Kabinet rekent zich al rijk met een nullijn bij CAO-lonen

Het kabinet rekent min of meer op bevriezing van de lonen. Voor ambtenaren en zorg is dat alvast ingeboekt, het bedrijfsleven zal wel volgen....

Het ligt, gezien de oplopende werkloosheid en versobering van de sociale zekerheid, voor de hand dat de FNV maandag een looneis van 1,5 procent presenteert. De vakcentrale voor middelbaar en hoger personeel, MHP, nam alvast een voorschot men met een looneis van 1 procent.

In de praktijk rekent het kabinet echter met een veel lagere CAO-loonstijging. Voor 14 procent van de werknemers is volgens het CPB al een CAO afgesloten voor heel 2004. 'De contractlonen in deze CAO's overstijgen gemiddeld 1,25 procent.' Als ook nog eens rekening wordt gehouden met het effect van loonsverhogingen die in de loop van dit jaar zijn toegekend, dan is volgens het CPB al 1 procent loonsverhoging vergeven. Dus resteert voor de nog af te sluiten CAO's in het bedrijfsleven volgend jaar 0,5 procent loonsverhoging. Dat betekent dat FNV, CNV en MHP heel wat in te leveren hebben op hun looneisen. Het gros van de loonruimte die de FNV gaat opeisen kan dan bestemd worden voor 'reparatie' van vut- en prepensioenregelingen.

Bij overheid en zorg heeft het kabinet alvast de nullijn ingeboekt. Weliswaar is voor de overheid 0,3 procent loonstijging ingeboekt en voor de zorg 0,9 procent. Maar dat is bestemd om loonsverhogingen die in de loop van dit jaar zijn toegekend, boekhoudkundig af te dekken.

De overheid mag volgend jaar met het CAO-overleg voor de rijksambtenaren, de zorgsectoren en de kinderopvang het spits afbijten in het CAO-overleg. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Abvakabo FNV het voortouw neemt bij de oproep tot landelijke acties tegen het kabinet.

Met het inboeken van de nullijn voor ambtenaren, de toekomstige korting op uitkeringen en de marginale loonstijging in het bedrijfsleven, rekent het kabinet zich op voorhand rijk. Daarbij wordt de vakbeweging niet gepaaid met een wenkend perspectief. De vorige keer dat met lage loonstijgingen koopkrachtverlies werd geaccepteerd, was in halverwege jaren tachtig en halverwege jaren negentig. De eerste keer stond daar arbeidsduurverkorting tegenover, de tweede keer korter én flexibeler werken. Omdat zo'n perspectief nu ontbreekt, lijkt gewilligheid bij de vakbeweging ver te zoeken.

Die gewilligheid krijgt ook een knauw door de versoberingen op de sociale zekerheid. Na het afschaffen van de vervolguitkering van de WW - onderdeel van de glijbaan naar pensioen voor ontslagen 57-plusssers - volgen onder meer de afschaffing van belastingvoordelen voor vut en prepensioen, de hervorming van de WAO en het verrekenen van de 'gouden handdruk' bij ontslag met de WW-uitkering. Bij dat laatste rekent het kabinet op 100 miljoen lagere WW-uitgaven. Of dat gehaald wordt is de vraag. Want waarom zouden nog 'handdrukken' worden afgesproken, als die direct moeten ingeleverd?

Het kabinet rekent dan ook niet op gewilligheid maar op het calculerend vermogen van de vakbeweging. De werkloosheid loopt op en de sociale zekerheid wordt door versoberingen minder aantrekkelijk. Een 'gouden handdruk' wil het kabinet verrekenen met de uitkering. Daarvoor wordt alvast 100 miljoeneuro opbrengst ingeboekt. Het is de vraag of die opbrengst gehaald wordt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.