Jubileumjaar iconische Italiaanse hoedenmaker eindigt in mineur: Borsalino na 160 jaar failliet

Borsalino kon het niet meer enkel hebben van de dandy's en excentriekelingen

Decennialang het geliefdste hoofddeksel van filmsterren, politici en gangsters. Wereldwijd een symbool van kracht, elegantie maar ook eigenzinnigheid. Dat was de Borsalino, de befaamde vilthoed van echt konijnenhaar uit Noord-Italië. Zo beroemd dat de eigen merknaam een soortnaam was geworden. Dit jaar vierde Borsalino zijn 160ste verjaardag. Maar dat feestjaar is nu ruw geëindigd met een faillissement.

Jean Paul Belmondo Foto anp

Helemaal als een verrassing komt dat tragische einde overigens niet. Twee jaar geleden balanceerde Borsalino al op de rand van de afgrond, na jarenlang financieel wanbeheer. Destijds werd de beroemde hoedenmaker op de valreep overgenomen door het investeringsbedrijf Haeres Equita. Maar dat zag nu ook geen heil meer in Borsalino en verzocht de rechtbank in Alessandria om alsnog de stekker uit het noodlijdende bedrijf te trekken.

En zo lijkt in dezelfde Noord-Italiaanse stad waar de broers Giuseppe en Lazzaro Borsalino in april 1857 een kleine hoedenmakerij begonnen, de geschiedenis te eindigen van een van de meest legendarische hoofddeksels ter wereld. Hoe succesvol de deukhoeden van Borsalino ooit waren, bewijzen misschien wel de zeker 2700 modellen die op de markt werden gebracht. Of de zeker twee miljoen hoeden die jaarlijks werden geproduceerd op het hoogtepunt van het bedrijf, in de jaren tien en twintig van de vorige eeuw. De hoed werd zelfs een serieuze concurrent van de Stetson, de cowboyhoed die nog altijd geldt als het symbool van het Amerikaanse Wilde Westen.

Oud-minister Ronald Plasterk, met iconische hoed, geniet van een saté Foto anp

Maar de Borsalino werd vooral beroemd om zijn dragers. Zo was het de favoriete hoed van de legendarische Amerikaanse maffiabaas Al Capone. Maar ook een geliefd attribuut van de Mexicaanse vrijheidsheld Pancho Villa, de Britse staatsman Winston Churchill of de Amerikaanse Nobelprijswinnaar Ernest Hemingway. Al kreeg de Borsalino pas echt eeuwigheidswaarde dankzij Humphrey Bogart en Ingrid Bergman in de film Casablanca. Beiden sterren droegen in de beroemde slotscène van de filmklassieker, als ze bij nacht en ontij afscheid nemen op het vliegveld ('Here's looking at you, kid'), een Borsalino op hun hoofd.

En als je Bogart moet geloven, sprak dat als vanzelf: 'Het enige dat niet in de garderobe van een man mag ontbreken, is een hoed. Er zijn hoeden voor het dagelijks leven, sommige voor speciale gelegenheden, anderen die in verschillende gemoedstoestanden passen. De hoed is bij uitstek een teken van herkenning, maar het is vooral een reddinganker. Het redt de mens van de barbarisering van de kostuums, van het progressieve verlies van elegantie.'

Uit de gratie

Toch kon ook Bogart niet voorkomen dat de hoed bij het grote publiek steeds meer uit de gratie raakte. De Borsalino leek lange tijd echter de grillen van de mode te kunnen doorstaan. Zo schitterde de hoed in de misdaadfilm Borsalino (1970) met de Franse sterren Jean Paul Belmondo en Alain Delon. Of op de hoofden van John Belushi en Dan Aykroyd in The Blues Brothers en op die van Robert Englund in zijn angstaanjagende rol als Freddy Krueger. En was het bruine breedgerande model haast net zo onafscheidelijk als de zweep van archeoloog en avonturier Indiana Jones, jarenlang gespeeld door Harrison Ford.

Toch kon uiteindelijk ook Borsalino, waar de productietijd van één hoed uiteenliep van zeven weken tot soms bijna een halfjaar, uiteindelijk niet het niet alleen meer hebben van de dandy's en excentriekelingen die zich graag met de beroemde Italiaanse hoofddeksel tooiden. Van types als de omstreden Italiaanse zakenman en politicus Silvio Berlusconi of PvdA-politicus en voormalige-minister Ronald Plasterk, wiens zomerse Borsalino steevast door moderedacteuren werd geprezen omdat hij zo 'bijzonder goed stond'.

Een Borsalino-hoed in de etalage van een winkel in Florence Foto afp

Borsalino ging naast hoeden ook horloges, kleding, dassen, parfum en zelfs motorhelmen produceren. Er werd in 2006 zelfs een goed bezocht hoedenmuseum geopend, het mocht ondanks 160 jaar historie niet baten. Borsalino is failliet verklaard. En dat is een regelrechte ramp als we de eerder genoemde Humphrey Bogart moeten geloven: Immers: 'Als een hoedenfabriek ten onder gaat, is het een wond die wordt toegebracht aan het hele mannelijke geslacht.'