Jaren na de genocide gaan de zaken goed

Met goede oogsten, een bouwput als hoofdstad en reguliere verkiezingen kan Rwanda negen jaar na de genocide weer zeggen dat het groeit....

Haar opgewekte woorden klinken tegen een schrille achtergrond. Negen jaar geleden loofden hulpverleners hier vijf dollar uit per doodgereden hond: de beesten deden zich tegoed aan de lijken van genocideslachtoffers en maakten daarbij doljankende geluiden, waarvan iedere overlevende gek dreigde te worden.

Een paar kilometer slechts van het restaurant van Rose staat een kerkje waar tot op de dag van vandaag de schedels, botten en kleren te zien zijn van mogelijk vijfduizend mensen die zich in de gebedsplaats beschermd dachten tegen de volkenmoord. Nyamata stond gelijk aan neergang. Voor Rose is de plaats inmiddels een symbool van groei.

In 1994, het jaar van de genocide die aan ten minste een half miljoen Tutsi's en Hutus het leven kostte, daalde het bruto nationaal product van Rwanda met 50 procent. Vorig jaar, zo zeggen de officiële cijfers, groeide de economie van het Centraal-Afrikaanse land met bijna 10 procent. Het lijkt ongekend goed te gaan.

Dat wordt vooral duidelijk in Kigali, de hoofdstad. Vijf jaar geleden was La Baguette er de enige winkel waar nog wel eens iets luxueuzers op de schappen lag dan suiker en Rwandese schimmelkaas. Inmiddels struikel je over de supermarkten. En het aantal bouwputten is niet te tellen. De constructiewerkzaamheden namen zo'n 35 procent toe.

Ingenieur Egide Niyogusaba laat trots de bouwtekeningen van het Union Trade Center zien. Het wordt een complex van winkels, een bank en uitgaansgelegenheden in het hart van de hoofdstad. Het grootste dat we hier zullen hebben, zegt hij. De eigenaar is een Rwandees in Zuid-Afrika, waar ook het architectenkantoor vandaan komt.

Rwanda's economische groei, ongekend sterk in de regio van het Grote-Merengebied, was vorig jaar onder meer te danken aan goede oogsten, zoals van koffie en katoen. In een land waar bijna 80 procent van de bevolking van landbouw en veeteelt leeft, is dat een enorme opsteker. Daarnaast zijn er dus flinke investeringen in de bouw.

Maar het algemene beeld blijkt uiterst geflatteerd. In werkelijkheid, zo blijkt uit cijfers van het Internationaal Monetair Fonds, is de groei tussen 1995 en 2002 feitelijk nul. Voor een dollar hoefde ooit slechts 250 Rwandese franc te worden neergeteld. De huidige, officiële koers is één op 540. En de prijs van de belangrijkste levensmiddelen is in dezelfde periode met 250 procent gestegen.

Volgens een westerse zakenman, die al bijna tien jaar in Rwanda woont, is daarmee sprake van een tijdbom. Het is vooral de elite van Tutsi's in de hoofdstad die werkelijk van de groei heeft geprofiteerd. Het grootste deel van de Hutu-meerderheid is er op achteruit gegaan. Daarbij komt een andere tijdbom. Rwanda is kleiner dan Nederland en telt acht miljoen inwoners. Binnen twintig jaar zal de bevolking zich waarschijnlijk verdubbelen.

De zakenman meent bovendien dat zeker driekwart van de Rwandese rijkdom niet uit eigen land, maar uit het buurland Congo komt. De afgelopen vijf jaar is door talrijke organisaties, waaronder de Verenigde Naties, gedocumenteerd hoe landen als Rwanda en Uganda de enorme bodemrijkdom in het oosten van Congo hebben geplunderd. Een deel van de opbrengst is naar Rwanda gegaan, een nog veel groter deel hebben buitenlandse zakenlieden opgestreken.

Onzin, zo menen de Rwandese autoriteiten. President Paul Kagame bijvoorbeeld, zegt niets te weten van de winning van delfstoffen als coltan in Congo. 'In de buurt van Gitarama, in Rwanda zelf dus, wordt coltan van uitstekende kwaliteit gewonnen', aldus de president. Maar de Rwandese export van coltan ligt veel hoger dan het aantal kilo's uit eigen land.

'Het witwassen van Congo-geld is minder geworden, maar komt nog steeds voor', aldus de westerse zakenman. Rwanda zelf biedt volgens hem nauwelijks mogelijkheden voor substantiële en evenredig verspreide groei. Vooral niet omdat, ondanks 'het economische wonder' waarover minister Kaberuka van Financiën zo graag spreekt, het buitenland veel te weinig zekerheid voelt om in Rwanda te investeren.

Negen jaar na de genocide is in het land zelf de politieke rust grotendeels weergekeerd. Economisch is er nog een lange weg te gaan. Een regering die een bedrijf als Heineken, 's lands tweede belastingbetaler, onbegrijpelijke aanslagen van 2,5 miljoen dollar voorzet, maakt zich niet bepaald geliefd bij de broodnodige potentiële investeerders.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden