De kwestie Peter de Waard

Is een hoge accijns op mode een briljant idee?

‘Ik had gewild dat ik de blue jeans had uitgevonden: de meest spectaculaire, meest praktische, relaxte en nonchalante kleding. Ze hebben expressiviteit, sexappeal en eenvoud – alles wat ik met mijn werk probeer te bereiken’, zei de ruim tien jaar geleden overleden modeontwerper Yves Saint Laurent. De spijkerbroek is het grootste marketingsucces in de geschiedenis van de mode. In de VS heeft iedere vrouw er gemiddeld acht stuks. Ze zijn comfortabel en modebestendig. Een genotsartikel.

Maar ze zijn ook milieuonvriendelijk. De katoenplanten voor de productie van één spijkerbroek gebruiken 2.500 liter water en hebben tien vierkante meter landbouwgrond nodig, afgezien van de pesticiden die worden gebruikt. Bij de fabricage komt 32 kilogram CO2 vrij. De puimsteen die wordt gebruikt om ze te bleken, vervuilt wereldwijd beken en rivieren, net zoals de verf die nodig is om ze te kleuren.

Na vliegschaamte zou ook modeschaamte in het woordenboek moeten worden opgenomen. De milieukosten van de mode-industrie (1,2 miljard ton CO2 per jaar) zijn groter dan die van de vliegsector en scheepvaart samen. Uit onderzoek van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen Nederland blijkt dat de Nederlander gemiddeld 173 kledingstukken heeft. Elk jaar worden 46 nieuwe kledingstukken gekocht, waarvan eenderde niet of nauwelijks wordt gedragen. Met de komst van goedkope weggooikleding (fast fashion) door continue collectiewisselingen en het onlineverkoopkanaal is het volume van de modesector in tien jaar verdubbeld.

In de mode zijn er net zoals in het reiswezen idealisten. Zij blijven op hun eigen manier dicht bij huis. Zij doen aan slow fashion, kopen tweedehands of kiezen voor meer duurzame kleding. Maar als het probleem van de modeoverlast echt moet worden aangepakt, zou daar, net als bij het vliegen, een prijskaartje aan moeten hangen. In Groot-Brittannië heeft een commissie van het Lagerhuis eerder dit jaar een voorstel ingediend voor een speciale modebelasting. Op elk verkocht kledingstuk zou een extra heffing van 1 pence moeten komen.

De opbrengst zou moeten worden besteed aan het recyclen van kleding. Tweederde van de Britten was volgens peilingen vóór, maar de regering wees het voorstel af.

Britten gooien per jaar per persoon 35 kilo aan kleding weg – in Nederland is dat 14 kilo – waarvan 20 procent op de afvalberg belandt. In veel van deze kleding zitten giftige stoffen en plastics. Bij elke wasbeurt komen al 700 duizend synthetische microvezels vrij die in de oceanen en de magen van vissen belanden.

Dat de Britse regering een voorstel van 1 pence belasting per kledingstuk – opbrengst 35 miljoen pond per jaar – al afwijst, is een teken aan de wand. Als dat honderd keer zo hoog zou zijn – 1 pond – zou dat nog weinig mensen weerhouden te blijven shoppen. Pas bij een accijns van 10 pond per T-shirt krabt iemand zich achter de oren.

Voorlopig blijft modebewust belangrijker dan milieubewust.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden