InterviewHans de Geus

Journalist Hans de Geus werd huisjesmelker om de financiële toekomst van zijn gezin te redden

De Geus voor een van zijn appartementen in Amsterdam-Zuidoost. Beeld Pauline Niks
De Geus voor een van zijn appartementen in Amsterdam-Zuidoost.Beeld Pauline Niks

Journalist Hans de Geus werd huisjesmelker. Hij schreef een boek over zijn schuldgevoel daarover en over de problemen op de woningmarkt. Op stap door Amsterdam-Zuidoost met een ‘salonsocialist’.

Kansloos

Even overstemt het geratel van de ­passerende metro 54 de woorden van Hans de Geus. Voor het woongebouw in Amsterdam-Zuidoost waar hij een appartement bezit, vertelt hij hoe hij vroeger vaak moest lachen om leeftijdgenoten die koortsachtig ­bezig waren met de huizenjacht. Om de vrienden die zich vastklonken aan een ‘loden hypotheeklast’. In 2008, toen de financiële crisis uitbrak, wist de econoom en freelance-journalist zich veilig voor economische tegenspoed, als simpele huurder van een grachtenpand van het Amsterdamse Stadsherstel.

De commentator financiële markten haalde op het scherm van RTL Z zijn grote gelijk. Met de huizenmarkt zou het, net als met de economie, nog jaren neerwaarts gaan. Tot die huizenmarkt verrassend snel weer aantrok - en de prijzen de lucht inschoten. ­Lachen lukte niet meer. Sterker nog, als vader van twee jonge kinderen raakte hij in ‘existentiële paniek’.

Het was tijd voor een wanhoops­poging om de financiële toekomst van zijn gezin te redden. Nederland werd dan wel afgeschilderd als het land van de kleine inkomensverschillen, de vermogensverschillen namen razendsnel toe. Met de huizenmarkt als dolgedraaide motor.

Zijn kinderen mochten niet belanden aan de verliezende kant van die maatschappelijke tweedeling, besloot hij. Die lieve jongens, eeuwige huurslaaf van huisbazen? Werkmier van de tolwachters van bebouwde grond? De geschiedenis moet toch een andere loop kunnen krijgen?

Zijn inkomen als beurscommentator en het geld van een erfenis waren niet meer genoeg voor een hypotheek voor een flinke eigen woning in ­Amsterdam. Maar hij kon wel geld ­lenen voor een beleggingswoning in de Bijlmer. Met het terugbetalen moest het wel goedkomen, want de huurprijzen waren al flink gestegen en hij vroeg meteen een vergunning aan voor ­woningdelen. Zet meerdere huurders in de woning en de investering zal nog meer renderen.

Zo kocht hij drie appartementen in Zuidoost. Het ging steeds makkelijker. Maar die ene kijkdag in 2017 vergat hij nooit, toen hij met ­andere gegadigden door een te koop staand appartement schuifelde. Zie je dat gezin daar, met die twee kinderen, vroeg zijn makelaar. ‘Ze maken geen schijn van kans.’ Dat moment greep mij naar de keel, zegt hij staand voor een van zijn huizen. Hoe moest hij dat huisjesmelken voor zichzelf verantwoorden?

Perfecte storm

Het begon zo’n dertig jaar geleden, analyseert De Geus in zijn boek Hoe ik toch huisjesmelker werd ­– het resultaat van zijn studie naar woningbeleggen, maar ook van zijn persoonlijke worsteling met het fenomeen. Hij wijst op het stimuleren van het eigenwoningbezit en het verruimen van de fiscale voordelen en de hypotheekmogelijkheden voor de koper. Het dereguleren van het bankwezen en de ongebreidelde groei van de woningleningen. Voeg daar het liberaliseren van de huur aan toe en het beeld is voor hem wel duidelijk.

De woningmarkt van vandaag is de giftige vrucht van het conservatief-­liberale geloof in de zegeningen van een vrije, zelfregulerende economie en een kleine overheid. Zelfs de lage rente, die woningprijzen heeft doen ontploffen, is op dit gedachtengoed terug te voeren. De hausse op de huizenmarkt is het nare en ontwrichtende resultaat. De belofte van vrijheid en voorspoed is maar voor een kleine groep ingelost; zij die op tijd in de vastgoedtrein stapten. De rest bleef achter op het perron ­– bijvoorbeeld de zzp’ers die op een geliberaliseerde ­arbeidsmarkt worstelen met hun inkomen, verzekeringen en pensioen.

Ook de overheid zelf heeft het er moeilijk mee, zoals de gemeenten. Die moesten hun eigen broek gaan ophouden. Natuurlijk gebruiken die hun grond dan als geldmachine, ziet De Geus. Die grond verkopen ze het liefst voor dure particuliere nieuwbouw, waarvoor de kopers bovendien onroerende-zaakbelasting gaan betalen. Een corporatie kan minder betalen voor dezelfde grond en zal waarschijnlijk ook nog eens meer sociale huurders naar je gemeente trekken ­– die vaker een beroep doen op andere vormen van gemeentelijke steun.

De woonlasten van Nederlanders behoren inmiddels tot de hoogste van Europa. Dat geldt zeker voor de jongste toetreders tot de woningmarkt, die in de grote steden huren van een particulier. Zij betalen de helft van hun inkomen aan huur. Als sparen al lukt, dan stijgen de huizenprijzen nog harder. Alsof ze een dalende roltrap oplopen, zo blijft hun koopwoning uit zicht ­– een typische beeldspraak van De Geus.

Woningbeleggers hebben het juist steeds makkelijker, weet hij inmiddels. Door de liberalisering van de huurmarkt kunnen zij meer huur ­vragen. De kosten van financiering zijn gedaald, met dank aan de historische daling van de rente. Dus verslaat een belegger op een kijkdag in Amsterdam -Zuidoost fluitend dat ene ­gezin dat ook geïnteresseerd is in die koopwoning. Die kan de ­woning niet kopen, maar moet die vervolgens ­misschien wel huren.

Kloof

De Geus zwaait even naar de jonge huurders die op zijn balkon wat drinken in de avondzon. Hij kent ze niet, de contacten lopen allemaal via een makelaar. Het zijn juist jongeren die zonder de steun van rijke ouders op huizenjacht gaan, die de tweedeling al aanvoelden, vertelt hij. Wij hadden het lang niet in de gaten door geruststellende berichten over de geringe inkomensverschillen in Nederland, maar er is een nieuwe kaste van vermogenden ontstaan, een groep waartoe hij door zijn beleggingsoffensief toch ook wil gaan behoren.

Het zijn mensen met een eigen huis of vastgoedondernemers, die de waarde van hun eigendom steeds maar zien stijgen en nauwelijks belasting betalen op al die winst. Zij laten zich in onze flexibele diensteneconomie vertroetelen door de kansloze kaste, schrijft De Geus in zijn boek, die moet zweten om de hoge huren op te brengen.

Die jongeren moeten op de woningmarkt niet alleen opboksen tegen welgestelde ouderen, maar ook tegen rijke leeftijdsgenoten. Die overbieden hen met behulp van hun jubeltonnetje, de 100 duizend euro die een ouder belastingvrij mag schenken aan een kind voor de aankoop van een woning. De achterblijvers mogen kiezen: gaan zij huur betalen aan zo’n ouder met een beleggingspandje of aan hun mede-millennial?

Die ongelijkheid zal alleen maar ­toenemen, verwacht De Geus. Door de ongereguleerde handel in vastgoed en grond en de vrije prijsvorming in de huursector, maar ook door de geringe belastingheffing voor de vastgoed­bezitter. Ook de jonge huisjesmelker zelf is geen belasting verschuldigd op zijn huurinkomsten ­– die hij privé ontvangt ­– en de waardestijging van zijn huurhuizen. Verkoopt hij die weer, dan steekt hij de eventuele winst onbelast in zijn zak.

Daar komt bij dat de erfbelasting in Nederland relatief laag is, terwijl het inkomen uit arbeid, werk waar de wereld beter van wordt, wel flink wordt belast. Zo vindt er volgens De Geus nauwelijks een maatschappelijke correctie plaats op de snelle vermogensgroei door vastgoedbezit. De kinderen van huurders betalen straks hun huur aan de kinderen van de huisbazen. Woonongelijkheid gaat over van de ene generatie op de andere. Meer woonarmoede leidt tot meer ongelijkheid en andersom. En zo gaan we er ten slotte ­allemaal op achteruit, want hoe ongelijker de samenleving, hoe armer.

Ingrijpen

Om de hoek hangt nog een Te Koop-bord aan een gevel. Dat appartement zal ook weer snel weg zijn, verwacht De Geus. Aan de onderkant van de piramide biedt zich steeds een nieuwe groep kopers aan, die de stijging van de huizenprijs naar de top blijft voeden. Hapert de machine even, dan ziet De Geus dat de hypotheeknormen wéér naar boven worden bijgesteld, zoals de verhoging van het leenbedrag voor een werkend stel. Voor een correctie op de huizenprijzen is het wachten, denkt hij, op een generatie die die prijzen niet meer kan of wil betalen. Of op een verkoopgolf van grote huizen na het overlijden van de babyboomgeneratie. Misschien levert dat nog een prijsval op en een kleine correctie van de woonarmoede.

Het is eigenlijk tijd voor een soort geldzuivering, zoals in 1945, toen het toenmalige kabinet de woekerwinsten uit de Tweede Wereldoorlog wilde wegwerken. Maar begin vooral zo snel mogelijk met het beperken van de financieringsmogelijkheden, het weer terugbrengen van de overdrachtsbelasting van 2 naar 6 procent, ook voor starters, en vooral het veel zwaarder belasten van vermogen en erfenissen.

Dat is veel belangrijker dan de roep om bouwen-bouwen-bouwen. We verwarren duur wonen met een tekort aan woningen, vindt De Geus. Natuurlijk, de vraag is groot en we kunnen nog heel veel bijbouwen, vooral in de steden. Maar de prijzen liepen vooral op toen de financieringsmogelijkheden werden verruimd. Er zal altijd vraag zijn naar meer en groter. Goedkoper, industrieel bouwen is leuk, maar het maakt alleen de onderliggende grond maar duurder, relatief gezien. De huizenprijzen zullen er niet door dalen. We lenen en betalen gewoon zoveel als we kunnen.

Salonsocialist

Met zijn boek en zijn pleidooi tot hervorming heeft hij zijn schuld­gevoel als woningbelegger inmiddels aardig kunnen indammen. ­Natuurlijk is hij die salonsocialist, die kan worden aangewreven dat hij mooi links kan lullen, maar ondertussen rechts zijn zakken staat te vullen. Maar snijdt hij met zijn diepgevoelde oproep voor meer belastingheffing niet in eigen vlees ­– en maakt dat zijn oproep niet extra overtuigend, misschien zelfs een beetje ­nobel?

Bovendien: alle pensioenfondsen beleggen in woningen, dus in feite zijn we allemaal huisjesmelkers. Kun je een hardwerkende zzp’er dan vragen om daar op ethische gronden vanaf te zien? Het systeem gaat hij niet veranderen door zichzelf als kanonnenvlees op te werpen. Uiteindelijk schuift hij liever aan tafel dan als hapje te worden geserveerd.

Voor hij wegloopt richting metrostation, om terug te gaan naar Amsterdam-Centrum, memoreert Hans de Geus nog die ene opmerking van zijn aankoopmakelaar, toen op die kijkdag. Die maakte met een rake opmerking korte metten met zijn twijfels: ‘Tja, het is een harde wereld.’

Hoe ik toch huisjesmelker werd. Over ongelijkheid en woonarmoede. Hans de Geus; Wereldbibliotheek; 288 pagina’s, 20 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden