Knabbelen aan een grasspriet

In Nederland wonen ongeveer 12 miljoen varkens. Een half procent daarvan wordt biologisch gehouden, de rest regulier. Mac van Dinther trok drie maanden op met een regulier varken (Eva) en een biologisch (Ada), en schrijft daarover in een vierdelige serie....

De eerste keer dat ik Ada ontmoette was op een stralende maandag in september. De zon scheen op de velden rond Heino, ‘parel van Salland’, waar de maïs manshoog stond en de pompoenen oranje lagen te glanzen tussen hun groene blad.

Ik baande me samen met Jan Overesch een weg door een stal met veertig varkens, die van alle kanten aan ons zaten te plukken, trekken en duwen. Ik had handen en voeten nodig om ze van me af te houden. Als je hier flauwvalt, vreten ze je op, waarschuwde Jan. Niet uit kwaaiigheid. Maar zo zijn varkens. Grof in de omgang en aartsnieuwsgierig.

We zochten het beste varken van stal. ‘Let op de hammen’, zei Jan. Er kwamen er meer in aanmerking, maar Ada was de mooiste. Een pracht van een varken met een roze huid, zilvergrijs rughaar, donkere ogen en een perfecte krulstaart boven een fraai stel billen.

Ik noem haar Ada, zei ik tegen Jan. Hij keek me bedenkelijk aan door zijn zwart omrande bril. ‘Wordt dat niet wat al te persoonlijk?’ Ja, want zo wilde ik het.

Zoals Eva had gedaan voor het reguliere varken, zo zou Ada me laten zien hoe een biologisch varken in Nederland wordt geboren, leeft en sterft. En na haar dood zou ik haar eten, samen met Jan. Want daarvoor was Ada in de wieg gelegd: om gegeten te worden.

Toen we haar uitzochten, woog ze zestig kilo. Dat betekent dat ze begin mei geboren moet zijn. Wanneer precies kon Jan niet zeggen. Waarom ook? Jarig zou ze toch nooit worden. Een vleesvarken wordt maar zes maanden.

The Doors

The Doors
Ada’s wieg stond in een ‘kraamhok’, vlak bij de plek waar ze groot werd: een ruimte van 2 bij 2,5 meter met een vloer van beton, bedekt met stro. In de achtermuur is een luik naar buiten. Ze kwam ter wereld op muziek van The Doors of Pink Floyd, want de radio in de stal staat afgestemd op Arrow Classic Rock, Jans favoriete zender.

The Doors
Hoogstwaarschijnlijk komt Ada uit een groot gezin, want dat is typisch voor de biologische varkenshouderij. De biggen blijven zeven weken bij de moeder, veel langer dan in de gangbare varkenshouderij. Daar krijg je stevige jongen van. Dat moet, want biologische varkens komen al van kleins af aan buiten.

The Doors
Omdat ze haar jongen langer zoogt, kan Ada’s moeder minder vaak baren. Hooguit twee keer per jaar, terwijl haar gangbare zusters 2,5 keer per jaar aan de bak moeten. Net een bus, zegt Jan: ‘Er zit altijd volk in.’ Tussen de bevallingen door kan ze luieren in het stro van de potstal of zich verpozen in het naastgelegen weiland met modderbad. Van alle varkens in Nederland heeft Ada’s moeder misschien wel het beste leven.

The Doors
Maar de moederlijke idylle heeft een grimmige keerzijde. Omdat ze beter zijn uitgerust krijgen biologische zeugen meer jongen. Worpen van zestien zijn geen uitzondering, terwijl een zeug hoogstens twaalf biggen kan zogen. Vier schieten over.

The Doors
En omdat een biologische zeug vrijer kan bewegen, is de kans ook groter dat ze op een van haar jongen neerploft. ‘Doodliggen’, zoals het pletten van biggen door de moeder wordt genoemd, is in de biologische varkenshouderij een nog groter probleem dan in de gangbare varkenshouderij.

The Doors
Jan wijst op een zeug die nieuwsgierig met haar voorpoten op het hek leunt. Boven haar hoofd hangt een formulier waarop staat dat ze al vier biggen is verloren. ‘Doodligger’, is er met de hand op geschreven. Die moet weg, zegt Jan. ‘Leuke zeug, maar een onbenul.’ Zeugenvlees is te taai voor karbonades. Dat gaat in de worst.

The Doors
‘Kom kijken naar de varkens!’, staat er op borden voor het bedrijf van Overesch. Als ik het erf op loop, zie ik varkens: vleesvarkens kijken me na vanuit hun buitenhok, een zeug heft haar hoofd nieuwsgierig op terwijl haar biggetjes paniekerig naar binnen stuiven.

The Doors
Het is koffietijd en dan zit iedereen in de woonkeuken, het epicentrum van de boerderij. Op een vloer van plavuizen staan houten stoelen rond een grote tafel. Tegen de muur is een lang aanrecht. Daarboven hangt een schilderijtje van een varken. In de hoek op de grond staat een tv met een tweezitsbankje ervoor.

The Doors
Het is er meestal druk. De plek naast Jan (59) is voor zijn echtgenote Mariet (54). Tegenover haar zit hun oudste zoon Rick (28), die later het bedrijf wil overnemen. De stoel naast hem is voor Rudy (24), die in vaste dienst is en vrijt met Alice (22), de dochter van Jan en Mariet. Soms schuift ook hun jongste zoon Rob (20) aan.

The Doors
Verder komt er altijd wel een parttimer of een stagiair mee naar binnen voor een boterham met biologisch vlees of Fair Trade hagelslag. Om de tafel drentelt Duuk, een Duitse staander.

The Doors
Met zijn allen runnen zij een gemengd bedrijf: 110 zeugen, 700 vleesvarkens en 85 hectare akkergrond. Ze verbouwen biologische groenten voor mensen en graan voor de varkens. Eenderde van het voer komt van eigen grond. De mest van de varkens gaat op het land. Zo is de kringloop rond.

The Doors
Daar draait het om bij de biologische varkenshouderij, zegt Jan. Iedereen heeft het altijd over dierenwelzijn. Maar er komt veel meer bij kijken: het voer dat de beesten krijgen, de manier waarop het land wordt verbouwd en de mest wordt verwerkt. Dat hangt allemaal aan het varken vast.

The Doors
Aan de dood in het kraamhok ontsprongen, verkast Ada na een week of zeven naar een van de biggenhokken. Ze weegt dan ruim negen kilo. Tijdens de verhuizing krijgt ze haar oormerk in. En dat is het, zegt Jan. Geen staartbranden, geen tandjes slijpen, geen inentingen. Antibiotica mag een biologisch varken hoogstens één keer in haar leven toegediend krijgen. Liever niet.

The Doors
De biggenhokken zijn een vrolijke bende. De varkentjes wonen met zijn veertigen in een stal van 10 bij 2,5, met een uitloop van 5,5 meter. Ze zitten elkaar achterna in het stro, spelen met een lekke bal of kluiven op maïskolven. Zolang ze bezig zijn, bijten ze niet in elkaars staarten, een groot probleem in de gangbare varkenshouderij.

The Doors
Het is slechts een korte tussenstop op weg naar de laatste halte: de vleesvarkensstal. Tegen de tijd dat ze daar arriveert, is Ada ongeveer drie maanden en weegt ze zestig kilo. Ze zal hier blijven tot ze het dubbele weegt. Dat duurt nog eens drie maanden.

The Doors
De vleesvarkensstal is aan de andere kant van het erf, dat een opgeruimde indruk maakt. Balen hooi liggen strak verpakt in mintgroen plastic, er staat een tractor, een eg en een ploeg. Naast het woonhuis is een winkeltje waar klanten uit de buurt hun groentepakket afhalen. Op de diepvries zitten stickers van Wakker Dier.

The Doors
Helemaal achteraan staat Stal 8, de vleesvarkensstal. Het is een grote loods met een groen puntdak en een brede gang in het midden. Aan elke kant zijn zes stallen. Ada zit in de eerste links. Als ik de plastic tochtlappen wegduw, zie ik haar zitten. Met veertig soortgenoten, mannetjes en vrouwtjes door elkaar, deelt ze een ruimte van 7 bij 8 meter. Buiten is een uitloop van 5 bij 8. Elk varken heeft 2,5 vierkante meter voor zichzelf. Op de vloer ligt een dikke laag stro.

The Doors
Terwijl ik kijk, stroomt er voer in de lange metalen trog die midden door de stal loopt. De varkens staan bil aan bil om hun portie op te schrokken. Het dieet van een biologisch varken is bijna hetzelfde als dat van een gangbaar dier, maar dan van biologische teelt en gentech vrij: granen, sojaschroot, raapzaad. Wel krijgen ze meer ruwvoer, zoals stro.

The Doors
Eigenlijk was hij helemaal geen boer, zegt Jan als ik hem op een middag alleen aantref. Rudi en Rick zijn broccoli aan het snijden, Mariet spuit de kraamhokken schoon. De groene overall floddert rond zijn magere lijf, hij draagt er een oud Hugo Boss-shirt onder.

The Doors
Jan was inkoper voor een winkel in huishoudelijke artikelen. Zijn oudste broer runde het bedrijf na de dood van vader. Maar na een tijdje had de broer er genoeg van. Jan, die altijd al iets voor zichzelf wilde beginnen, kocht de boerderij over in 1974.

Net hondjes

Net hondjes
Het liefst wou hij koeien, maar daar had hij niet genoeg grond voor. Dus werden het varkens. Varkens zijn ook leuk, zegt Jan. Het zijn intelligente beesten. Net hondjes, ze herkennen je aan je geur en de manier waarop je loopt. Als er een vreemde aan komt, weten ze dat. Jan loopt wel per ongeluk eens in zijn nette kleren de stal binnen. Dan schrikken ze.

Net hondjes
Jan begon als gangbare boer. Dat ging best, maar er knaagde altijd iets; iets dat zei dat het anders moest. Met groenten schakelde hij het eerst over, omdat ze genoeg hadden van gif spuiten. In 2001 werden ook de varkens biologisch.

Net hondjes
Jan weet nog goed hoe het was om gangbaar te zijn. Het voelde niet goed. Dichte stallen waar niemand in mocht uit angst voor ziekten. Varkens die nooit buiten kwamen. Een varken weet niet beter, zeggen gangbare boeren. Dat is recht praten wat krom is, vindt Jan. Mensen gaan toch ook graag naar buiten? Zou een varken dat dan niet willen?

Net hondjes
Het kostte een jaar om het bedrijf om te bouwen. Het moeilijkste vond hij het om de controle uit handen te geven. Als gangbare boer wil je alles in de hand houden: wanneer de zeugen ‘berig’ worden, wanneer ze biggen werpen. Als ze zich niet aan het schema houden, geef je ze een spuitje. Het is net een fabriek, zegt Jan. Het varken moet zich maar voegen. Op een gegeven moment ga je dat normaal vinden, zegt Jan. ‘Maar dat is het natuurlijk niet.’

Net hondjes
Geleidelijk leerde hij los te laten. Eerst wou hij nog een klaphek in de wei maken zodat zijn zeugen ’s avonds binnen zouden blijven. Nu laat hij ze maar gaan. Het is nog steeds hard werken, benadrukt hij. Ze zijn zes dagen per week in touw. Maar het is stukken leuker zo.

Net hondjes
Na een aantal bezoekjes krijgt Ada door dat ik haar heb uitverkoren. Ze komt vaak als eerste naar me toe als ik de stal in stap. Samen genieten we van een mooie zomeravond. Uitkijkend over het maïsveld achter de stal rook ik een sigaar, terwijl zij knabbelt aan het gras dat over de rand uitsteekt. Een keer neem ik eikels voor haar mee. Ze worden dankbaar in ontvangst genomen.

Net hondjes
Week na week zie ik Ada groeien. Zou ze gelukkig zijn?, vraag ik Jan op een middag in de werkplaats, waar jonge katten hun nest hebben in de bak met vuile overalls. Hij schokschoudert. Hoe zie je of varkens gelukkig zijn? Als ze óngelukkig zijn, kun je het wel zien. Dan laten ze hun oren hangen. Dat doet Ada niet.

Net hondjes
Half oktober, als de maïs is geoogst en de laatste pompoenen worden binnengehaald, heeft Jan een schokkende mededeling: Ada wordt te dik. Dat wil zeggen, ze is eerder slachtrijp dan Jan had verwacht. Als we wachten tot eind november, de vastgelegde slachtdatum, is ze te zwaar.

Net hondjes
Het luistert nauw, zegt Jan. Een biologisch varken mag schoon aan de haak minimaal 80 en maximaal 110 kilo wegen. Valt ze daarbuiten, dan wordt ze als gangbaar verkocht. Dat scheelt gauw honderd euro per varken. Ook de biologische consument wil steeds dezelfde karbonades. Jan verontschuldigt zich: hij had beter moeten opletten.

Net hondjes
Als ik een week later terugkom, is Ada naar de slachterij gebracht en kiezen we een nieuwe uit: Ada 2. Vier weken jonger, ook mooi roze, ook vrolijk, ook goed van hammen, maar het is niet hetzelfde.

Net hondjes
Ada 2 maakt me nog wel een keer aan het lachen als Rudy een nieuwe baal stro in het hok kiepert. De dieren storten zich erop als uitgehongerde kinderen op een berg snoep. Ada 2 neemt er prominent aan deel. Trots als een overwinnaar staat ze boven op de berg stro, snuivend van genot.

Net hondjes
Eind november ga ik langs om afscheid te nemen. Ze ziet er goed uit, zegt Jan als ik de keuken in kom. Ze hebben haar een week eerder gewogen. Toen woog ze 115 kilo. Dat zullen er inmiddels zo’n 125 zijn.

Net hondjes
Samen lopen we naar de stal. Het klinkt gek, zegt hij, maar dit deel van zijn werk stuit hem tegen de borst. Het hoort erbij, hij weet het, en hij heeft het al honderden keren meegemaakt, maar hij blijft het vervelend vinden. ‘Een plant maaien vind ik toch iets anders dan een varken slachten. Ik kom niet graag bij de slachterij.’ Toch is het daar waar Ada heengaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.