Krijgt iedereen er 3 procent bij?

De vakcentrale FNV heeft de looneis verhoogd. Hoe belangrijk is deze looneis in de onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers? Zeven vragen over de looneis....

Frank van Alphen

Is een centrale looneis nog van deze tijd?

De vakbonden zijn de eerste om toe te geven dat één percentage voor alle branches niet realistisch is. Toch komen FNV en CNV, de grootste twee vakcentrales, elk jaar met een looneis. Aangesloten bonden mogen wel minder vragen, maar niet meer. Bonden die meer willen, moeten creatief zijn. Ze kunnen bijvoorbeeld tijdelijke extraatjes bedingen zoals een eenmalige toeslag of een bonus afhankelijk van de bedrijfswinst.

Is 3 procent veel?

Nee, in bijvoorbeeld Frankrijk en Engeland eisen de bonden meer. Verder is het maar de vraag of werknemers ook echt 3 procent krijgen. In de onderhandelingen wil al snel 0,5 procent sneuvelen. In veel economische langetermijnramingen wordt rekening gehouden met een jaarlijkse loongroei van 2 tot 2,5 procent. Pas als bonden jaar na jaar meer dan 3 procent vragen en krijgen, dreigen problemen. De politiek kan dan de koppeling van de lonen met de AOW en uitkeringen ter discussie stellen. Bovendien jagen dergelijke loonsverhogingen de pensioenpremies op.

Komen alle bonden met zo’n looneis?

Nee, MHP, de kleinste vakcentrale waarbij onder meer vakbond De Unie is aangesloten, heeft de centrale looneis al jaren afgezworen.

Wat vinden werkgevers van de centrale looneis.

Werkgevers vinden de looneis per definitie te hoog. Een structurele loonverhoging staat ze niet aan. Werkgeversorganisatie VNO- NCW vindt dat hoogstens de helft van de loonsverhoging een structureel karakter mag hebben. De rest moet bestaan uit beloningen die afhankelijk zijn van het bedrijfsresultaat.

Hoe komt de looneis tot stand?

De looneis is de uitkomst van een som met ingrediënten zoals de productiviteitsstijging en de inflatie. Bonden houden ook rekening met de koopkrachtontwikkeling. Ook kijken bonden naar de situatie op de arbeidsmarkt.

Vakbondskoepels presenteren rond Prinsjesdag het resultaat van hun berekeningen. Zowel CNV als FNV noemden in september 2,5 procent het maximum. Dit is een voorstel waarover aangesloten bonden zich nog moeten uitspreken.

Helpt die looneis?

Achteraf kunnen bonden berekenen hoeveel de lonen gestegen zijn. Dat is niet eenvoudig omdat de 1300 collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) verschillende looptijden hebben en er een baaierd van soorten loonsverhogingen is. Soms is het een absoluut bedrag in combinatie met een percentage. Bij de cao-onderhandelingen voor rijksambtenaren steggelen bonden en werkgevers nu bijvoorbeeld over 2,5 procent loonsverhoging en een 2,5 procent hogere eindejaarsuitkering.

Willen de vakbondleden altijd meer loon dan de top van de vakbond?

Nee, meestal gaan de aangesloten vakbonden akkoord met de voorgestelde loonsverbetering. Vorig jaar was ook een uitzondering. Toen schroefden FNV-leden de looneis op van 1,5 procent naar 2 procent.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden