Koken op de camping

Een skottelbraai met hulpstukken of een vederlichte Jetboil. Het maakt nogal uit of je je fornuis meezeult op je rug of achter in de caravan....

Alles op de rug

Er zitten immense verschillen tussen het mini-benzinevergassertje en de luxe skottelbraai met barbecue-opzetstuk, grilplaat en paellapan. In afmeting en prestatie dan, want gek genoeg maakt het in prijs niet zoveel uit. Lichtgewicht kookmateriaal voor rugzakkampeerders kan net zo duur zijn als een uitgebreide kampeerkeuken voor de geoefende buitengastronoom.

De keuze voor het juiste kampeerfornuis hangt af van het soort vakantie. Wie alles op zijn rug gaat dragen, let vooral op het gewicht. Wie dan ook nog hoog de bergen in gaat, moet er bovendien rekening mee houden dat een brander op hoogte minder presteert en dus extra krachtig moet zijn.

Kooktoestelletjes voor backpackers zijn er in twee categorieën: op gas en op vloeibare brandstof. Het bekendste merk voor gas is Campingaz. Er zijn vele modelletjes verkrijgbaar, met en zonder handige piëzo-ontsteking, vanaf iets meer dan 20 euro. De oude schroefsluiting is vervangen door een ventielaansluiting, die maakt het mogelijk om de brander af te koppelen zonder dat het gas uit het tankje loopt. Nadeel van gas is dat je reservetankjes bij je moet dragen, die eenmaal leeg, afval vormen dat je ook weer mee moet nemen.

Een aparte categorie is de Jetboil (85 euro), een gasbrandertje met afneembare beker. Het rendement is hoog: water kookt al binnen een minuut, maar een pan past er niet op. Echt iets voor diehards in het hooggebergte.

Populair bij rugzakkamppeerders zijn vergassers van vloeibare brandstof zoals benzine. Het voordeel van benzine is dat het voor de te leveren energie minder ruimte inneemt dan brandstof in gasvorm. Benzinebranders hebben een pompje. Daarmee creëer je overdruk in de tank waardoor de vloeibare brandstof als gas naar buiten komt.

De oude Primus bestaat nog steeds, maar Coleman en MSR zijn marktleider. Ook hierin zie je een tweedeling. Allereerst is er de categorie (vanaf 60 euro), die alleen werkt op speciale ‘witte benzine’, zoals Coleman Fuel. Die is ook in het buitenland verkrijgbaar. Daarnaast zijn er ‘multi-fuel’ modellen (vanaf zo’n 90 euro), waarin meerdere brandstoffen kunnen worden gebruikt, zoals loodvrije benzine, dieselolie, soms ook loodhoudende benzine. Afhankelijk van de brandstof en de manier waarop het is verpakt – vaak plastic flessen – kan er explosiegevaar bestaan. Dichte gastankjes zijn minder kwetsbaar.

Over het algemeen geven vergassers meer hitte af dan gasbranders, maar dat hangt ook af van de gebruikte brandstof; diesel en zeker spiritus zijn minder effectief.

Eenvoudig maar degelijk

Wie niet op gewicht hoeft te letten, kiest dikwijls voor de kooktoestellen met een navulbare gastank of ‘cilinder’, zoals fabrikanten zeggen. Op een cilinder zit statiegeld. De eerste aanschaf is duur, maar is hij leeg, dan ruil je hem voor niet te veel geld om voor een volle. Ander voordeel: het gas in een navulbare tank heeft meer druk dan in een wegwerptankje en is naar verhouding goedkoper. En je hebt geen afval.

Het eenvoudigste kooktoestel is een brander die op een flinke statiegeldtank geschroefd wordt, zoals de ‘Enkele Brander’ van Campingaz (28,50 euro). Het is een al decennialang bestaand model met vier ijzeren pootjes waarop de pan kan staan. Met zijn bescheiden vermogen van 1350 watt is hij echter allang ingehaald door het nieuwere model Super Carena R (47 euro). Dat heeft een windschermpje, maar is toch klein en levert maar liefst 3000 watt. Ter vergelijking: een normale gasfornuispit levert ongeveer 2000 watt.

Één pit is maar één pit. Natuurlijk kan de handige koker daar van alles op klaarmaken (het stapelen van kookpannen is het eerste dat je moet leren als culinair kampeerder), maar twee pitten koken wel zo prettig. Ook dat kan simpel en bescheiden. De Service Plus van Campingaz (63 euro) is alweer zo’n model dat de tand des tijds heeft doorstaan vanwege zijn eenvoud en degelijkheid. Het is een brug met twee pitten die op een gastank wordt geschroefd. Aan de uiteinden zitten draadstalen steunen waarmee het toestel op de grond staat. Lekker stabiel, zolang de ondergrond vlak is, want de poten kunnen niet gesteld worden.

Nog eenvoudiger is de Meva Amorak (41 euro), die geen pootjes heeft en alleen op de tank rust. Riskant als je er een zware pan op zet, omdat het ding zomaar kan omkiepen. Erger is dat het vermogen zwak is en het apparaat volgens een test in de ANWB Kampioen van april 2006 (op internet: kampioen.nl) te veel koolmonoxide produceert, wat in een gesloten tent gevaarlijk kan zijn.

Koken met comfort

Een treetje hoger dan het kleine opvouw- en opbergbare spul komen we uit bij de tafelmodellen en ‘kampeerkeukens’. Het eerste is een kookplaat die op een tafel moet staan, het tweede is een apparaat dat op zijn eigen poten staat. Deze kooktoestellen worden met een rubberen slang en een drukregelaar (apart aan te schaffen) op de gastank aangesloten. Behalve op Campingaz kunnen ze ook op andere tanks worden aangesloten zoals de grote en voordelige butagasflessen die in caravans vaak worden gebruikt. Veel caravanners koken buiten omdat het snel erg warm wordt binnen.

De meeste modellen hebben twee pitten, sommige drie. Nutteloos, want ze zitten zo dicht op elkaar dat je er nooit drie pannen tegelijk op kunt zetten. De Campingaz Lagon L kwam uit een test als de beste naar voren (47 euro). Het is een stevig model met deksel dat tevens een beetje als windscherm dienst doet. De pitten zijn goed regelbaar, wat allerminst standaard is.

Onze favoriet is de Campingaz Camping Kitchen (75 euro), die een ‘kast’ van doek heeft om de poten, waarin etenswaren bewaard kunnen worden, buiten bereik te houden van ongedierte. Het apparaat kan tot een handig pakket worden samengepakt. De branders hebben een goed vermogen van 2200 watt.

Wie om wat voor reden dan ook (zoete herinneringen?) verknocht is aan vergassers van vloeibare brandstof, kan van Coleman zelfs een kloek tafelmodel met twee pitten krijgen (de 424 700 E, 150 euro). Het apparaat levert weliswaar veel hitte maar werkt onhandig en stoot veel koolmonoxide uit.

Braaien

De skottelbraai heeft In een paar jaar tijd de harten van de Nederlandse kampeerders veroverd. Het idee van de skottelbraai komt uit Zuid-Afrika. De eerste modellen, die nog maar een paar jaar oud zijn, bestond uit schotels op een steel die direct op een zware Campingaztank werden geschroefd. Een grote brander gaf hitte onder de ‘wok’ met een doorsnee van 50 of 60 centimeter, waarin eten verhit kon worden. Ze zijn nog steeds te koop (69 euro).

Maar in de tussentijd zijn er veel mooiere modellen bijgekomen, stabieler omdat ze op drie poten staan, en met verwisselbare opzetstukken, zoals een barbecue, een grilpan en een ‘paellapan’ die anders dan de skottel niet hol is maar vlak. Als je alle accessoires koopt, met hoezen, heb je twee omvangrijke pakketten die al gauw meer plaats innemen dan een modale bijzettent. En dan nog kun je geen pan water koken.

Let bij de aanschaf van een skottelbraai op het vermogen. Er zijn goedkopere modellen van niet meer dan 2000 watt, beslist onvoldoende om zo’n enorm vlak te verhitten. Er zijn ook branders van 3000 watt en de Carri Chef van Cadac (met alle toeters en bellen 179 euro) levert zelfs 3600 watt. Maar dan nog kan je niet echt spreken van roerbakken: als je veel ingrediënten in de skottel legt, is de hitte zo gering dat het uitlopende vocht niet verdampt, zodat de boel gaat koken in plaats van bakken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden