Investeer niet in waterput: geef arme mensen direct geld

In plaats van miljoenen te investeren in waterputten kun je arme mensen en bedrijven beter direct geld geven, heeft de Wereldbank ontdekt. In Nigeria varen ondernemingen er wel bij.

Mensen weten best zelf hoe ze uit de armoede moeten komen, al ontbreekt het ze aan middelen. Beeld epa

Het klinkt gek: miljoenen dollars uitdelen aan een stel willekeurige Nigeriaanse ondernemers. En dan maar zien wat ervan komt. Gek of niet, de Wereldbank deed het in 2011 en heeft er nog altijd geen spijt van. In totaal gaf de bank 60 miljoen dollar (ruim 54 miljoen euro) weg aan 1.200 ondernemers, onderzoekers volgden het experiment drie jaar lang. Onlangs werden de eerste resultaten gepubliceerd. Met het geld zijn honderden nieuwe bedrijven opgericht en ruim zevenduizend extra banen gecreëerd.

Het gebeurt steeds vaker: in plaats van miljoenen te spenderen aan de aanleg van wegen, het bouwen van waterputten of het opzetten van dure onderwijsprogramma's, geven ontwikkelingsorganisaties direct geld weg. Dat leidt tot verrassend goede resultaten. 'Uit meerdere studies blijkt dat direct geld geven behoorlijk effectief kan zijn', zegt Peter Lanjouw, ontwikkelingseconoom aan de Vrije Universiteit en oud-medewerker van de Wereldbank.

Lange tijd bepaalden ontwikkelingsorganisaties zelf waar het geld aan werd uitgegeven, zij hadden er immers verstand van. Geef een man een vis en hij heeft eten voor een dag, was de heersende gedachte, leer hem vissen en hij heeft eten voor de rest van zijn leven. De laatste jaren begint dat beeld te kantelen. Mensen weten misschien zelf het best hoe ze uit de armoede kunnen komen, alleen ontbreekt het ze aan de middelen. Geef een man een vis en hij heeft eten voor een dag, geef een man geld en hij koopt een hengel, als het ware.

GiveDirectly

Een bekend succesverhaal is de Amerikaanse organisatie GiveDirectly, die cash uitdeelt onder de allerarmsten in Kenia en Oeganda. Aan de schenking zijn geen voorwaarden verbonden. Als de ontvangers hun geld willen spenderen aan drank en drugs is dat prima, maar de ervaring leert dat de meeste mensen het anders aanpakken. Zij benutten het geld om hun leven structureel te verbeteren. Uit een onderzoek in 2013 naar Oegandezen die een paar honderd dollar van de organisatie hadden gekregen, bleek dat hun inkomen twee jaar later met bijna 50 procent was toegenomen ten opzichte van mensen die niks hadden ontvangen.

Nieuw aan het experiment van de Wereldbank in Nigeria is dat het geld niet werd gegeven aan de allerarmsten, maar aan beginnende bedrijven en ondernemers met een plan. Lanjouw: 'Het uitgangspunt is dat er in ontwikkelingslanden heel weinig bedrijven zijn die meer dan tien werknemers hebben.' Ter vergelijking: in de VS telt een modaal bedrijf 45 werknemers. In Nigeria is de typische bedrijfsvorm een eenmanszaak. 'En die houden het vaak niet lang vol.'

Banen scheppen

De Wereldbank wilde proberen of het kleine ondernemers kon helpen groter te worden om daarmee niet alleen de economie te stimuleren, maar ook banen te scheppen. In 2011 organiseerde de bank daarom samen met de Nigeriaanse regering YouWiN! een wedstrijd voor jongeren met een bedrijfsplan. Ook bestaande bedrijven met uitbreidingsplannen waren welkom. Van de 24 duizend aanmeldingen kregen de 480 beste ideeën ieder gemiddeld 50 duizend dollar. Uit de groep semifinalisten werden via een loterij nog eens 720 winnaars geselecteerd, die ook gemiddeld een halve ton kregen. Op deze manier konden de onderzoekers het effect van de schenking afzetten tegen een controlegroep: de verliezers van de loterij.

Drie jaar later bleek dat 93 procent van de start-ups die geld hadden gewonnen nog altijd bestond, vergeleken met 54 procent van de ondernemers die het geld misliepen. De winnende bedrijven waren bovendien groter: ruim een op de drie had na drie jaar minimaal tien werknemers in dienst, bij de controlegroep was dat een op de tien.

In totaal waren de start-ups die geld hadden gekregen goed voor 7.027 nieuwe banen. Per baan kostte het de Wereldbank daarmee ruim 8.000 dollar (meer dan 7.000 euro). Met een gemiddeld maandloon van minder dan 150 dollar (ongeveer 130 euro) lijkt dat een dure grap. Toch is het een koopje, zegt Ton Dietz, hoogleraar Afrika studies aan de Universiteit Leiden. 'Als je nagaat hoeveel geld er is gestoken in grootschalige landbouw- en irrigatieprojecten in Kenia en Ethiopië die werk moesten opleveren, weet ik zeker dat je hiermee uiteindelijk veel goedkoper uit bent.' Volgens cijfers van de Wereldbank kost het creëren van werk in ontwikkelingslanden al gauw 11- tot 80 duizend dollar per baan.

Gemengde ontvangst

Toch is niet iedereen even enthousiast over het experiment in Nigeria. 'We moeten het succes niet overdrijven', zegt universitair docent ontwikkelingseconomie Natascha Wagner. 'Het is maar de vraag of dit op grote schaal gaat werken. Er zullen altijd ondernemers zijn die er met het geld vandoor gaan.' Bovendien steunt het programma volgens haar alleen de elite: de ondernemers zijn hoogopgeleid en ook de banen zijn middenklassebanen. 'Dit is een goed idee voor een kleine groep mensen, het is niet de oplossing voor alle armoedeproblemen.'

Het is volgens Wagner überhaupt de vraag of een zak geld geven altijd de beste oplossing is. 'De onderzoeken naar dit soort experimenten geven een gemengd beeld. Het kan goed werken, maar het heeft niet altijd nut.' Zo gaven Amerikaanse onderzoekers een paar jaar geleden 200 dollar cash aan daklozen en drugsdealers in Liberia. Het geld werd niet verspild: de mannen besteedden het aan eten, kleding en onderdak. Maar een jaar later waren ze terug bij af: geld alleen bleek niet genoeg om ze definitief uit de armoede te trekken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden