Het spel en de knikkers Frank Kalshoven

Klimaattikkie, of hoe de CO2-heffing in je voordeel kan werken

Maar hoe zit het dan met het buitenland? Als we CO2-belasting heffen, verdwijnen de energieslurpende bedrijven dan niet uit Nederland? En gaan wij dan geen staal, chemie en energie importeren die gemaakt is met vervuilendere technieken dan nu in Nederland worden gebruikt? Is de planeet dan per saldo niet slechter af?

Deze prangende vragen lagen in allerlei variaties afgelopen weekeinde in mijn mailbox (dank!), nadat ik vorige week over het ‘klimaattikkie’ schreef dat we dit het beste kunnen voldoen door middel van een CO2-belasting. Wij consumenten moeten de rekening betalen – wij zijn de vervuilers – en dat gaat prima als we energieslurpende industrie een CO2-heffing laten betalen. Zo’n heffing komt namelijk uiteindelijk terug in de prijzen van producten en diensten.

Beste oplossing? Wereldwijde CO2-heffing. Op een na beste? Europese heffing. Op twee na beste? Noordwest-Europese heffing. Op drie na beste? Een Nederlandse heffing. Ja, ik verklaar me nader.

In Europa bestaat al het emissiehandelssysteem. Grote energieverbruikers krijgen of kopen het recht om COuit te stoten. Dat gaat per ton. Er is een tweedehands markt voor deze rechten, zodat we kunnen zien wat de marktprijs doet van een ton CO2. Die prijs schommelde jarenlang rond een (belachelijk lage) 5 euro per ton, maar de afgelopen jaren zit er beweging in. Een ton kost nu een euro of twintig.

Als we het in Nederland over een CO2-belasting hebben, dan bedoelen we: boven op die marktprijs. Nederland zou kunnen bepalen dat een ton 40 euro moet kosten, en dat er boven op die marktprijs van 20 euro nog 20 euro belasting geheven wordt. Stijgt de prijs naar 30 euro, dan daalt de belasting naar 10. Zo ontstaat een prijsbodem. In Nederland, maar niet in de rest van Europa.

En ja, dan is die hele buitenland-riedel (in principe) valide. Nederlandse tonnen staal worden duurder dan (zeg) Poolse; Polen winnen marktaandeel terwijl ze inferieure milieutechniek gebruiken; bedrijven zullen uitbreidingsinvesteringen liever in Polen dan in Nederland doen; et cetera.

Maar hier is nog wel meer over te zeggen. De cruciale vraag is: wat zal de (Europese) CO2-marktprijs zijn op een wat langere termijn? Weten we niet precies. Wat is de richting? Overduidelijk: omhoog. Klimaatakkoord van Parijs immers.

Als dit klopt, is CO2-efficiënte productie van staal, chemie, stroom dus op afzienbare termijn een marktvoordeel. Als internationale concerns (want hierover hebben we het) zich de vraag gaan stellen: in welk land zullen we eens investeren in de technologie van de toekomst? Dan is het antwoord: in dat gekke Nederland, waar ze nu al 40 euro per ton CO2 rekenen als minimumprijs. Dan rollen we het later, als het allemaal werkt, wel uit in de rest van Europa dan wel de wereld.

Dit effect – bedrijven investeren graag in Nederland in CO2-efficiënte productie – kan worden versterkt door de CO2-belasting in een Innovatiefonds te stoppen. Bedrijven die investeren in schone technologie kunnen er een bijdrage uit krijgen. Op = op. Geheven CO2-belasting = uitgekeerde innovatiesteun.

Met zo’n Innovatiefonds erbij, werkt de CO2-belasting als een verdubbelaar. CO2 beprijzen én innovatie aanjagen. Heerlijk.

Maar dat goedkope staal dan, en die goedkope chemie uit andere landen? Ja, dat effect blijft op korte termijn domweg bestaan. De energieslurpers in Nederland zullen op korte termijn een concurrentienadeel ervaren, en krijgen er op lange termijn een concurrentievoordeel voor terug.

Dat lijkt me een prima deal.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek. Reageren? Email: frank@argumentenfabriek.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.