De KwestiePeter de Waard

Is een comeback van de vut het grote taboe?

In 2006 werd de afkorting vut – ‘we gaan met de vut, we zitten in de vut, ik ben vutter’ – nog officieel afgeschaft. De Vervroegde UitTredingsregeling (vut), waarbij anderen via het betalen van premies opdraaiden voor de uitkering van mensen die eerder stopten, was te duur geworden.

Daarnaast was de werkloosheid al zo ver gedaald dat ouderen in het arbeidsproces dringend nodig waren. En sinds die tijd is de gemiddelde leeftijd dat Nederlanders achter de geraniums mogen zitten, gestegen van gemiddeld 60 naar 65 jaar.

Vorige week haalde FNV-voorzitter Han Busker de term vut uit de mottenballen. Als door deze crisis een verloren generatie zou ontstaan, dan moeten ouderen maar weer wijken voor jongeren. Meteen werd het idee neergesabeld. Terugkeer naar de ideeën van de jaren zeventig en tachtig – en al helemaal die van het enige echte linkse na-oorlogse kabinet van Joop den Uyl – zou uitlopen op een Hollandse ziekte 2.0 waarbij Nederland in dezelfde lappenmand belandt als Griekenland of Italië.

Het is de vraag of de vut een terugkeer is naar een rigide arbeidsmarkt van weleer, als de huidige flexibele markt al zo’n groot goed is. De vut is net zo goed een hoeksteen van het succesvolle poldermodel geweest als een symptoom van de Hollandse ziekte.

De vut werd in 1975 bedacht door de katholieke vakbondsbestuurder Toon Riemen. Omdat schoolverlaters door de industriële aftakeling nauwelijks een baan konden vinden, liep de jeugdwerkloosheid razendsnel op. Hij lanceerde een Jong voor Oud-plan, waarbij oudere werknemers één op één zouden worden vervangen door jongere.

Minister Jaap Boersma van Sociale Zaken was ervan gecharmeerd en liet experimenten toe in het onderwijs, de bouw en de havens. Onder Boersma’s opvolger Wil Albeda werd de regeling in 1980 gestandaardiseerd. Wie met de vut ging, kreeg een brutoloon dat gelijk was aan 80 procent van het laatste salaris. Maar omdat vutters geen werknemerspremies hoefden te betalen kregen ze netto hetzelfde.

Daarna werd een jaartje eerder vut 25 jaar lang de inzet van menige cao-onderhandeling. Alleen van het één-op-één-principe kwam weinig terecht. Veel bedrijven gebruikten de vut voor het lozen van oudere werknemers die niet meer meekonden in de digitale tijd. Maar indirect werkte het wel. De Nederlandse economie vernieuwde en verjongde veel sneller dan die in andere landen. De lusten van de vut bleken groter te zijn dan de lasten.

De afschaffing in 2005 was terecht, hoewel veertigers en vijftigers die jarenlang vut-premies hadden betaald zonder daar ooit zelf een beroep op te kunnen doen, tandenknarsend toekeken.

Als door corona jongeren massaal hun baan verliezen – met hun flexibele contracten zijn ze kwetsbaarder voor ontslag dan ouderen met vaste banen – zou de vut op voorhand geen taboe mogen zijn.

Misschien is het een opstapje voor poldermodel 2.0.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden