Column

Is onder Obama de ongelijkheid gegroeid?

Behalve dat hij de eerste zwarte president was en briljante stiltes kon laten vallen in zijn speeches zou president Obama over tweehonderd jaar een voetnoot in de Amerikaanse geschiedenis kunnen zijn.

Beeld ap

Zo eindigt het meestal met fatsoenlijke mensen. De geschiedenisboeken beperken zich tot usurpators als Napoleon, Julius Caesar of Alexander de Grote, wrede dictators als Hitler, Stalin, Atilla de Hun of Dzjengis Khan en een enkele vredesstichter als Abraham Lincoln.

Obamanomics, het economisch beleid, zal evenmin beklijven. Weliswaar is de Amerikaanse economie onder zijn presidentschap uit een diepe crisis gekropen, de werkloosheid gedaald tot onder de 5 procent en de Dow Jones gestegen naar bijna 20 duizend. Maar daar staat tegenover dat de staatsschuld is verdubbeld van 10 naar bijna 20 biljoen dollar, de balans van de centrale bank (Fed) is verviervoudigd tot 4 biljoen dollar en de nieuwe gecreëerde banen bijna allemaal laag betaald zijn. Het grootste verwijt is dat de ongelijkheid is toegenomen, terwijl Obama steeds het verminderen van ongelijkheid de grootste uitdaging van zijn presidentschap noemde.

Uit onderzoek van econoom Emmanuel Saez van de universiteit van Californië, Berkeley blijkt dat sinds het aantreden van Obama de reële inkomens van de Amerikanen met gemiddeld 13 procent zijn gestegen. Maar 52 procent daarvan is naar de rijkste 1 procent van de Amerikanen gegaan die er 35 procent op vooruit zijn gegaan. De laagste inkomens hebben nog maar tweederde gecompenseerd van de verliezen door de recessie, de middeninkomens iets meer maar ook nog niet alles.

De vraag is of het Obama meer had kunnen doen. Hij heeft getracht de ergste armoede te lenigen. Met Obama Care maakte hij zorg bereikbaar voor de laagste inkomens. Het inkomensverschil tussen rijk en arm groeide, maar die toename was de laagste sinds president Lyndon Johnsons (1963-68) sociale programma Great Society.

Andere presidenten maakten het bonter. Onder president Bill Clinton (ook Democraat) stegen de reële inkomens van de rijkste 1 procent met 98 procent en die van de rest met 20 procent. En onder president George W. Bush steeg het inkomen van de rijkste 1 procent 61,8 procent en die van de resterende 99 procent met slechts 6,8 procent.

Obama moest opboksen tegen een onwillig congres waar de Republikeinen de meerderheid hadden. Maar hij moest vooral strijden tegen de mondialisering waardoor de rijken in microsecondenhun kapitaal over de wereld kunnen verplaatsen naar de meest belastingvriendelijke plek.

Zelfs de socialist Francois Hollande is hier als president op stukgelopen en moest terugkomen op zijn besluit de toptarieven in de inkomstenbelastingen te verhogen tot een ouderwetse 75 procent.

Een eerlijkere inkomensverdeling is alleen mogelijk door mondiale afspraken. Na Obama zijn die verder weg dan ooit.

Reageren? p.dewaard@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.