Kleine pomphouder heeft het nakijken

De positie van de grote oliemaatschappijen op de Nederlandse markt staat onder druk. Er zou sprake zijn van kartelvorming en te weinig concurrentie....

HET kabinet wil de concurrentie op de benzinemarkt vergroten. Vooral de dominante positie van de vier grote oliemaatschappijen (Shell, Esso, Texaco en BP/Mobil) is het kabinet een doorn in het oog. Een interdepartementale werkgroep heeft zich daarom met de vraag beziggehouden hoe de marktwerking bij de verkoop van motorbrandstoffen langs de autosnelwegen kan worden verbeterd.

De werkgroep stelt een aantal maatregelen voor die moeten leiden tot maximaal 150 nieuwe locaties voor tankstations langs rijkswegen. Enkele belangrijke aanbevelingen van de werkgroep zijn: opheffen van de minimumafstand van 20 km tussen benzinestations, het toestaan van onbemande benzinestations, het opheffen van de verplichting tot het voeren van alle gangbare motorbrandstoffen, het toestaan van de verkoop van brandstoffen bij wegrestaurants en tenslotte het openbreken van de bestaande eeuwigdurende concessies aan de vier grote oliemaatschappijen.

Het is niet verwonderlijk dat vooral de grote oliemaatschappijen in rep en roer zijn. Immers, zij zien hun zorgvuldig opgebouwde marktposities in gevaar komen.

Ondanks vele studies is het op dit moment niet mogelijk een goede afweging te maken van de diverse effecten die van de maatregelen zijn te verwachten. Daarbij gaat het onder meer om werkgelegenheidseffecten, effecten op het algemene voorzieningenniveau in kleine woonkernen en effecten op de mobiliteit en de gevolgen daarvan voor verkeersveiligheid en milieu.

Het aantal tankstations in Nederland is de laatste jaren sterk gedaald. Vijftien jaar geleden telde Nederland nog circa 9000 tankstations, anno 1998 zijn er daar nog zo'n 4000 van over. De sterke daling is grotendeels te verklaren door de verplichte milieusaneringen, waardoor veel voornamelijk kleine stations hun brandstofverkoop hebben gestaakt. Een verdere daling ligt in het verschiet.

Vier van de vijf pompstations voldoen momenteel nog niet aan de milieuvoorwaarden die per 1 juli van kracht zijn volgens de 'Naleving Besluit Tankstations Milieubeheer'. Zo'n 10 procent heeft zelfs nog geen enkele maatregel getroffen om te voldoen aan de milieu-eisen. Gemeenten kunnen dwangsommen opleggen en zelfs tankstations sluiten.

Ongeveer tweederde van het huidige aantal tankstations is te vinden in de bebouwde kom, ongeveer een kwart langs provinciale wegen en ongeveer 7 procent langs de snelweg. In termen van omzet is het belang van de snelweglocaties aanzienlijk groter; ongeveer een kwart van de totale brandstofverkoop komt voor hun rekening. Nog 150 pompen langs de snelweg erbij heeft dus grotere gevolgen dan men op basis van hun aantal zou denken.

De uitbreiding van het aantal tankstations staat haaks op de tendens naar schaalvergroting die in de branche valt waar te nemen. Met de geplande uitbreiding telt Nederland straks evenveel benzinepompen langs de snelweg als bijvoorbeeld Frankrijk of Duitsland. We mogen aannemen dat als er meer tankstations komen, er niet substantieel meer wordt getankt. Bij een gelijkblijvende of marginaal toenemende vraag naar benzine moet het totale volume over meer stations verdeeld worden. Vooral voor de kleine zelfstandige pomphouders langs provinciale wegen en in de bebouwde kom zal dit negatieve gevolgen hebben.

Ook het opheffen van de functiescheiding tussen benzinestations en branchevreemde activiteiten zal nadelige gevolgen hebben voor vooral de zelfstandige tankstations langs het onderliggende wegennet. Bekend is al dat enkele supermarktketens brandstoffen willen gaan verkopen. Door deze ontwikkeling zal niet alleen het aantal verkooppunten toenemen, maar zal (lokaal) ook de verkoopprijs dalen.

Supermarkten zien brandstof als service-artikel, een artikel om klanten mee te lokken en waarop geen hoog rendement behaald hoeft te worden. Vooral op lokaal niveau kan dit tot een (tijdelijke) prijzenoorlog leiden, hetgeen voor veel kleinere exploitanten in de directe omgeving tot faillissement zal leiden. Er wordt verwacht dat zo'n 230 supermarktfilialen een tankstation zullen beginnen, die ongeveer 5 procent van de totale benzineverkoop naar zich toe zullen trekken. Dit zal vooral ten koste gaan van de tankstations langs de provinciale weg en in de bebouwde kom.

Uit onderzoek is gebleken dat door de voorgestelde maatregelen in vier jaar tijd zo'n 1000 tot 1200 zelfstandige tankstations zullen verdwijnen. Meer dan 85 procent van deze uitval heeft betrekking op de bebouwde kom. In de praktijk zijn het juist de kleine zelfstandigen die zorgen voor concurrentie op de benzinemarkt.

Het verdwijnen van benzinestations heeft niet alleen gevolgen voor de betrokken ondernemers, maar betekent ook dat wie straks wil tanken meer kilometers moet rijden, wat weer extra verkeer veroorzaakt.

Maar ook andere voorzieningen kunnen door de kabinetsplannen onder druk komen te staan. Vooral in kleinere kernen kunnen de maatregelen de levensvatbaarheid van zowel kleinere tankstations als kleinere buurtwinkels en -voorzieningen uithollen. Zo bestaan er plannen om kleine postkantoren bij benzinestations in te richten, hetgeen de genadeklap kan betekenen voor de postkantoren in kleine kernen.

Kortom, de liberalisering van de benzinemarkt heeft gevolgen voor wonen, werken, mobiliteit en voor veiligheid en milieu. Een aanpak waarbij al deze effecten in hun onderlinge samenhang tegen elkaar worden afgewogen ontbreekt. Het is zelfs niet duidelijk of er per saldo wel sprake zal zijn van meer marktwerking.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.