columnpeter de waard

Komen grote spaarders nu met claim van 30 miljard?

null Beeld
Peter de Waard

Ineens is de toeslagenaffaire klein bier. Zo’n 1,5 miljoen Nederlanders blijken door de fiscus te zijn uitgeknepen in de zogenoemde box 3 van de aangifte inkomstenbelasting. Zij hebben jarenlang belasting moeten betalen over rendement dat ze helemaal niet hebben genoten.

Wie zijn hele vermogen van vijfhonderdduizend euro op een Oranje-spaarrekening bij ING had staan, bijvoorbeeld omdat er zuinig was geleefd of een eigen zaak was opgedoekt, werd een poot uitgetrokken. Vanaf eind 2017 was de rente daarop 0,05 procent, in 2018 werd die verlaagd tot 0,03 procent en in 2019 tot 0,01 procent. Oftewel: dat leverde in die jaren respectievelijk 250 euro, 150 euro en 50 euro rente op.

De fiscus gaat er echter steeds van uit dat een rendement van 4 procent werd behaald, waarop tot 2016 – na een kleine vrijstelling – 30 procent belasting moest worden betaald. Dat was toen 6.580 euro. Daarna kwam er een meer gevarieerd tarief, waarbij kleine spaarders minder hoefden af te dragen dan grote. Maar voor iemand met vijf ton kwam de aanslag steeds uit rond de 6.000 euro.

En de schadepost is alleen maar erger geworden. Want wie nu vijf ton bij ING spaart, krijgt geen rente meer, maar betaalt 2.250 euro aan boeterente. En zelfs als het verlies aan koopkracht door de inflatie niet wordt meegenomen, is dit een verarming op ongekende schaal.

Nu zijn de 1,5 miljoen Box 3-gedupeerden heel wat minder beklagenswaardig dan de 50 duizend slachtoffers van de toeslagenaffaire. De eerstgenoemde groep behoort gezien het spaarsaldo tot de bovenlaag van welvarende Nederlanders. Vaak – lang niet altijd – hebben ze ook andere beleggingen zoals aandelen en cryptovaluta waar wel fors op is verdiend. Als die allemaal voor gemiddeld 20 duizend euro zouden moeten worden gecompenseerd wordt er bij Wopke Hoekstra of zijn opvolger al gauw een rekening neergelegd van 30 miljard euro.

De fout van de vermogensrendementsheffing is de naam: die suggereert dat er belasting wordt geheven over het rendement en niet over het vermogen. Daarom wordt ook wel gesproken van spaartaks. Maar economisch was het bedoeld als opvolger van de oude vermogensbelasting. Alleen is dat juridisch niet geregeld. Doordat een fictief rendement van 4 procent over het vermogen als leidraad werd genomen, leidt het tot onrechtvaardigheden.

Burgers die gigantische speculatiewinsten van vele tientallen procenten behalen op aandelen of vastgoed worden niet zwaarder aangeslagen dan burgers die de voorzichtigheid zelve zijn en maar 0,01 procent krijgen op een spaarrekening. PvdA-staatssecretaris Willem Vermeend was in 2001 de geestelijk vader van de vermogensrendementsheffing. Hij kon op dat moment niet vermoeden dat de rente ooit onder de 4 procent zou komen. Maar toen na 2010 de rente langzaam weggleed tot in negatief territorium hadden de kabinetten Rutte het juridische gat moeten dichten. Nu dit niet is gedaan zitten ze met de gebakken peren: een nieuwe affaire die net zo lang, zo niet langer, kan doorzeuren als de toeslagenaffaire. De Hoge Raad tikte Rutte hierover op de vingers, de zoveelste klap in het gezicht van de premier.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden