hoger dan die van GM) bleef iedereen het bedrijf vereenzelvigen met het land. In 2008 was GM het enige grote concern dat samen met de banken door de overheid werd gered onder het mom van too big to fail.

Vervolgens investeerde het herboren GM – gekscherend Government Motors genoemd – vooral zijn geld in nieuwe fabrieken in het buitenland, terwijl in de VS 80 duizend banen werden geschrapt. In 2013 maakte GM bekend 11 miljard dollar te steken in een nieuwe fabriek in China waar bij 6.000 nieuwe banen werden gecreëerd, waarna Government Motors weer werd omgedoopt tot General Tso’s Motors – een verwijzing naar General Tso’s Chicken die de Chinese restaurants in de VS aanbieden. Amerikanen vreesden al binnenkort te zullen rijden in ‘Made in China’-Chevrolets.

GM trok zich daar niets van aan. Maandagavond kondigde GM aan nog eens vijf fabrieken te sluiten in Noord-Amerika, waardoor 14 duizend werknemers hun baan verliezen. President Trump, die juist meer banen wilde creëren voor de blauwe overalls in de autofabrieken door de grenzen dicht te gooien, kreeg de kous op de kop. Mary Barra, de ceo van GM, noemde de hogere staalprijzen door Trumps handelsoorlog een van de redenen. Die hebben de kosten met één miljard dollar doen oplopen. Maar in wezen heeft het te maken met veranderende omstandigheden in de auto-industrie. Amerikanen wisselen hun middenklassers in voor grotere SUV’s, waardoor veel merken van GM niet meer zo goed lopen. Ook moet GM zich net als Ford opmaken voor de grote transitie naar elektrische en zelfrijdende auto’s, als het daarin de boot niet wil missen. En ten slotte is verdere robotisering en automatisering noodzakelijk. En dat kan gemakkelijker in China dan in het eigen land.

Een politicus mag in deze tijd nog America First roepen en geen boodschap hebben aan de buitenwereld, een bedrijf kan dat zich niet langer permitteren.

GM heeft geen boodschap aan America First meer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.