COLUMNFrank Kalshoven

Jaloers op de stroppenpot van de ING? Maak thuis een betere

ING heeft het ergste van de coronacrisis alweer achter de rug. Dit zei de baas van de bank, Steven van Rijswijk, deze week bij de presentatie van de cijfers over het tweede kwartaal. Achter de rug? Het kabinet scherpte nog deze week de regels aan omdat het aantal besmettingen weer oploopt, en in Amsterdam en Rotterdam werden mondkapjes verplicht op sommige plekken op straat. Hoe is dat met elkaar te rijmen?

ING heeft iets dat veel anderen niet hebben: een stroppenpot. Dat is niet alleen een fijne uitvinding voor banken. Thuis kun je er ook een maken.

Eerst ING. In het tweede kwartaal, tuimelde de winst van de bank omlaag tot 300 miljoen euro. De belangrijkste reden voor deze winstval is dat de bank een reservering moest treffen voor verliezen in de toekomst. Opgeteld bij de reservering uit het eerste kwartaal (toen de crisis in Europa aankwam), zit er nu twee miljard euro in de stroppenpot van ING.

Waarom twee miljard? En niet vier of een? Dat is de uitkomst van een sommetje. De kern hiervan is dat de bank een inschatting maakt van de toekomstige verliezen op uitstaande kredieten omdat bedrijven failliet zullen gaan of anderszins in financiële problemen komen door de (naweeën van) de coronacrisis. Deze verliezen, die zich dus nog helemaal niet hebben voorgedaan, stopt de bank uit voorzorg vast in de stroppenpot. Die zit nu vol. Als er dan in het vierde kwartaal een klant failliet gaat, haalt de bank dit verlies uit de stroppenpot. Als het sommetje goed is gemaakt, is de pot leeg als de coronacrisis voorbij is.

Omdat de bank alle verwachte toekomstige verliezen al in de stroppenpot heeft gestopt, is het vanaf het derde kwartaal weer bankieren als vanouds. De winst in dit kwartaal ligt dan in dezelfde orde van grootte als die van het derde kwartaal van 2019. In financiële zin heeft ING de crisis dus inderdaad al achter de rug.

Jaloersmakend? Andere bedrijven kunnen dit ook. Sterker: iedereen kan zijn eigen stroppenpot maken.

In essentie is zo’n stroppenpot niets anders dan een spaarpotje uit voorzorg, een appeltje voor de dorst. Als er, om welke reden dan ook, kans bestaat op verlies aan inkomen in de toekomst, is het handig die klap nu vast te incasseren.

Voor ondernemingen betekent dat: vet op de botten. Minder vreemd vermogen gebruiken, zoals bankleningen. En juist meer eigen vermogen in de onderneming laten zitten, en dus minder winst uitkeren aan de aandeelhouders. Komt er dan een klap, dan wordt die zonder noemenswaardige pijn opgevangen door die vette speklaag.

Thuis is het: de spaarrekening. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) liet vorige maand nog weten dat ‘veel huishoudens te weinig geld achter de hand hebben’. De stroppenpot is al leeg nog voordat de tegenslag zich heeft aangediend. En een gewoon huishoudinkomen is natuurlijk te laag om die, zoals ING deed, in één beweging even vol te gooien.

Hoe vol moet die spaarpot zijn? Even grof hè, om de gedachten te bepalen. Voor werknemers met een vast contract: minimaal drie netto maandinkomens. Liever: zes. Comfortabel: twaalf. Flexwerkers vermenigvuldigen dit aantal maanden met anderhalf, want zij lopen meer inkomensrisico. Zelfstandig ondernemers lopen nog meer risico, en vermenigvuldigen daarom met twee.

Met zo’n spaarpot doe je het als huishouden zelfs nog beter dan ING. Zo’n bank moet de stroppenpot nog gaan vullen als een crisis zich aandient; thuis ben je dan al klaar. Lekker.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek. Reageren? Email: frank@argumentenfabriek.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden