Rubriek De Kwestie

Japan was vroeger de grootste handelsvijand, tot nu – en niemand protesteert

Peter de Waard.

De ene dag is de andere niet, zoals president Donald Trump deze week weer liet zien. En dat geldt ook voor de handelsoorlog. In een tijd dat antiglobalisme mainstream is geworden, heeft de EU dinsdag een handelsakkoord gesloten met wat in het verleden op handelsgebied juist de grootste vijand was: Japan. 

En gek genoeg zijn er nauwelijks protesten. De mensen die tot voor kort zo tekeer gingen tegen TTIP en Cetec - nota bene akkoorden met trouwe handelspartners als de VS en Canada - zijn in deze tijden van Brexit en Trump ook de weg kwijt. 

Niemand kan beweren dat het dit keer om klein bier gaat. Het duo Europese leiders - commissievoorzitter Juncker en president Tusk - sprak zelfs van het belangrijkste bilaterale handelsakkoord ooit. De importtarieven voor vrijwel de gehele onderlinge handel gaan omlaag. De dichtgetimmerde Japanse markt voor agrarische producten en voedingswaren, zoals wijn, kaas, chocolade, vlees en pasta’s waarop nu nog importheffingen van 40 procent zitten, gaat open. Daardoor kan de export vanuit de EU naar Japan met tien miljard euro stijgen.

Op zijn beurt verlaagt de EU de heffingen op Japanse auto’s en auto-onderdelen. De markt voor publieke aanbestedingen aan beide kanten wordt opengezet. Beide economische reuzen willen ook ‘ambitieuze mondiale standaarden’ zetten op het gebied van arbeid, veiligheid, milieu en consumentenbescherming. En tegelijkertijd werd een ‘strategisch partnerschap’ ondertekend, waarin de samenwerking op het gebied van onderzoek wordt uitgebreid. Als het Groot-Brittannië volgend jaar lukt uit de EU te treden - hetgeen nog valt te bezien - zou Japan de opengevallen plaats zo kunnen innemen. 

Vanaf de jaren zestig was met Japan geen handelsafspraak te maken. De gemeenschappelijke Europese markt zette de deuren wijd open voor de Japanse exporteurs die in amper dertig jaar tijd korte metten maakten met de Europese indus trie. Autofabrikanten, staalmakers en elektronicaproducenten delfden het onderspit. 

Sommige bedrijfstakken werden zelfs compleet weggevaagd, zeker toen in navolging van Japan ook andere Aziatische tijgers zich op de Europese markt stortten. Tegelijkertijd schermden de Japanners hun eigen markt bijna volledig af voor buitenlandse producten. Elektronicabedrijven als Philips noch autofabrikanten als Volkswagen of Peugeot kregen daar een voet aan de grond. 

Als er geen importheffingen waren, dan slaagden de Japanners er altijd wel in non-tarifaire belemmeringen op te werpen die import onmogelijk maakten, zoals bizarre veiligheidsvoorschriften. 

De Philips-presidenten Wisse Dekker en Jan Timmer konden in Brussel klagen wat ze wilden, ze kregen niets gedaan. De Japanners lachten vriendelijk, zeiden uit beleefdheid ja en deden daarna niets. 

Als de traditionele bondgenootschappen in de wereld zijn veranderd, dan geldt dat zeker ook voor de handel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.