Kan Nederland afzijdig blijven bij nieuwe valuta-oorlog?

In een opmerkelijk felle uithaal richting Duitsland beschuldigt de regering-Trump de Exportweltmeister van monetaire manipulatie. Is dat terecht en wat kan het gevolg zijn?

De Amerikaanse president Donald Trump.Beeld reuters

1 Valt Duitsland iets te verwijten?

Dat China onder vuur ligt wegens manipulatie van zijn munt is sinds jaar en dag een feit. Maar de manier waarop de regering-Trump deze week Duitsland de oren waste, geldt als volslagen nieuw. In de Financial Times noemde Peter Navarro, de belangrijkste handelsadviseur van de Amerikanen, de euro een 'impliciete Duitse mark' die 'fors ondergewaardeerd' is. De goedkope euro zou Duitse autoproducenten, machinefabrikanten en andere exporteurs in staat stellen de Amerikanen weg te concurreren.

Ook de president zelf liet zich niet onbetuigd. Trump richtte tegenover een gezelschap van Amerikaanse farmaceuten zijn pijlen vooral op de Chinezen en de Japanners. 'Ze bespelen de valutamarkt', klaagde hij, 'terwijl wij hier zitten als een stelletje sukkels.' De dollar verloor direct fors aan waarde ten opzichte van de andere toonaangevende internationale munten.

Peter Navarro.Beeld epa

Het lijkt het openingssalvo in wat een nieuwe valutaoorlog kan worden. Dat neemt niet weg dat Navarro een punt heeft, reageert Alfred Kleinknecht, emeritus hoogleraar economie. 'Ze maken zich in Duitsland behoorlijk zorgen over de uitspraken van de regering-Trump', zeg hij. 'Maar eerlijk is eerlijk: zowel Duitsland als Nederland heeft er ontzettend veel profijt van dat landen als Griekenland en Italië in de euro zitten. Hun economische zwakte houdt de euro goedkoop. Met als gevolg dat Duitsland een gigantisch exportoverschot kan behalen.'

Die kritiek klinkt al langer. Uitgerekend de Europese Commissie ging Trumps adviseur voor. Vorig jaar nog werd in een rapport gewaarschuwd voor de gevolgen van het torenhoge handelsoverschot van Duitsland.

Voor werkgevers en vakbonden was dat in de jaren negentig juist een argument vóór de euro. Zowel het Duitse als het Nederlandse bedrijfsleven had veel last van de vele devaluaties door Zuid-Europese landen. Door bijvoorbeeld de waarde van de lire te verlagen, bleef de Italiaanse economie concurrerend. De euro maakte daar een einde aan. Om die reden moest het de zwakkere broeders ook niet te moeilijk worden gemaakt om mee te doen, betoogde een FNV-econoom in 1995 in de Volkskrant: 'Het is immers in het belang van Nederland dat in de toekomst de voordelen van loonmatiging niet meer teniet worden gedaan door een steeds duurder wordende gulden.'

De vraag is wat Duitsland daar nu nog aan kan doen. Van doelbewuste wisselkoersmanipulatie door Duitsland is immers geen sprake. Wel is er het omstreden beleid van de Europese Centrale Bank. Haar monetaire verruiming, waarbij elke maand 80 miljard verse euro's in de economie gepompt worden, zet de koers van de euro onder druk. Maar uitgerekend Duitsland behoort tot de felste tegenstanders van deze aanpak. Een echte valutaschurk zou anders handelen.

2 Wordt valutaoorlog koud of warm?

Voor economen is het een taboe: valutamanipulatie. Sinds de jaren zeventig kent de wereldeconomie een systeem van vrije wisselkoersen. Daarin bepaalt in theorie 'de markt' hoeveel de dollar of euro waard is. In de wisselkoers van een munt komt de kracht van een economie tot uitdrukking.

De praktijk is anders. Pogingen van overheden om 'hun' munt zwak te houden, zijn aan de orde van de dag. De reden ligt voor de hand. Een 10 procent goedkopere munt, zo berekenden onderzoekers van het Internationaal Monetair Fonds in 2015, doet de export groeien met gemiddeld 1,5 procent van het bbp. Om die reden heeft China jarenlang zijn handelsoverschot gebruikt om Amerikaanse valuta en obligaties te kopen. Zo hield het de dollar duur en de eigen exportindustrie concurrerend.

Het geruzie over zulke overheidsbemoeienis speelt al sinds het begin van de economische crisis in 2008. De term 'valutaoorlog' is daarbij naar verluidt in 2010 gemunt door een Braziliaanse minister. Toen waren de rollen omgekeerd: opkomende economieën klaagden over de te zwakke dollar. Dat was de schuld van de Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank. In een poging de economie aan te zwengelen, pompte zij honderden miljarden dollars in het systeem.

En wat er nu gebeurt? Noem het een koude valutaoorlog. Of, in de woorden van hoogleraar internationale economie Harry Garretsen, een 'conflict light'. 'Een valutaoorlog kan in het ergste geval betekenen dat landen hun eigen munt dumpen en tegelijkertijd buitenlandse valuta opkopen', legt hij uit. 'In de lichte variant blijft het bij woorden. Dat zien we nu bij de Verenigde Staten en Duitsland. Politici proberen in zo'n geval de koers van hun munt naar beneden te praten. Precies wat Trump doet.'

De vraag is wat de Amerikaanse president op de langere termijn meent te bereiken met zijn strijdlustige taal. De vergelijking met eerdere valutaoorlogen dringt zich op, zoals in de jaren tachtig. Ook toen dreigden de Amerikanen met protectionistische maatregelen. Uiteindelijk wisten ze hun internationale concurrenten, Japan en Duitsland voorop, te dwingen de yen en de D-mark op te waarderen. Die afspraak werd in 1985 vastgelegd in het Plaza-akkoord.

Het probleem is dat Duitsland, zelfs als zou het willen, onmogelijk zo'n gebaar kan maken. Garretsen: 'Duitsland is als onderdeel van de eurozone met handen en voeten gebonden. Jawel, als de euro er niet zou zijn, was een Duitse munt ongetwijfeld sterker geweest. Maar dat geldt bijvoorbeeld ook voor Californië. Had die sterke Amerikaanse staat een eigen, harde munt, dan zouden Europese producenten ook makkelijker kunnen concurreren met Silicon Valley.'

3 Kan Nederland afzijdig blijven?

Wie Duitsland beschuldigt van rijk worden op kosten van het buitenland, kan Nederland eigenlijk niet ongenoemd laten. Als het om beggar thy neighbour gaat, steken we de oosterburen zelfs naar de kroon. Het overschot op de lopende rekening, een belangrijke indicator hiervoor, bedroeg in 2015 maar liefst 8,7 procent. Voor Duitsland was dat 8,45 procent, blijkt uit cijfers van de OESO. Het levert Nederland, net als Duitsland, waarschuwende woorden op van de Europese Commissie. Die noemde het Nederlandse overschot onlangs nog 'een groot probleem'.

Waarom de Amerikanen zich dan enkel tegen de Duitsers keren? 'Nederland is een klein land, dat valt minder op', meent econoom Alfred Kleinknecht. 'Anders dan Duitsland heeft de Nederlandse export, met zijn kaas en snijbloempjes, niet de grote auto-industrie in Detroit weggeconcurreerd.'

Minstens zo belangrijk lijkt de aard van het Nederlandse handelsoverschot. Dat gaat vooral ten koste van de rest van de eurozone. Het zijn de zuidelijke Europese landen waarnaar Nederland veel meer exporteert dan het invoert. Slechts 4 procent van de uitvoer gaat naar de Verenigde Staten. Van een substantieel handelsoverschot met dat land is geen sprake.

Dit laat onverlet dat, mocht de valutaoorlog tussen Duitsland en de VS uit de hand lopen, Nederland getroffen wordt. Stijgt de euro flink in waarde, dan gaat dat onvermijdelijk ten koste van de Nederlandse export. Nog desastreuzer kan een ander scenario uitpakken. Wat als Trump prima weet dat Duitsland de euro niet kan devalueren? Wat als de kritiek van zijn regeringsploeg slechts bedoeld is als opmaat naar heel andere, drastischer maatregelen, zoals importtarieven op Duitse Volkswagens of Siemens-apparatuur?

Werkgeversorganisatie VNO-NCW wenst vooralsnog niet te reageren op de Amerikaanse uitspraken. Maar één ding staat vast: ook al blijft Nederland neutraal in dit handelsconflict, de collateral damage voor het bedrijfsleven kan groot zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden