Beschouwing Werken onder invloed

Je werknemers een drugs- of blaastest laten doen: mag dat? Een dilemma tussen privacy en veiligheid

Drank en drugs op de werkvloer. Beeld Peter van Hugten

Een drugs- of alcoholtest voor werknemer mag alleen als er een wettelijke regeling voor is, zoals in de luchtvaart. Maar de praktijk is anders – veiligheid op de werkvloer gaat voor – en de rechter is het daar doorgaans mee eens. ‘Je steekt ook geen sigaret op terwijl je je auto voltankt.’

Het was kwart voor acht ’s ochtends toen de telefoon rinkelde in de roodbakstenen twee-onder-een-kapwoning van oliehandelaar Steve Perkins: waarom had hij in het holst van de nacht in ‘s hemelsnaam zeven miljoen vaten olie gekocht, wilde een collega weten. Die nacht was de olieprijs in luttele uren tijd met 1,65 dollar gestegen, het soort prijsschommeling dat je normaal gesproken zou verwachten bij oorlogen, revoluties, terreuraanslagen en andere wereldschokken.

Maar de verklaring van deze prijsstijging was een stuk eenvoudiger: Perkins had ‘in de olie zijn’ wel heel dubbelzinnig opgevat. Starnakel dronken had hij thuis vanachter zijn laptop tussen 8 minuten voor half twee en 11 minuten over half vier voor bijna 460 miljoen euro olie gekocht. Dit alles op kosten van zijn werkgever PVM Oil Futures, ter waarde van 43 keer de jaaromzet van het Londense effectenkantoor. Door almaar op ‘koop’ te klikken was Perkins op zeker moment in zijn eentje goed voor bijna 70 procent van de wereldhandel in olie. Zelf sprak Perkins van een ‘verstandsverduistering’, veroorzaakt door een drinkgelag met zijn golfvrienden, dat hij daarna alleen thuis nog eens dunnetjes had overgedaan. De 34-jarige handelaar werd op staande voet ontslagen en voor vijf jaar geschorst als handelaar. De Britse financiële waakhond FSA bestempelde Perkins als ‘een extreem risico voor de markt indien dronken’.

Dit bizarre incident uit 2009 bewijst eens te meer dat alcohol en werk een iets minder goede combinatie vormen dan pak em beet whisky en cola. En dan waren de gevolgen van Perkins’ olie-escapades ‘slechts’ financieel – flinke verliezen voor zijn werkgever, duurdere benzine voor de automobilist. Maar wat als een chirurg toeterlazarus een openhartoperatie staat uit te voeren, of een technicus in doorgesnoven toestand achter de knoppen van een kernreactor zit?

Drugshonden

De vraag is actueel sinds de rel rond VDL Nedcar eind vorig jaar: de automaker baarde opzien door arbeiders van de fabriek in Born regelmatig te laten besnuffelen door drugshonden voordat ze Mini Coopers en BMW X1’s in elkaar mogen sleutelen. In heel 2018 hadden de honden er driehonderd van de zevenduizend werknemers uitgepikt, waarvan de helft na een blaas- en/of speekseltest onder invloed van drugs of alcohol bleek te zijn. Procentueel gezien was het een stuk minder ernstig dan sommige media suggereerden: niet de helft van de fabrieksarbeiders was aan de drank of drugs, maar 150 van de zevenduizend, oftewel iets meer dan 2 procent. Bovendien was het nu ook weer niet zo alsof de 150 arbeiders allemaal met een delirium tremens of Colombiaanse verkoudheid naar het werk kwamen – in sommige gevallen ging het om relatief geringe sporen van verdovende middelen.

Maar toch: je zal als fabrieksarbeider maar een linkse directe krijgen van een robotarm of vermorzeld raken onder een BMW-chassis omdat je collega in kennelijke staat een fout begaat. Alom klonk er begrip voor de drank- en drugscontroles bij VDL Nedcar. Er was alleen één probleem: eigenlijk mag het helemaal niet.

De affaire noopte de Autoriteit Persoonsgegevens deze maand om de wet nog maar eens uit te leggen. Werkgevers mogen alleen testen op drank, drugs of medicijnen als daar een wettelijke regeling voor is, en dat is alleen het geval in de luchtvaart, het spoor en de schipperij, aldus de privacytoezichthouder. Alle andere werkgevers zijn in overtreding zodra ze hun werknemers laten blazen of met een staafje over hun wang schrapen om een speekseltest af te nemen. Om precies te zijn overtreden ze daarmee artikel 9, lid 1 van de Europese ‘Algemene verordening gegevensbescherming’, waarin staat dat het verboden is om ‘bijzondere persoonsgegevens’ te verwerken, zoals over iemands gezondheid, etniciteit, religie of geaardheid.

Verantwoordelijk 

Is daarmee de kous af? Niet bepaald, want bedrijven zijn toch maar mooi verantwoordelijk als op hun terrein pak ‘m beet een opslagtank vol methanol explodeert of een olieraffinaderij in de fik vliegt. Helemaal als je bedenkt dat bij een flink deel van de bedrijfsongelukken – de percentages in Europese onderzoeken lopen uiteen van grofweg 15 tot 30 procent – alcohol in het spel is. En dus kiezen tal van werkgevers – ziekenhuizen, elektriciteitscentrales, tankopslagbedrijven, uitleners van fabrieksarbeiders – ervoor om de wet te negeren.

‘Het is een dilemma tussen privacy en veiligheid, en wij vinden veiligheid uiteindelijk belangrijker’, zegt directeur Bas Janssen van Deltalinqs, belangenbehartiger van ruim zevenhonderd bedrijven in de Rotterdamse haven, Nederlands grootste broeinest van gassen en chemicaliën. ‘Je moet er toch niet aan denken dat er een ongeluk gebeurt, tot een grootschalige ramp aan toe, omdat iemand onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen is. Dat is zo logisch als wat – je steekt ook geen sigaret op terwijl je je auto voltankt.’

Privacyregels ten spijt zijn veel rechters het met Janssen eens, constateert Stephan Roelofs van Be Responsible, een specialist in alcohol- en drugspreventie met inmiddels ruim tweehonderd werkgevers als klant, zoals visgroothandels, ict-dienstverleners en chemiebedrijven. Zo was er de zaak van een machinebediener in een pvc-fabriek in Pernis die tot twee keer toe weigerde de uitslag van een drugstest te delen met zijn werkgever, en zich niet wilde onderwerpen aan een derde test. Gezien de gevaarlijke chemicaliën in de fabriek was een drugstest ‘een gerechtvaardigde inbreuk op de persoonlijke levenssfeer en het recht op de onaantastbaarheid van het lichaam van de werknemer’, vond de rechter. Op vergelijkbare gronden verloor een Rotterdamse bootman, die zijn geld verdiende door zeeschepen vast- en los te maken in de haven, een rechtszaak van zijn werkgever nadat hij positief was bevonden op cocaïne en cannabis.

Weigeren mag

Werknemers mogen een alcohol- of drugstest weigeren: zo’n test mag immers nooit zonder iemands toestemming plaatsvinden, zoals vastgelegd in artikel 10 (‘persoonlijke levenssfeer’) en 11 (‘onaantastbaarheid van het lichaam’) van de Grondwet. ‘Het gevolg van weigeren is alleen wel dat jouw werkgever je de toegang tot de locatie mag ontzeggen’, zegt Stephan Roelofs, expert op het gebied van alcohol- en drugspreventie.

En er hoeven niet eens per se gevaarlijke stoffen in het spel te zijn: in een invloedrijk arrest uit 2007 gaf de Hoge Raad een serveerster van een Arubaans casinohotel nul op het rekest nadat zij ontslagen was wegens cocaïnegebruik. Ook had ze geweigerd naar een ontwenningskliniek te gaan. Doorslaggevend in deze zaak was onder meer dat het hotel in kwestie een duidelijk antidrugsbeleid voerde, waar de serveerster zelf haar handtekening onder had gezet. Als werkgevers bakzeil halen bij de rechter, dan ligt het dikwijls aan het ontbreken van een duidelijk en door de ondernemingsraad goedgekeurd alcohol-, drugs- en medicijnbeleid, merkt Roelofs. Of aan het inzetten van te ingrijpende middelen. ‘Een urinetest kan bijvoorbeeld tot twee weken terug laten zien of iemand cannabis heeft gebruikt. Maar dat is helemaal niet relevant voor een rechter, die wil weten of iemand stoned was op het werk. Een speekseltest is dan veel beter geschikt, daarvan gaan de resultaten veel minder lang terug.’

Wet schiet tekort

Over één ding zijn zowel de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) als werkgevers het eens: de wet schiet tekort. Bij de privacywaakhond snappen ze ook wel dat bedrijven hun werknemers en de maatschappij moeten kunnen beschermen tegen collega’s die te diep in het glaasje of de snuifdoos hebben gekeken, zoals bij piloten, schippers en machinisten al is toegestaan. Het woord is aan de wetgever, vindt Autoriteit Persoonsgegevens: de politiek moet bepalen of ook andere beroepsgroepen voortaan naar de dopingcontrole moeten alsof het wielrenners zijn.

Dronken tijgerverzorger

De bezoekers van een winkelcentrum in de Russische stad Rjazan keken drie jaar geleden raar op toen ze een tijger zagen lopen. Een dierenverzorger van een circus had in beschonken toestand besloten dat het wel leuk zou zijn om een eindje met het beest te gaan wandelen. Toegegeven, de tijger was netjes aangelijnd en het betrof slechts een welp, nauwelijks groter dan een labrador, maar het circus kende geen genade: ontslag op staande voet.

Heel wat schadelijker was de dronkemanstocht van een Britse bouwvakker in een 40 ton zware kiepwagen. Op 13 juni 2005 banjerde hij met een fles whisky achter de kiezen door een woonwijk in West Malling, een spoor van verwoeste auto’s, garages en telefoonpalen achterlatend. Pas toen een omstander in de cabine wist te springen en de zatlap trakteerde op drie stoten voor zijn harses, kwam er een einde aan de dodemansrit. Als door een wonder raakte niemand gewond.  

Na het drinken van één glas bier word je creatiever, schreven kranten van Oostenrijk tot aan Groot Brittannië. Is dat wel zo? Wetenschapsredacteur Maarten Keulemans checkt de feiten. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.