Klassenstrijd in een zeepbel

Dunne werkjes, die geen dieper spoor trekken dan het schuim op het badwater. Multicultural HiTech, HiTrust, Global Trade and Communication Hub voor de liefhebber....

IN DE serie 'boekjes voor in bad' is onlangs een werkje verschenen van Dirk Horringa. Het geschrift heeft precies het juiste formaat en gewicht om het met gemak boven de waterspigel te kunnen houden. Het is dun genoeg om het in één badsessie uit te lezen en het heeft een inhoud die, net als het badschuim, aan het eind zo goed als vervlogen is.

Horringa, volgens de tekst op het boekomslag de 'grand old man van de Nederlandse organisatie-advieswereld' en voormalig hoogleraar organisatieprocessen aan de TU Eindhoven, heeft in de afgelopen jaren een selecte groep lezers al kennis laten maken met zijn ideeën. Zijn stukjes verschenen tussen 1995 en 1997 in het blad MeesPierson Visie.

De gedachte om deze columpjes te bundelen kan niet zijn ingegeven door de grote variëteit aan onderwerpen die Horringa behandelt. Hij heeft eigenlijk maar een onderwerp: Nederland staat aan de rand van de economische afgrond. Alleen door te liegen en te bedriegen met statistieken weet de overheid het volk hiervan onwetend te houden.

Behalve Horringa dan. Volgens hem ligt de echte werkloosheid vier tot vijf keer hoger dan de cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek met ijzeren regelmaat produceert, is er een onzichtbare staatsschuld van twee biljoen gulden, heeft Nederland al jaren de hoogste kapitaalvlucht van Europa en zijn er zo'n half miljoen veel te dure en overbodige overheidsdienaren.

Hoe overtuigd Horringa van zijn eigen gelijk is, laat hij ook eerlijk in zijn boekje zien. Hierin staat een reactie afgedrukt van het CBS op zijn aantijging dat het bureau slechts valse statistieken produceert. Stuk voor stuk weet het CBS de beschuldigingen te weerleggen. 'Wat de hiervoor afgedrukte brief betreft, ik ben het volstrekt oneens met de teneur, doch erken en betreur de gesignaleerde omissies', is Horringa's reactie.

Tussen al het schuim dat hij produceert zit hier en daar een zeepbelletje dat niet direct uiteen spat. Dan gaat het bijvoorbeeld om maatregelen die in het buitenland worden genomen om de overlevenskans van startende bedrijven te vergroten. Zulke vergelijkingen met het buitenland lijken het goed te doen onder (voormalige) organisatie-adviseurs.

Minister Wijers van Economische Zaken produceerde onlangs zelfs een heel rapport, de concurrentietoets, waarin Nederland langs de buitenlandse meetlat de maat wordt genomen.

De conclusie van dergelijke vergelijkingen is altijd dat het misschien wel goed gaat met de economie, maar dat het altijd (op onderdelen) nog beter kan. Maar er is ook twijfel over de zin van zulke vergelijkingen. Door louter naar getallen te kijken, verdwijnt het zicht op de achterliggende sociale en economische kenmerken van een land en de door de overheid gemaakte beleidskeuzes.

Neem bijvoorbeeld de arbeidsdeelname van vrouwen. Die moet in Nederland omhoog, vindt ook Wijers. Op de cijfers afgaande, zou Nederland dan een voorbeeld kunnen nemen aan bijvoorbeeld Zweden. Maar ook aan de Verenigde Staten, landen waar veel meer vrouwen een baan hebben dan in Nederland. De wijze waarop vrouwen in deze landen zijn aangezet tot werken (goede kinderopvang in Zweden, uit economische noodzaak in de VS) verschilt echter enorm.

En waarom geen voorbeeld nemen aan Ierland? Daar werken, dankzij de katholieke kerk, aanzienlijk minder vrouwen dan in Nederland. Maar Ierland heeft wel groeicijfers die ver liggen boven de 3 procent die Wijers zo graag wil bereiken.

Groei die Wijers wil bereiken door te investeren in zijn troetelkindjes infrastructuur en elektronische snelweg, waardoor er automatisch minder geld overblijft voor de opvang van echte kinderen.

Dergelijke bezwaren nemen niet weg dat internationale vergelijkingen nog steeds erg populair zijn. Dat kan te maken hebben met het idee dat de wereld in steeds sneller tempo een markt aan het worden is. Op die ene markt moet iedereen het tegen elkaar opnemen en dan is het goed om te weten wat je sterke en zwakke punten zijn.

Het idee van snel toenemende globalisering is de afgelopen week nog versterkt door de onrust op de aandelenbeurzen. De vlinders in de buik die beleggers op de, wereldwijd gezien, minibeurs van Thailand enkele weken geleden nog voelden, ontwikkelden zich tot heftige krampen op de echte beurzen.

De eventuele logica van het verband tussen de ene en de andere gebeurtenis doet er dan niet zo veel meer toe. Dat het gebeurt is het bewijs van de globalisering.

Zulke onrustige taferelen zijn voor de tegenstanders van globalisering ook het bewijs dat de wereld door deze ontwikkeling uiteindelijk slechter af zal zijn. Tot deze categorie kunnen zeker dr. mr. Hans Peter Martin en ir. Harald Schumann worden gerekend, twee redacteuren van het Duitse weekblad Der Spiegel. Hun boek Globalisering, de wereld in verval, dat vorig jaar in Duitsland verscheen, is onlangs in het Nederlands vertaald.

De titel maakt al duidelijk waar de twee staan en zelf maken ze er ook geen geheim van. 'Professionele kapitaalbeheerders vervullen slechts hun taak door het hoogst mogelijke rendement te eisen voor het aan hun toevertrouwde kapitaal. Maar door hun overmacht kunnen ze tegenwoordig alles in twijfel trekken wat in honderd jaar klassenstrijd en hervormingspolitiek moeizaam aan sociaal evenwicht werd bevochten.'

Of: 'Geleidelijk verliezen regeringen overal ter wereld het vermogen om nog regulerend in de ontwikkeling van hun staten in te grijpen. De politiek wordt door de economie verslonden.'

Wat de twee zien aankomen is dat 'de globalisering zowel nationaal als internationaal zal leiden tot de 1920-80 samenleving'. Eenvijfde van het volk baadt in weelde en profiteert van het wegvallen van de grenzen, en de rest moet steeds harder ploeteren om zich in de felle concurrentie staande te houden.

Als geen actie wordt ondernomen, zal de wereld niet ontkomen aan een ecologische, sociale en democratische ramp, is de vaste overtuiging van de twee. Zij hebben wel ideeën over de maatregelen die moeten worden genomen om dit onheil af te wenden. Niet het terugdraaien van de globalisering door het afsluiten van de grenzen. 'De fantastische groei van de productiviteit zou evengoed gebruikt kunnen worden om steeds meer mensen uit hun armoede te bevrijden en de ecologische reorganisatie van de verspillingseconomie van de welvaartslanden te financieren.'

Dat betekent volgens de twee noodzakelijkerwijs de invoering van een aantal nieuwe belastingen, bijvoorbeeld op de deviezenhandel, milieuvervuiling en luxe goederen. En dit is een heel andere benadering dan de 'Multicultural HiTech, HiTrust, Global Trade and Communication Hub' die Horringa voor Nederland voorschrijft, inclusief belastingverlaging om internationaal te kunnen overleven.

Dirk Horringa: Het drama van de hyperwerkloosheid.

Prometheus; ¿ 18,90.

ISBN 90 5333 615 x

Hans Peter Martin & Harald Schumann: Globalisering, de wereld in verval.

Elmar; ¿ 37,50.

ISBN 90 389 0551 3

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden