Adviesraad wil klimaatdoelen wettelijk vastleggen

CO2-reductie

Het schiet niet op met de broodnodige CO2-reductie. Daarom moet er een wet voor komen, vindt de adviesraad voor de Leefomgeving. Minister Kamp voelt daar wel voor.

Het moet wel meezitten

De energierevolutie is afhankelijk van maatschappelijke en technische ontwikkelingen. Voor een fossielvrij 2050 moeten de volgende factoren meezitten, stelt adviesraad RLI:

- Er komt een klimaatakkoord met verplichte afspraken; ook voor China, India, Noord-Amerika en Europa.
- De opslag van CO2 in de bodem wordt na 2030 betaalbaar.
- De EU-ambities op klimaatgebied worden in alle lidstaten gerealiseerd.
- Zon wordt de belangrijkste energiebron in veel landen.
- Energiecentrales houden op met kolen stoken.
- Er komen betaalbare, nieuwe technieken om stroom op te slaan.
- Kernenergie met thoriumreactortechnologie breekt door en wordt betaalbaar.

Het klimaatdoel om in Nederland over 35 jaar vrijwel geen olie, gas en kolen meer te gebruiken, zou een wettelijk verankerd principe moeten worden. Gezien de urgentie hoort het eigenlijk thuis in de grondwet, maar omdat dat te lang zou duren, is verankering in een gewone wet ook goed. Er moet dan wel een onafhankelijke 'regeringscommissaris voor CO2' worden aangesteld, die de uitvoering van de afspraken bewaakt, los van politieke strubbelingen en de samenstelling van het kabinet.

Dat is het advies van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI); een club van experts en wetenschappers die regering en parlement adviseert over langetermijnvraagstukken op het gebied van duurzaamheid en milieu, zoals de uitvoering van klimaatafspraken. De Nederlandse doelen reiken nu nog maar tot 2023, als het Energieakkoord afloopt.

'We streven naar een gedemilitariseerde zone om dit voor elkaar te krijgen', zei RLI-directeur Henry Meijdam donderdag bij de presentatie van het rapport Rijk zonder CO2. Afspraken over windmolens, biomassa of reductiecijfers verzanden volgens hem te snel in politiek of maatschappelijk rumoer. 'Ons doel is hard, maar op de weg ernaartoe willen we gebruik maken van de krachten in de samenleving, zoals burgers die zelf een decentraal energieproject willen beginnen. We zoeken naar een slimme mix van honing en azijn.'

Tekst gaat verder onder foto.

Minister Henk Kamp van Economische Zaken (VVD), die om het advies had gevraagd, nam het rapport donderdag op een besloten bijeenkomst in ontvangst. Over de wenselijkheid van een regeringscommisaris liet hij zich niet uit. Maar later zei hij in de Tweede Kamer dat het kabinet wel overweegt het klimaatdoel voor 2050 wettelijk vast te leggen.

Ook worden de suggesties volgens Kamp onderdeel van een 'energiedialoog', waarvoor hij burgers, bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties volgend jaar gaat uitnodigen. Ze worden ook meegenomen in de nieuwe kabinetsplannen voor de toekomstige energievoorziening, die eind dit jaar worden gepresenteerd.

Voor 2050 moet een ambitieus maar duidelijk einddoel worden gesteld, vindt de RLI. Nederland mag in dat jaar nog maar 5 tot 20 procent uitstoten van de hoeveelheid broeikasgassen die in 1990 de lucht in ging (en ongeveer gelijk is aan de uitstoot nu). De uitstoot van CO2 voor de energievoorziening moet worden teruggebracht tot bijna nul.

Dat betekent een revolutionaire verandering van het Nederlandse energie- en transportsysteem. Ruwe olie en kolen zijn in het scenario van de adviesraad over 35 jaar vrijwel uit de samenleving verdwenen. Tegen 2050 wordt waarschijnlijk alleen nog een kleine hoeveelheid aardgas verstookt door de zware industrie. Het uitfaseren van fossiele brandstoffen in 2050 is overigens ook de intentie van de Europese Unie, hoewel die nog niet is vastgelegd in wettelijke doelen of afspraken. Het kabinet 'steunt deze ambitie', aldus Kamp.

Met één soort maatregel kan volgens de raad al snel worden begonnen: het energiezuinig maken van alle woningen en bedrijven. De technieken daarvoor zijn nu al volop beschikbaar: isolatie en toepassing van 'lagetemperatuurverwarming', bijvoorbeeld door gebruik van aardwarmte en warmtepompen. Een periode van ongeveer vijf jaar zou voldoende moeten zijn om er vrijwillige afspraken over te maken, denkt RLI-directeur Neijdam. Pas als die onvoldoende opleveren, komen wettelijke verplichtingen in beeld. Vóór 2035 zou de verduurzaming van de gebouwde omgeving voltooid moeten zijn.

Energiebesparing via zuinige apparatuur en verlichting zijn volgens het advies de tweede grote fase van verduurzaming, en daarna komen transport en mobiliteit aan de beurt. Pas aan het eind van de rit komen volgens de experts voldoende betaalbare alternatieven beschikbaar voor de energie-intensieve industrie.