Kredietcrisis nog lang niet voorbij

Wonderlijk is wel het minste dat je van de kredietcrisis in de financiële wereld kunt zeggen. Die beleefde deze week weer een nieuw hoogtepunt toen centrale banken over de gehele wereld, met voorop de Europese ECB en de Amerikaanse Fed, hun eerste gezamenlijke interventie op de financiële markten sinds ‘11...

Terwijl president Nout Wellink van De Nederlandsche Bank en zijn collega’s sombere woorden spraken (‘de tweede crisisgolf lijkt ernstiger dan de eerste’), konden consumenten alleen maar constateren dat zij van die crisis niets merken. De getallen over verdampende miljarden bij de banken mogen dan nog zo spectaculair zijn, het gemiddelde huishouden voelt vooral dat het met de reële economie goed gaat. Ook de gestaag oplopende inflatie, die inmiddels tot boven de 3 procent is geklommen, wordt nog niet als spelbreker ervaren.

Wonderlijk aan deze crisis is verder dat niemand over omvang en duur iets zinnigs kan zeggen. Sinds het uitbreken ervan in de voorbije zomer buitelen de miljardenverliezen op gezette tijden over elkaar heen. Het enige dat vooralsnog vast staat, is het ongelijk van de optimisten die het einde van de crisis na de eerste golf voorspelden.

Opmerkelijk is dat ook de centrale banken geen helderheid kunnen verschaffen over de crisis in de sector waarover zij waken. Valt daaruit ook hun falen af te leiden?

Bankpresident Wellink gaf deze week al wel toe dat ‘de internationale gemeenschap’ tekort was geschoten: het toezicht op de financiële sector door centrale banken is onder de maat gebleven doordat te lang is gewacht met invoering van de zogeheten ‘Basel II’- afspraken. Die stellen extra kapitaaleisen aan banken, waardoor hun manoeuvreerruimte afneemt om met nieuwe financiële instrumenten te spelen – één van de oorzaken van de kredietcrisis. Dat ‘Basel II’ nu alsnog op 1 januari wordt ingevoerd, is niet meer dan een doekje voor het bloeden.

Maar de rol van de centrale banken in deze crisis beperkt zich niet tot het toezicht. Zij waren ook verantwoordelijk voor een royaal monetair beleid. Het bankwezen kon daardoor over even royale geldstromen beschikken – een open invitatie om zich in financiële creativiteit uit te leven.

Nu de crisis een feit is, tonen de centrale banken aan geen grip op de financiële markten te hebben. Hun gezamenlijke interventie leidde aanvankelijk tot een opleving van de beurzen, maar al snel kreeg het wantrouwen in de financiële sector weer de overhand. De rente die banken elkaar berekenen, de eerste indicator voor hun onderlinge verhoudingen, blijft onverminderd hoog. De geruststellende werking die van de interventie uitging, werd al snel teniet gedaan door de angst voor een crisis, die zo’n zware interventie kennelijk rechtvaardigt.

Ook in de laatste weken van 2007 zullen de consumenten nog geen last ondervinden van de kredietcrisis. Of dat in 2008 zo blijft, valt te betwijfelen nu het vertrouwen van consumenten en producenten wordt ondermijnd en daarmee de economische groei. Stagneert die komend jaar daadwerkelijk bij toenemende inflatie, dan gaat iedereen de gevolgen van de kredietcrisis alsnog voelen.

Reageren? volkskrant.nl/commentaar

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden