Kathedraal van de arbeid

Roestig en verlaten is staalfabriek de Völklinger Hütte een industrieel monument van jewelste. Zeker een bezoek waard. Maar het stadje Völklingen wordt er vooralsnog niet veel beter van....

Roestige buizen slingeren zich rond de gigantische, zwartgeblakerde smeltovens. Op immense, bewegingloze tandwielen, motoren, trechters, loopbanden, kettingen en machines groeien grassprieten. De ruiten van de grijsbetonnen opslagplaats zijn bestoft en hier en daar gebroken. Welkom in de lelijkste toeristische attractie ter wereld: de Völklinger Hütte, de voormalige ijzerfabriek in het Duitse Völklingen.

‘Hoezo lelijk? Het is wel werelderfgoed van de Unesco, hè’, sputtert een bankbediende in het centrum van Völklingen tegen. Ook al is de Völklinger Hütte ‘esthetisch gezien misschien niet zo mooi’ – dat wil de bankbediende nog net toegeven – de inwoners van het stadje van 40 duizend inwoners zijn er trots op. Als werelderfgoed verkeert ‘hun’ ijzerfabriek in het goede gezelschap van de piramides van Gizeh, de Akropolis in Athene en de Taj Mahal in India.

De geschiedenis van de stad Völklingen is onlosmakelijk verbonden met die van de Völklinger Hütte. Het was de ijzerfabriek, opgericht in 1881, die van het dorp een stad maakte. Op het hoogtepunt werkten in de fabriek 17 duizend mensen. Met toeleveringsbedrijven meegerekend, voorzag de Völklinger Hütte 30 duizend mensen van werk.

En de ijzerfabriek zorgde goed voor de arbeiders. Bij de Völklinger Hütte werkte je je hele leven. Raakte iemand gewond bij het zware werk, dan werd een andere job voor hem gezocht. Wie een arm verloor, kon terecht bij de schilderploeg. Werkloosheid? Bestond niet. Hele stadsdelen werden volgebouwd met goedkope arbeiderswoningen.

Toegegeven, er waren ook nadelen. Door de zware rookwolken, die altijd in de stad hingen, konden de vrouwen hun was niet buiten te drogen hangen. De inwoners liepen altijd met dichtgeknepen ogen door de straten, om stof in hun ogen te vermijden. Er was bovendien een enorm lawaai van snerpende en bonkende machines te horen. Dag en nacht, want hoogovens stoppen nooit.

Dat de ijzerfabriek veel lawaai maakte, merkten de Völklingers pas toen de fabriek werd stilgelegd. Geboren en opgegroeid met lawaai, konden ze niet wennen aan de oorverdovende stilte. De stilte viel in 1986. Door de dalende vraag naar ijzer en staal moest de fabriek zijn deuren sluiten. Arbeiders gingen op hun vijftigste met de vut, of werden werkloos. ‘Van de rijkste stad van Duitsland in de jaren vijftig werd Völklingen de armste stad van Duitsland nu’, zegt Lothar Maurer, gids in de Völklinger Hütte.

Maurer heeft er 42 jaar gewerkt en gidst nu toeristen door zijn voormalige werkplaats. Hij legt de werking uit van de blaasmachines, zwarte monsters met tien meter hoge tandwielen en met moeren groter dan een mensenhoofd. Maurer leidt de toeristen naar de top van de veertig meter hoge windverhitters, waarin lucht opgewarmd werd tot 1200 graden. Hij toont hoe de hete lucht door enorme buizen naar de hoogovens werd geperst, hoe cokes en ijzererts met een kabelbaan naar de hoogovens werden getakeld, en hoe uiteindelijk gloeiend ijzer uit de hoogovens spatte.

Maurer vertelt honderduit en blaast zo voor de ogen van de toeristen de roestige fabriek weer leven in; dit is niet minder dan een Kathedraal van de Arbeid. Maar als je Maurer vraagt wat zijn vroegere collega’s nu doen, wordt hij stil. ‘Niets’, zegt hij. ‘Er is niets te doen.’

Toen de Völklinger Hütte in 1994 tot werelderfgoed werd uitgeroepen, hoopten de inwoners van Völklingen een graantje mee te pikken van het toerisme. Jaarlijks bezoeken 200 duizend toeristen de Völklinger Hütte, maar daarvan trekken er maar weinig het centrum in. De zes hotelletjes en vijftien bed & breakfasts in de stad hebben weinig klandizie, de terrasjes zijn dun bevolkt en veel winkels staan leeg.

Het probleem is dat er een spoorweg ligt tussen de Völklinger Hütte en het stadscentrum, zegt Bernhard Geber, een journalist van de regionale krant. Een glazen voetgangerstunnel onder de spoorweg moet de toeristen de stad in lokken. Tevergeefs. ‘De meeste toeristen kruipen uit hun bus, bezoeken de fabriek en kruipen weer in hun bus’, zegt Geber. Op naar Saarbrücken, een gezelligere stad tien kilometer verder.

Aan plannen om het toerisme in Völklingen-centrum op te porren geen gebrek. Er moet een uitgestrekt plein boven de spoorweg komen, het oude station moet omgebouwd worden tot cultureel centrum, en er moet een groot hotel komen in het centrum.

Maar daarvoor is veel geld nodig, en als er iets is dat Völklingen sinds de fabriekssluiting niet heeft, dan is het geld. De toeristen blijven dus de megafabriek en zijn gigantische machines bewonderen, terwijl zij die de machines bedienden in de schaduw van het monsterlijke gebouw onzichtbaar blijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden