Juan, Piet en hun pensioenbreuk

Europeanen mogen gaan, staan en werken waar ze willen. Maar hun pensioen moeten ze meestal achterlaten. Zo blijft een grondrecht een dode letter....

HARRY VAN SEUMEREN

JUAN Mendoza uit Barcelona is een tevreden man. Ondanks de hoge werkloosheid in Duitsland heeft hij daar al zes jaar een goede baan. Nog vier jaar volhouden bij deze baas en hij heeft recht op een pensioen. Zijn zusje Carmen heeft minder geluk. Zij werkt nu twaalf jaar in Duitsland en is al bezig aan haar vijfde betrekking. Zij bouwde echter nog geen pensioenrechten op, omdat daarvoor is vereist dat je tien jaar bij dezelfde werkgever werkt.

Piet Mulders verdiende een goede boterham in de Rotterdamse haven, maar hij kon carrière maken in Parijs. Daar gaat het hem voor de wind, maar er is één probleem: anders dan in Nederland kon hij zijn pensioen niet meenemen. Piet heeft nu een dijk van een Europese pensioenbreuk.

Anne Marie de Waard is econome bij een bank in Amsterdam. Haar werkgever heeft haar tijdelijk, voor vijf jaar, uitgezonden naar het filiaal in Frankfurt. Gaat de opbouw van het Nederlandse pensioen van Anne Marie gewoon door en kan zij de premie die ze daarvoor betaalt gewoon blijven aftrekken van de in Nederland verschuldigde inkomstenbelasting?

De namen zijn verzonnen, de problemen niet. Die kunnen met vele honderden andere voorbeelden worden uitgebreid. Volgens het Verdrag van Rome kent de Europese Unie al meer dan veertig jaar vier fundamentele vrijheden: van goederen en van diensten, van kapitaal en van vrij verkeer van personen. Maar de laatste vrijheid is meer papier dan realiteit. De nationale regelingen in ieder van de vijftien Unie-staten en het vaak ontbreken van internationaal erkende regels, vormen praktische belemmeringen voor de Europeaan die elders in de Unie wil werken of wonen.

Werknemers en zelfstandigen die in een andere lidstaat van de EU gaan werken, dreigen hun pensioenrechten geheel of gedeeltelijk te verliezen, erkennen de Europese Commissarissen Padraig Flynn (Sociale Zaken) en Mario Monti (Interne Markt). Dit vormt een belangrijke blokkade van het streven naar meer werkgelegenheid binnen de Unie, waartoe de Top van Amsterdam vorig jaar besloot. Er is te weinig mobiliteit onder de werknemers.

De kern van het probleem zit met name bij de aanvullende pensioenen die worden verzorgd door de pensioenfondsen. Naar hun aard zijn dit privaatrechtelijke regelingen, afspraken tussen werkgever en werknemer. Daarover is internationaal weinig geregeld, want er is geen wettelijke pensioenplicht. De AOW en de daarmee vergelijkbare regelingen in andere Unie-landen daarentegen berusten op een wet.

'Iemand die in Nederland AOW opbouwt en vervolgens vertrekt naar Frankrijk en daar verder werkt, bouwt doorgaans ook daar rechten voor een basisvoorziening op', zegt Peter Kavelaars. 'Hoeveel hangt af van het daar geldende systeem, maar je valt ten minste niet tussen wal en schip. Opgebouwde rechten blijven keurig bestaan. Dan heb je dus min of meer een doorlopende basisvoorziening.'

Kavelaars is hoogleraar Fiscale Economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, hoogleraar Belastingrecht aan de Leidse universiteit en directeur van het wetenschappelijk bureau van de belastingadviseurs van Deloitte & Touche. 'Opgebouwde pensioenrechten blijven bestaan. Maar de werknemer die naar Frankrijk gaat - of een ander land - en ook daar weer een pensioen opbouwt, loopt niet zelden een dijk van een pensioenbreuk op. In Nederland kun je tegenwoordig via het systeem van waarde-overdracht je pensioenrechten meenemen naar een andere werkgever en daar verder je pensioen opbouwen. Internationaal is dat slechts sporadisch mogelijk.'

De grootste problemen doen zich voor als je tijdelijk naar het buitenland gaat. Moet ik pensioen meenemen, kan ik niet beter in Nederland blijven opbouwen? De werknemer betaalt meestal zelf ook pensioenpremie. Deze premie wil je ten laste van je fiscale inkomen brengen. 'Stel, je werkt een tijdje in Zuid-Afrika. Dan geldt dat het inkomen dat je in Zuid-Afrika verdient, dáár belast is. Laat de Zuidafrikaanse fiscus toe dat je de Nederlandse premie aftrekt? Het antwoord op die vraag is in veel gevallen ontkennend', zegt Kavelaars.

Dit geldt zowel binnen als buiten de Unie. 'Omdat de meeste landen stringente regels hanteren voor fiscale pensioenpremie-aftrek. En omgekeerd. Als je vanuit Zuid-Afrika of een Unie-land naar Nederland komt, dan zal de Nederlandse fiscus hier het volledige arbeidsinkomen belasten en veelal geen aftrek toestaan van in het buitenland betaalde pensioenpremies.'

Flynn en Monti van de Europese Commissie hebben eind vorig jaar een ontwerp-pensioenrichtlijn ingediend. Daarin stellen zij voor werknemers die tijdelijk, maximaal vijf jaar, in een ander Unie-land gaan werken, toe te staan de premie voor hun oorspronkelijk pensioen te blijven betalen in het eigen land. De eigen pensioenregeling blijft dan gelden. Daarmee sluiten zij aan bij bestaande regels voor sociale verzekeringen. Flynn en Monti erkennen dat hun idee maar een stukje van de puzzel oplost. Het is een 'eerste stap', geven zij zelf toe.

Volgens Kavelaars zou dit al een hele verbetering zijn. 'Als de landen dan ook nog afspreken dat je in die vijf jaar de premie mag aftrekken van je belastbaar inkomen in je eigen land, dan heb je de detachering wat dit betreft redelijk goed geregeld. Maar het is nog een voorstel. Het kan dus nog wel wat jaren duren voordat alle landen dit beginsel hebben overgenomen.'

De belastingstelsels in de Europese Unie zijn niet geharmoniseerd. Wat gebeurt er als je 65 bent geworden en besluit van je pensioen te genieten in een ander land? Minister Zalm en zijn staatssecretaris Vermeend vinden het niet leuk als Nederlanders hun pensioen meenemen en daarover niet hier belasting betalen, maar in een ander land, waar behalve meer zon ook meestal een milder fiscaal regime heerst.

Het risico bestaat dat de staat der Nederlanden daardoor flink wat belasting zal missen. De bedenkingen van de bewindslieden zijn niet loos. Hier, en in andere landen, geldt de omkeerregel. Gedurende de opbouw van het pensioen, in het werkzame leven, ziet de fiscus af van heffing van belasting over de pensioenpremie. Want de overheden vinden het belangrijk dat de bevolking een fatsoenlijk pensioen kan opbouwen. De pensioenuitkeringen daarentegen zijn wel belast.

'Er zit nu zo'n duizend miljard gulden in de Nederlandse pensioenspaarpotten. Uitgaande van een gemiddelde belastingdruk van 30 procent hebben we het dan toch gauw over een fiscale claim van driehonderd miljard. Hoewel natuurlijk niet iedere Nederlander besluit op zijn 65ste verjaardag naar het buitenland te emigreren.

'Maar je mag aannemen dat dit grensoverschrijdend verkeer gaat toenemen. Stel dat 0,1 procent van alle gepensioneerden, één op de duizend, de grens overgaat. Dan praat je toch wel over driehonderd miljoen gulden.'

Kavelaars ziet niet gebeuren dat alle landen op dit punt snel op één lijn zijn te krijgen. Maar je zou toch verbeteringen kunnen aanbrengen. In ieder geval zou je de omkeerregel moeten handhaven.

'Als de overheid de claim op belastinginkomsten uit pensioenuitkeringen wil behouden, dan moet je de premiebetaling fiscaal blijven faciliëren, maar bij het meenemen van de pensioenuitkering naar het buitenland een bronheffing invoeren. Bijvoorbeeld 10 of 15 procent over het pensioen inhouden en over de rest gewoon belasting betalen in het land waar je je gaat vestigen, onder verrekening van de Nederlandse bronheffing.

'Dan houd je een stukje van je claim hier. Dat is een heel evenwichtig systeem', zegt Kavelaars. 'Maar dan moeten de overheden niet vasthouden aan de volledige claim. En daar neigt het Belastingplan van de 21ste eeuw van Zalm en Vermeend een beetje toe.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden