Italië begon al jaren geleden met fors bezuinigen

De reputatie van de Italiaanse overheid als Sinterklaas, potverteerder en zakkenvuller leidt een hardnekkig leven. Rome moet voorlopig maar niet meedoen aan de euro, vinden doorgewinterde conservatieven in Nederland en Duitsland, want Italië kun je volgens hen niet serieus nemen....

Van onze correspondent

Jan van der Putten

ROME

Dat gebeurde onder de overgangsregeringen van de premiers Amato en Ciampi, beiden experts op financieel-economisch gebied. Onder de rechtse regering-Berlusconi keerde de politieke chaos volop terug, en daarmee het wantrouwen van het buitenland in Italië. Daarna begon het zakenkabinet-Dini weer te werken aan een serieus imago. Maar pas de centrum-linkse regering-Prodi, aan de macht sinds de verkiezingen van april 1996, is na een zwak begin stabiel genoeg gebleken om Italië klaar te stomen voor Europa.

Aanvankelijk moet Prodi hebben gedacht dat de euro niet meer op tijd te halen was. Anders zou hij zijn Spaanse collega Aznar in de zomer van 1996 niet hebben gevraagd een front te vormen van euro-laatkomers. Aznar wilde niet te laat komen, maar op tijd.

Er zat toen voor ook Prodi niets anders op dan zich in de eurorace te storten. Uitsluiting uit de EMU zou Italië immers rampzalig kunnen worden: financieel-economisch debacle, dreigende afscheiding van Noord-Italië, politieke chaos na het vertrek van Prodi.

Prodi's aankondiging dat hij zou aftreden als Italië aan het eind van de race niet in de kopgroep zou zitten, vond bijna iedereen een overmoedige tarting van het noodlot. Het leek immers haast ondenkbaar dat het instabiele Italië met zijn zwakke lire in hetzelfde muntsysteem zou komen als oerstabiele landen als Duitsland en Nederland.

De race is bijna voorbij. Al die tijd hebben sceptici, voornamelijk in Duitsland en Nederland, beweerd dat Italië voorlopig niet in de Economische en Monetaire Unie thuishoort. Maar als op 2 mei wordt beslist welke landen aan de criteria van Maastricht voldoen, moet het raar lopen als Italië buiten de prijzen zou vallen.

Hoe is het mogelijk dat het Italiaanse begrotingstekort in anderhalf jaar tijd is teruggebracht van 7,3 tot slechts 2,7 procent? Dat de inflatie met 1,7 procent praktisch geen naam meer mag hebben?

Boekhouderstrucs, zeggen de critici, en eenmalige maatregelen zoals privatiseringen en de eurotax. Deze belastingaanslag zou in zijn eentje het tekort met 0,8 procent hebben laten dalen. De minister van Financiën heeft beloofd volgend jaar 70 procent van de eurotax terug te geven.

De saneringsoperaties van Prodi en zijn minister van Economische Zaken Ciampi, bijgenaamd Signor Euro, benaderen de 150 miljard gulden. Ciampi heeft gesneden waar hij kon, vooral in de vele privileges die de oude politici onder hun kiezers hadden uitgedeeld. Nep-sanering, beweerde oppositieleider Berlusconi. Maar het succes van de bezuinigingspolitiek verleidde hem tot een curieus compliment: 'Prodi voert mijn programma uit.'

'Creatieve' boekhouding? De regering repliceert dat Bonn en Parijs veel meer trucs gebruiken dan Rome om het tekort te laten zakken. De angst dat de Italiaanse sanering volgend jaar weer verleden tijd zal zijn, vindt Ciampi ongegrond. Vóór 2 mei maakt hij een programma bekend voor structurele hervormingen in de komende drie jaar.

Als deze regering niet ten val komt, is de kans groot dat die plannen nog worden uitgevoerd ook. En daar kunnen Italofoben als Zalm toch geen bezwaar tegen hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden