Jaap Drupsteen ontwierp laatste Nederlandse bankbiljet vóór de euro Bedreigd ijsvogeltje siert laatste tientje

voor de hogere jagers zo blauw als het water..

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

dolk op wieken in een jasje van kobalt

buik oranje... maar de oogwenk ziet

even maar een blauwe vlam

voor wie daaronder huist (de voorn, de bliek)

het grauw oranje van dor blad

totdat de twijg kort neerbuigt, terugveert,

vleugels vinnen blijken en de dolk

zich om de schubben schaart, waarvan

de tak straks glinstert, na de slacht wanneer

het wapen drooggepoetst, de slokop zit en

schokkend kleur geeft aan de winter

Arie van den Berg had van De Nederlandsche Bank drie weken gekregen om deze ode aan de ijsvogel te componeren. Drie weken, dat is een oogwenk voor iemand die achttien jaar over een dichtbundel deed. Van den Berg slaagde en zijn gedicht wordt in september in een oplage van tientallen miljoenen verspreid, afgedrukt op het nieuwe biljet van tien gulden.

Van de ijsvogel, heeft de voorzitter van de stichting tot behoud van de ijsvogel gezegd tegen president Wellink van De Nederlandsche Bank, zijn er nog maar twintig paren in Nederland. 'Als dat zo is, is het een punt van zorg', zei Wellink gisteren bij de presentatie van het biljet. 'Maar ook van vreugde, dat wij de ijsvogel in de vorm van een bankbiljet hebben kunnen vermenigvuldigen.'

Voor Jaap Drupsteen, de ontwerper van het tientje, die ook al de nieuwe biljetten van 25, 100 en 1000 op zijn naam heeft staan, hoefde dat vogeltje helemaal niet. 'Ik heb geprobeerd van die vogels af te komen.' In zijn eerste ontwerp zat een vlinder en het biljet had een zwarte in plaats van de gebruikelijke witte achtergrond. Het bleek te revolutionair en de Bank was bovendien erg aan vogeltjes gehecht.

Tussen eerste en uiteindelijke ontwerp zitten anderhalf jaar en talloze hindernissen. Het zijn de strenge voorschriften van de Bank, die in hoge mate de indeling van het biljet bepalen. 'Het is te vergelijken met hardlopen met handen en voeten gebonden', aldus Drupsteen. 'Het programma van eisen zet je voortdurend op het verkeerde been. Bij dit biljet heb ik het idee dat ik deze strijd aardig heb gewonnen.'

Anders dan de bankbiljetten van ontwerper Oxenaar (zonnebloem, vuurtoren) hebben die van Drupsteen geen duidelijk herkenningspunt. Ze zijn abstract. 'Ik heb geen held, geen gezagsdrager, geen leuke boot. De herkenbaarheid is het biljet zelf. Je hoeft er maar een glimp van op te vangen om het te herkennen. Dit biljet kan sneller worden uitgegeven dan welk ander ook.'

Hiervoor heeft Nederland minder dan vijf jaar. In 2002 moet de gulden in de kassa's, portemonnees en geldautomaten plaatsmaken voor de euro. Dan sterft ook de papieren ijsvogel uit, tot verdriet van Drupsteen. 'Begin ik het eindelijk een beetje te leren, hoeft het niet meer.'

Zie ook pagina 2

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden