Is Opel liever Amerikaans dan Frans?

In de jaren twintig van de vorige eeuw rekende Europa 75 procent importheffing op Amerikaanse auto's als de Chevrolet, terwijl een Europeaan gemiddeld 60 procent zoveel verdiende als een Amerikaan. In zijn autobiografie My Years with General Motors schreef Alfred P. Sloan dat hij daarom Europese autofabrikanten moest kopen om van het jonge bedrijf een echte multinational te maken.

null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant

GM aasde aanvankelijk op het Franse Citroën en het Britse Austin. 'Maar het management van beide ondernemingen was slecht en de productielijnen lieten te wensen over', aldus Sloan, onder wie GM de dominante autofabrikant van de wereld zou worden.

Uiteindelijk kocht GM daarom in 1925 het Britse Vauxhall en in 1929 het Duitse Opel. Zij zaten in een duurder segment en maakten wat destijds doktersauto's werden genoemd. Het was een gouden greep. General Motors werd de grootste autofabrikant ter wereld en vervolgens zelfs lange tijd het grootste bedrijf ter wereld.

Op het hoogtepunt in 1979 zouden er wereldwijd 853 duizend mensen werken bij GM, het hoogste aantal ooit bij een privé-onderneming. Opel was met modellen als de Kadett en de Ascona uitgegroeid tot de grootste Europese autofabrikant in de jaren zeventig en tachtig.

Toen begon de tweede oliecrisis en de aftakeling van de Amerikaanse auto-industrie.

In 2008 was GM zo goed als failliet, na een verlies van 35 miljard dollar. Het bedrijf werd gesaneerd en genationaliseerd en vervolgens weer geprivatiseerd. Er werken nu 200 duizend mensen, nog altijd meer dan Apple en Google samen. Maar veel beroemde merken van GM bestaan niet meer, zoals Oldsmobile, Pontiac en Hummer. En binnenkort dreigt GM dan ook Vauxhall en Opel te verliezen en is het concern weer terug in 1923: het jaar dat de legendarische Alfred P. Sloan president en CEO werd.

Het Franse PSA, fabrikant van de Peugeot en van het destijds door GM versmade Citroën, zou op het vinkentouw zitten om de beide merken over te nemen. Nu is er weinig zeker in de autobranche. Voorgenomen deals verdwijnen even snel van tafel als ze erop worden gelegd. Al twee keer heeft GM afgezien van plannen om de Europese activiteiten te verkopen sinds het in 2008 in grote problemen kwam.

Onder het motto driemaal is scheepsrecht zou topman Carlos Tavares van PSA nu zijn kans willen grijpen, amper drie jaar nadat PSA door de Franse staat en de Chinese fabrikant Dongfeng van een bankroet is gered. Of de Duitsers en Britten er blij mee zullen zijn dat twee van hun toonaangevende autofabrikanten na bijna negentig jaar de Amerikaanse eigenaar verwisselen voor een Franse is maar de vraag.

Het is voor de werknemers en andere belanghebbenden bijna kiezen tussen twee kwaden. Of tussen het weghappen van een Big Mac achter het beeldscherm of een lunch van drie uur op kosten van de staat. Geen van beide lunches heeft een gunstige prijs-kwaliteitverhouding.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden