INTERVIEW

'Kinderen zouden van school moeten houden omwille van het leren'

De beste manier om schooluitval te bestrijden? Betaal lastige leerlingen om te blijven. Op bijna elke vraag is een economisch antwoord.

Gedragseconoom en eredoctor aan de Universiteit van Tilburg John List. Beeld Marcel van den Bergh

De Khasi-stam uit het noordoosten van India lijdt aan een omgekeerde vorm van seksisme: mannen zijn er in allerlei opzichten ondergeschikt aan vrouwen. Mannen mogen geen eigen huis of grond hebben. Als hij wil trouwen, moet de man bij zijn schoonfamilie intrekken, waar oma de dienst uitmaakt. Erfenissen gaan naar de jongste dochter, nooit naar de zoons. Mannen werken zich uit de naad op de rijst- en ananasvelden, maar hun economische macht is schamel. In de groene heuvels van Khasi duiken steeds vaker aanplakborden op met politieke teksten, zoals 'Gelijke rechten bij zelfverworven eigendom'. Mannen raken het zat als 'fokstieren en babysitters' te worden misbruikt.

De Amerikaanse gedragseconoom John List reisde naar het matriarchale Khasi om een antwoord te vinden op 'een van de hardnekkigste vraagstukken in de westerse samenleving: waarom hebben vrouwen in economisch opzicht minder succes dan mannen?' Samen met vakgenoot Uri Gneezy beschreef hij zijn bevindingen in hun boek The Why Axis (2013), deze zomer in Nederland uitgekomen als Alles is economie.

Veldexperimenten van List en Gneezy in de VS hadden bevestigd dat Amerikaanse vrouwen veel minder competitief zijn dan mannen. Een onderzoek onder duizenden sollicitanten liet bijvoorbeeld zien dat vrouwen veel minder geneigd waren te solliciteren op een baan waarbij ze boven op hun vaste salaris van 12 dollar per uur een bonus konden krijgen van 6 dollar als ze beter presteerden dan een collega. Vrouwen reageerden wel massaal op een functie met een vast salaris van 15 dollar per uur zonder competitie-element.

Uit ander onderzoek bleek dat vrouwen veel minder durven te onderhandelen over hun salaris - een andere reden waarom vrouwen in westerse landen nog altijd minder verdienen dan mannen.

Lists vraag was dus: nature of nurture? Zijn vrouwen vooral door biologische aanleg minder competitief, of geeft cultuur de doorslag? De econoom toog naar de Khasi in India en naar hun tegenpolen, de ultrapatriarchale Masai in Tanzania, waar de Masai-man doorgaans meer waarde hecht aan zijn koeien dan aan zijn echtgenote(s).

Met beide stammen deden ze in dorp na dorp hetzelfde spelletje: ze gaven de mannen en vrouwen de opdracht om elk tien keer van een afstand van drie meter een tennisbal in een emmer te gooien. De proefpersonen konden kiezen uit twee soorten beloningen. Kozen ze voor de eerste beloning, dan kregen ze voor elke geslaagde worp 1,50 dollar - een dagloon. Kozen ze voor de tweede variant, dan kregen ze 4,50 dollar voor elke geslaagde worp, maar alleen als ze het beter deden dan hun tegenstander. Zo niet, dan kregen ze niets.

Nadat de Khasi en Masai hun scepsis hadden overwonnen jegens de mesjokke Amerikanen met hun zakken geld, vlogen de tennisballen in het rond. En wat bleek: Khasi-vrouwen waren zelfs nog competitiever dan Masai-mannen.

'De gemiddelde vrouw is competitiever dan de gemiddelde man, mits de juiste culturele prikkels aanwezig zijn', herhaalt John List (1968) woensdag in Tilburg. Hij is er te gast aan de Universiteit van Tilburg, waar de gedragseconoom een dag later een eredoctoraat zal krijgen voor zijn 'innovatieve en belangrijke academische werk'.

CV

Gedrags- en milieueconoom John August List (1968) doceert aan de University of Chicago. De zoon van een vrachtwagenchauffeur uit Wisconsin won prestigieuze economenonderscheidingen als de Arrow Senior Prize (2008) en de John Kenneth Galbraith Prize (2010).

Tussen 2002 en 2004 zat hij in de Council of Economic Advisors, de economenraad die de Amerikaanse president adviseert. List sloeg enkele jaren geleden een aanbod af van Amazon om hoofdeconoom te worden. Een van de redenen was dat hij van de webwinkel geen resultaten van zijn onderzoek mocht publiceren.

Afgelopen donderdag ontving John List een eredoctoraat aan de Universiteit van Tilburg.

Veldonderzoek

List, hoogleraar aan de University of Chicago, geldt als de hogepriester van het economisch veldonderzoek. Met vernuftige veldexperimenten onderzocht hij de meest uiteenlopende fenomenen, zoals economische discriminatie, onderwijsprestaties, de vrijgevigheid van donateurs en de prijsvorming onder Californische wijnboeren.

List ontdekte bijvoorbeeld dat liefdadigheidsorganisaties veel meer geld kunnen binnenhalen dan ze nu doen, door meer loterijen te organiseren.

Ook ontdekte hij dat als gehandicapten naar de garage gingen om hun auto te laten repareren, ze offertes kregen die gemiddeld 30 procent hoger waren dan die van niet-gehandicapten. Het garagepersoneel leek te redeneren dat het voor de gehandicapten lastiger was om bij meerdere garages een offerte op te vragen, en dat de prijs dus best wat kon worden opgeschroefd. De discriminatie verdween pas als gehandicapten zich tegenover garagemedewerkers lieten ontvallen: 'Ik ga vandaag bij drie verschillende garages een offerte opvragen'.

Zoals het cliché over de eskimo's gaat dat ze honderd woorden hebben voor sneeuw, zo is het met discriminatie precies omgedraaid, zegt List: er is maar één woord, maar dat heeft vele betekenissen en connotaties.

'Dat maakt het zo lastig om discriminatie aan te pakken. Discriminatie kan neerkomen op blinde haat voor mensen met een andere huidskleur of etniciteit. Die vorm van discriminatie is de afgelopen halve eeuw in het Westen fors afgenomen. Maar wat wij economische discriminatie noemen, komt juist veel voor: het benadelen van groepen mensen omdat bedrijven daar een financieel voordeel mee denken te kunnen behalen. Het is belangrijk dat we het verschil leren begrijpen, willen we er efficiënt beleid tegen ontwikkelen.'

'Toen ik aan de universiteit van Chicago verantwoordelijk was voor de toelating van masterstudenten werd door mijn superieuren van mij verwacht dat ik zou discrimineren op basis van IQ. Ze wilden alleen de slimste studenten toelaten tot het masterprogramma. Het idee daarachter was waarschijnlijk: hoe hoger het IQ van studenten, des te meer geld ze na hun afstuderen gaan verdienen en des te vetter de donaties die ze als alumnus kunnen geven aan de universiteit.

'Ik weigerde. Ik zei dat ik dan ook zou gaan discrimineren op lichaamslengte en schoonheid, want uit wetenschappelijk onderzoek blijkt ook dat lange of mooie mensen meer verdienen dan korte of lelijke mensen. Maar dat mocht niet, kreeg ik te horen, want dat was discriminatie.'

Lists geruchtmakendste onderzoek richt zich op onderwijs. In de armste buurten van Chicago, waar het uitvalpercentage soms wel 50 procent is en schietpartijen aan de orde van de dag zijn, probeert hij leerlingen met financiële prikkels tot betere prestaties te motiveren.

Met geld beschikbaar gesteld door hedgefondsmanager Ken Griffin - nummer 92 op de Forbes-lijst van rijkste Amerikanen - betaalt hij leerlingen bonussen, oplopend tot wel 100 dollar per maand als ze hun cijfers opkrikken.

Het klinkt als omkoping en dat is het ook, maar het is wel voor een goed doel, zegt List. Met de juiste financiële prikkels blijken kinderen uit achterbuurten even goed te presteren als scholieren uit de rijke buurten, zegt hij.

Hoort het niet ook bij onderwijs en opvoeding om kinderen te leren iets te doen omdat het intrinsiek goed is, niet omdat ze er geld voor kunnen krijgen?

'Natuurlijk. Natuurlijk moet je kinderen leren om dingen te doen omdat ze goed zijn, of om het plezier dat ze eraan ontlenen. Kinderen zouden van school moeten houden omwille van het leren, uit intrinsieke motivatie.

'Maar de wereld is niet perfect. Veel ouders, vooral in de grote Amerikaanse steden, leren hun kinderen niet wat het belang is van onderwijs. Als kinderen 3, 4 of 5 jaar oud zijn kunnen we ze die intrinsieke motivatie nog wel helpen ontwikkelen, maar als ze eenmaal 15 of 16 jaar zijn, is dat heel moeilijk. Dus dan ben je aangewezen op extrinsieke motivatie, zoals geld.'

Is dat niet oneerlijk jegens scholieren die geen financiële prikkels nodig hebben om te presteren?

'Kinderen op rijke scholen hebben vaak betere docenten, betere voorzieningen, meer betrokken ouders. De kaarten zijn al heel erg in het nadeel van arme scholieren. En we hebben het niet over grote sommen geld - 20 dollar, 50 dollar. Met dat geld helpen we scholieren door de moeilijke leeftijd van 15, 16 jaar heen te komen, wanneer de kans op schoolverlaten het hoogst is.

'Uit onderzoek blijkt dat elk extra schooljaar het toekomstige salaris van kinderen met 12 procent verhoogt. Het lijkt dan misschien oneerlijk tegenover kinderen die ook zonder financiële prikkels goed presteren, maar als we deze prikkels niet geven, zullen veel kinderen zonder diploma van school gaan en in de criminaliteit belanden. Op die manier kosten ze de maatschappij uiteindelijk veel meer geld.'

U bent zelfs zo'n fan van financiële prikkels dat u ze gebruikte om uw dochter zindelijk te krijgen: u beloofde haar mee te nemen naar Disney World als ze geen luier meer nodig zou hebben.

'Dat klopt. Het kostte mijn vrouw en mij veel moeite om onze oudste dochter zindelijk te krijgen. Ze moet toen 3,5 jaar oud zijn geweest. Ze was er duidelijk aan toe om te slagen voor haar potty training-examen, maar ze was erg koppig. Dus schakelden we een van de oudste gereedschappen van de mensheid in - prikkels - om haar koppigheid te overwinnen. Als ze gewoon naar het toilet zou gaan en nooit meer een luier nodig zou hebben, zouden we haar op een bezoek aan Disney World trakteren. Het werkte onmiddellijk: van het ene op het andere moment was ze zindelijk.'

Uri Gneezy en John List: Alles is economie. Vertaald uit het Engels door Jonas de Vries; Meulenhoff; 312 pagina's; euro 19,95.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden