ColumnPeter de Waard

Is renteverlaging antwoord op aanbodschok?

In economische termen is de coronacrisis een modelvoorbeeld van een aanbodschok. Doordat hele regio’s op slot gaan, zoals Wuhan of Lombardije, loopt het aanbod van bepaalde goederen terug. Mensen kunnen als gevolg van het virus in vele gevallen niet naar hun werk komen.

Bedrijven in andere regio’s kunnen niet produceren omdat ze bepaalde onderdelen niet meer kunnen krijgen. Daarom is door 750 Nederlandse bedrijven al werktijdverkorting aangevraagd. Hele productieketens raken verstoord. Bedrijven slepen elkaar mee in hun val. Het is in dat opzicht te vergelijken met de oliecrisis van 1973 toen de Opec ineens de oliekraan dichtdraaide.

Bij een aanbodschok helpt het volgens de economische theorie niet om geld goedkoper te maken door de rente te verlagen. Consumenten kunnen ten slotte geen geld uitgeven als de winkel gesloten is.

Tegenover een aanbodschok staat een vraagschok. Er zijn voldoende goederen of diensten, maar mensen durven door een onverwachte gebeurtenis hun geld niet uit te geven. Het vertrouwen valt weg, ze zijn bang hun baan en geld te verliezen. Dat gebeurde na de kredietcrisis van 2008. Centrale banken probeerden met renteverlagingen en geld bijdrukken het vertrouwen terug te brengen en de mensen naar de winkels te jagen. In 2013 riep premier Rutte het volk op eens uit te kijken naar een nieuwe auto. De regering deed niets, maar de ECB maakte het geld zo goedkoop dat het aantrekkelijk werd er eentje op de pof aan te schaffen.

Bij elke crisis moeten de autoriteiten zich afvragen of sprake is van een aanbod- of vraagschok. De Amerikaanse centrale bank Fed lijkt dat in dit geval niet hebben te hebben gedaan. Die besloot meteen de rente een half procentpunt te verlagen, want andere centrale banken dwong het voorbeeld te volgen. Geld wordt goedkoper, maar zo’n maatregel is zinloos als je er niets voor kunt kopen.

Maar misschien is het onderscheid tussen een aanbod- en een vraagschok minder groot als de economieboekjes willen doen geloven. Dit keer lijkt een aanbodschok ook voor een vraagschok te zorgen. Of ze trekken samen op. De pandemie ondermijnt ook het vertrouwen van de consumenten. Mensen gaan minder snel een huis kopen of een nieuwe auto. Ze gaan niet meer op vakantie. Ze lenen minder. En als ze geld over hebben, potten ze dat liever op. Er is geen olietekort zoals bij de aanbodschok van 1973, maar er is veel te veel olie nu alle oliekranen worden opengedraaid en een heuse prijsoorlog tot een halvering van de olieprijs heeft geleid.

In dit geval zou monetaire stimulering wel kunnen helpen. Maar omdat de rente al nul procent is, heeft dat geen zin. De oplossing ligt niet in Frankfurt, maar bij de overheden in Den Haag en Brussel. Zij moeten het aanbodprobleem (het virus onder controle krijgen) en het vraagprobleem (door stimulering) verhelpen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden