Kenniseconomie heeft kunst nodig

'We' zijn goed in design, architectuur, reclame en tv maken. Daarin is het voor Nederland makkelijker uit te blinken dan in pure techniek, vinden deskundigen....

Inmiddels is de wet afgeschaft. Het gaat in de verlichte dictatuur Singapore daarbij niet direct om waarden als vrijheid en tolerantie. Eerder om geld, zegt de Groningse innovatiehoogleraar Dany Jacobs. 'Kunstenaars en creatievelingen zijn goed voor de moderne kenniseconomie.'

En die gedijen het best in een cultuur van vrijheid en tolerantie. Singapore komt daar langzaam achter, maar Nederland heeft al zo'n cultuur, zegt Jacobs. 'Alleen wordt dat niet gezien door de technofielen die nu het beleid maken.'

Dat terwijl het belang van de 'creatieve sector' toeneemt. In de officiële statistieken bestaat deze industrie niet als aparte sector, maar wie de cijfers van het CBS met een creatieve bril bekijkt ziet de trends oplichten.

Sinds 1993 is het aantal reclamebureaus verdubbeld, het aantal televisieprogrammamakers verviervoudigd, het aantal mode- en interieurontwerpers verzesvoudigd. Het totale aantal bedrijven, in alle sectoren, is in die periode maar met 16 procent gestegen.

Jacobs vindt de ministeries van Economische Zaken en Onderwijs als het om innovatie gaat 'traditioneel en ongeïnspireerd', met hun nadruk op techniek en op macro-economische grootheden zoals de nationale bestedingen aan onderzoek en ontwikkeling (R en D). 'Hoor je Balkenende al over bartop dancing?'

Want wat houdt die R en D nou helemaal in? Hoogopgeleide mensen die maar producten zitten te verbeteren, terwijl de consument allang niet meer in de gaten heeft wat er verbeterd is, zegt de Rotterdamse hoogleraar culturele industrie Paul Rutten.

Bovendien kunnen vele landen tegenwoordig goed werkende auto's en koffiezetapparaten maken. Qua techniek onderscheiden topmerken zich nauwelijks, vindt Rutten, ook verbonden aan TNO en aan de Hogeschool Holland. Het grootste onderscheid zit volgens hem in het vormgeven en verkopen van die apparaten.

'Daar heb je een ander soort kenniswerkers voor nodig', zegt Rutten. Hij vindt dat de creatieve factor wordt overgeslagen in de discussie over innovatie.

Jacobs en Rutten haken aan bij de ideeën van de Amerikaanse econoom Richard Florida, die in zijn boek The Rise of the Creative Class beschrijft wie in de economie van de 21e eeuw het geld moeten gaan binnenhalen. Mode-ontwerpers, reclamemensen, architecten, televisiemakers.

Vaag verhaal, vindt de Delftse innovatiehoogleraar Alfred Kleinknecht. 'Van die kunstenaars alleen kun je het niet hebben. Er moet ook wat gemaakt worden.' Clusters, daar gaat het hem om, samenklonteringen van bedrijven en instituten die nieuwe dingen bedenken. En goed, één daarvan is het creatieve cluster, rond Amsterdam en Hilversum. Jacobs noemt ook Rotterdam, Groningen en Eindhoven als creatieve broedplaatsen.

Is Nederland goed in creativiteit? Bas Berck van de Eindhovense Design Academy, die Nederlandse ontwerpers opleidt, denkt van wel. Nederland werd in de jaren negentig hip, op ontwerpgebied. 'Door onze nuchtere kijk komen we vaak tot verrassend eenvoudige oplossingen.' Zijn Eindhovense studenten zijn nu onder meer bezig met nieuwe Leerdammer glazen voor Bacardi. 'Humor en lef, dat onderscheidt ons van de rest.'

Ook wat televisiemaken betreft loopt Nederland voorop, denkt directeur Paul Römer van Endemol. 'Zenders hier staan open voor risico's. In de VS zijn de belangen zo groot, dat zenders alleen gaan voor zekerheden. Zo kom je nooit tot radicale innovatie.'

Endemol, de derde televisieproducent ter wereld, kan in Nederland experimenteren en vervolgens de formats exporteren. Bij Big Brother was dat een succes, de laatste tijd loopt het minder, erkent Römer. Programma's als Masterplan en Sterrenbeurs zijn mislukt. 'Verkeerde timing. De kijker was er niet klaar voor. Het blijft altijd afwachten. Als je alles van te voren kunt voorspellen dan krijg je nooit mislukkingen.'

Over de economische impact van de creatieve klasse lopen de meningen uiteen. Florida schat in zijn boek dat zeker een derde van de Amerikaanse economie door die creatieve klasse wordt gegenereerd.

De Universiteit van Amsterdam komt lager uit. Die berekent de toegevoegde waarde van bedrijven die hun geld verdienen met produkten die op auteursrecht zijn gebaseerd. Het aandeel van die bedrijven in het Nederlands bruto nationaal product bedraagt 5,5 procent. Dat is ongeveer net zo veel als de 'copyright industries' in de Verenigde Staten.

Een ander getal komt van TNO. Dat berekende in 1998 dat het totale aantal banen in culturele en 'aangrenzende' industrieën 155 duizend bedraagt, ofwel 2 procent van de beroepsbevolking.

De verschillen zijn een kwestie van definitie. Feit is wel, zegt Jacobs, dat die creatieve klasse potentieel meer werkgelegenheid met zich mee brengt dan de traditionele industrie. 'Verzin en bouw een goed pretpark, à la Eurodisney, en je creëert zo 50 duizend banen. Niet alleen hooggeschoold, maar ook laaggeschoold.' In Duitsland is vorige week overigens besloten om een grote hangar van een failliete zeppelinfabriek om te bouwen tot pretpark.

Beter dat dan bijvoorbeeld investeringen in ICT-parken, vindt Jacobs. Die leveren vooral banen voor hoogeschoolde bèta's. 'En daar is toch al een tekort aan. Bovendien verplaats je zo'n pretpark lang niet zo snel als een vestiging van een Nokia of Ericsson.'

Dit is de tweede aflevering uit een serie over vernieuwende bedrijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden