De KwestiePeter de Waard

Is geld nu van ruilmiddel tovermiddel geworden?

‘Geld is in onze economie het hulpmiddel om de ruil van goederen en diensten te vergemakkelijken. Het zou te gek zijn als we berenvellen moesten ruilen tegen vissen’, betoogde de vorige maand overleden Arnold Heertje in zijn lesboek De kern van de economie. Blijkbaar is het een tijd geleden dat Heertje dit opschreef, want in een modern lesboek zouden dat smartphones tegen e-bikes zijn.

Het principe is hetzelfde. Geld is een ruilmiddel, hoewel het ook ­gemakkelijk is als rekeneenheid en oppotmiddel. Heertje leerde de bollebozen, die het vak economie niet meteen hadden laten vallen, dat overheden in slechte tijden met wat extra geld de economie een duwtje in de rug konden geven. Hij had er een rekensommetje voor: de ­beruchte multiplier. Geld was echter niet gratis. Net als andere producten en diensten had het een prijs: de rente. Veertig jaar geleden bleek nog dat die prijs flink kon oplopen – tot bijna 13 procent – als een land zich te diep in de schulden stak.

Nu is geld alle economische theorieën overstegen. Het is van ruilmiddel geëvolueerd tot tovermiddel. Overheden voelen zich Alice in Wonderland. Ze kunnen onbeperkt ­lenen, omdat hun eigen centrale banken die leningen opkopen.

Er hoeft niet meer te worden ­bezuinigd, want geld is gratis ­geworden. Een basisinkomen kan zo worden ingevoerd. Misschien kan iedereen er nog een vermogen van 1 miljoen bij de geboorte bij krijgen. Op geld lenen krijg je geld toe, alsof je naar de ijssalon gaat en als klant 1 euro toe krijgt op een hoorntje met twee bolletjes Italiaans ijs. Of dat de bezorger van de Volkskrant iedere ochtend voor 7 uur ook 5 euro door de brievenbus gooit. Als de staat 40 miljard euro nodig denkt te hebben voor Schiphol-in-Zee hoeft er zonder een cent rente over dertig jaar maar 38 miljard te worden terugbetaald. ­Meteen doen.

De mondiale schuldenberg zal door de coronacrisis stijgen van 255 biljoen naar 325 biljoen (325 met twaalf nullen), zo verwacht het Institute of International Finance. Wie denkt dat het verkeerd kan aflopen, wordt door nogal wat economen weggehoond. Die pleiten voor leningen van honderd jaar of zelfs eeuwigdurend. Het ‘W-woord’ – de vergelijking met de Weimar-republiek van 1923, toen een kruiwagen met biljetten van een miljard mark nodig was om een brood te kopen – is taboe. In de Weimar-republiek, en afgelopen jaren ook in landen als Zimbabwe of ­Venezuela, was sprake van een enorme kapitaalvlucht, zodat er steeds meer moest worden bijgedrukt. De biljoenen die de ECB bijdrukt blijven gewoon in de eurozone. Er is zelfs een overschot op de lopende rekening. Deflatie is gevaarlijker dan inflatie. Niks aan het handje dus. Nergens klinkt de ­kanarie in de kolenmijn.

Alleen opereert iedereen op onbekend terrein. Er is geen precedent. Economen zijn geen kanaries. Het zijn juist buitengewoon slechte voorspellers. Ze schrijven vaker sprookjes- dan economieboeken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden