Column Peter de Waard

Is de opmars van de spread de nieuwe Atilla de Hun?

Zoals na de Griekse beschaving de Romeinse ten onder ging en het donkere tijdperk van de Middeleeuwen begon, lijkt nu na de Griekse crisis de Italiaanse te beginnen. En mogelijk is dat het begin van een nieuw donker tijdperk in Europa, waar dan allerlei door nationalisten, separatisten en populisten geregeerde ministaten met eigen munten en protectionisme elkaar economisch te lijf gaan en later ook de wapens oppakken.

Het grote verschil is dat niet de marsroute van Atilla de Hun de komende ondergang symboliseert, maar de opmars van de rente-opslag – de spread – van Italiaans staatspapier boven dat van Duitse. Gisteren steeg het rendement op Italiaanse obligaties met een looptijd van tien jaar tot bijna 3 procent. Reden was dat er zo veel Italiaanse obligaties op de markt werden gegooid dat de koers daalde.

Aan de andere kant was er een enorme vraag naar Duits staatspapier, waarvan de koersen stegen en het rendement daalde tot 0,3 procent. Op twee jaar lopende Duitse obligaties geldt zelfs een negatieve rente van -0,6 procent.

Een spread van 2,7 procentpunten (270 basispunten) moet de mensen in Brussel en Frankfurt zorgen baren. De komende maanden is deze spread de beste barometer voor de uitslag van de Italiaanse verkiezingen. Telkens wanneer winst van de eurosceptische partijen waarschijnlijker lijkt, zal de spread stijgen. Bovendien kost hij geld. De Italiaanse staat zal voor het herfinancieren van delen van zijn gigaschuld van 1.900 miljard euro (oftewel 132procent van het bbp) steeds hogere rentes moeten betalen. En Italië is van alle eurozonelanden nu al 3,2 procent van het bbp aan rentebetalingen kwijt.

Zes jaar geleden hebben de EU en ECB al voor hetzelfde dilemma gestaan. Voor de zomer van 2012 steeg het rendement op Italiaans staatspapier zelfs tot boven de 7 procent en was de spread meer dan 5 procent. Beleggers verkochten in enkele maanden voor 200 miljard euro aan Italiaans staatspapier.

En masse voorspelden economen op grond van deze kapitaalvlucht het einde van de monetaire unie. De situatie werd destijds gered door ECB-president Draghi, die op 26 juli 2012 in Londen zei dat de euro zou worden gered ‘whatever it takes’, en zijn woorden kracht bijzette met een opkoopprogramma van Italiaanse staatsobligaties. Inmiddels hebben de Europese centrale banken eenvijfde van de Italiaanse schuld op de eigen balans staan.

Technisch gezien zouden de ECB en centrale banken de hele schuld kunnen opkopen; politiek lijkt dat onhaalbaar. Volgens de nieuwe regelgeving mag dat ook alleen gebeuren als Italië financieel orde op zaken zal stellen en dat lijken de populisten niet van plan te zijn.

Wat de populisten nog niet beseffen is dat met het uiteenvallen van Europa ook, zoals in de Middeleeuwen, Italië zelf uiteen kan vallen.

Hopelijk hoeft dan niet duizend jaar te worden gewacht op een renaissance.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.