Indonesië in wurggreep van voedselcrisis

Op de kleine markt van de volksbuurt ‘Blok A’ wordt de zwaar gesubsidieerde arme-mensen-rijst al voor meer dan 4 duizend roepia per liter verkocht....

‘Vorig jaar kostte een kilo nog drieduizend’, zegt de vrouw. De prijsverhoging van 25 procent is niet de enige die zij moet dragen. Bakolie kostte een jaar geleden 2.500 roepia, en nu 8.000 per liter, vertelt ze, meer dan drie keer zo veel. Gas is duurder en de prijzen van zeep en al die andere zaken die je niet kunt missen, volgen. Alles gaat omhoog, behalve haar inkomen van nog geen twee euro per dag.

De wereldwijde voedselcrisis krijgt ook Indonesië langzaam in haar wurggreep. Met subsidies en prijscontroles probeert het land al jaren de prijzen van eerste levensbehoeften laag te houden. Volgens de Wereldbank zullen daardoor de gevolgen van de voedselcrisis in Indonesië nog meevallen, maar ondanks deze opwekkende woorden wordt het leven voor tientallen miljoenen Indonesiërs langzaam maar zeker onbetaalbaar.

Het Indonesische subsidiebeleid wordt aan alle kanten bedreigd, niet alleen uit het buitenland. Het subsidiëren van brandstof bijvoorbeeld, is een te zware belasting geworden voor het nationale budget. Dat komt niet alleen doordat de olieprijzen op de wereldmarkt de pan uit rijzen, maar ook doordat Indonesië zijn eigen, enorme olievoorraden verkwanselt. Er is olie genoeg, maar de productie stagneert, en Indonesië kan daardoor niet eens meer aan zijn binnenlandse vraag voldoen.

Het is daarom zelfs onlangs uit de OPEC gestapt, de organisatie van olie-exporterende landen. Het exporteert niet meer, maar moet importeren. Om de gestegen olieprijzen te kunnen betalen sneed de regering vorige maand drastisch in de subsidie op de brandstofprijzen, die daardoor in één klap 30 procent hoger werden.

Critici, zoals ex-minister van Economische Zaken en van Financiën Rizal Ramli, wijten de problemen niet aan de gestegen olieprijzen maar aan falende planning, corruptie, incompetentie en slordigheid bij de staatsoliemaatschappij Pertamina. Ramli: ‘De productie is met 300 duizend vaten per dag gedaald. Dát is het probleem waar Indonesië mee kampt, niet de prijs op de wereldmarkt.’

Ook het beheersen van de prijs van andere eerste levensbehoeften is op termijn volgens Ramli niet te handhaven: ‘De regering kan de prijzen van de eerste levensbehoeften niet stabiliseren. Wij importeren maïs, soja en zout en die prijzen hebben wij niet in de hand. Maar zelfs de prijs van bakolie gaat drastisch omhoog, en dat is ironisch, als je bedenkt dat Indonesië de tweede exporteur van die olie ter wereld is.’

Een soja-crisis is de eerste voorbode geweest van wat Indonesië te wachten kan staan. Onlangs stortte de soja-markt in, doordat soja-boeren in de VS massaal overstapten op gewassen voor de lucratievere biobrandstofmarkt. De prijs van tofu en tempeh verdubbelde en bleef stijgen, zodat ook dit goedkope alternatief voor vlees voor arme Indonesiërs onbetaalbaar werd.

Om ten minste de prijs van het belangrijkste volksvoedsel, rijst, onder controle te kunnen houden, heeft Indonesië in mei een exportverbod ingesteld. Net als aan olie dreigt ook een tekort aan rijst, doordat de productie de vraag niet meer kan bijhouden. Van een ambitieus plan uit 2006 om het productie-areaal met 10 duizend vierkante kilometer uit te breiden, is amper 5 procent gerealiseerd, en als de oogst een beetje tegenvalt, zal Indonesië rijst moeten importeren, op een wereldmarkt waar de prijzen twee keer zo hoog zijn als in Indonesië.

De prijzen in Indonesië worden min of meer stabiel gehouden door het staatsinkoop-orgaan Bulog, dat jaarlijks een gigantische voorraad rijst opkoopt, deels voor de goedkope ‘rijst voor de armen’ en deels om de marktprijs te beïnvloeden. De vrije markt kan echter volgens Ramli ook niet tot in het oneindige worden beheerst. De recente prijsstijgingen bewijzen dat, en er is meer op komst: ‘Indonesische rijst kost nu de helft van rijst op de internationale markt. Met zulke prijsverschillen houd je de rijst niet in eigen land. Zeker niet in Indonesië, waar de grenzen zo poreus zijn als wat.’

Cijfers worden opgepoetst en van een afstand, op macroniveau ziet het er allemaal heel mooi uit, zegt Ramli. Volgens de Wereldbank bijvoorbeeld, gaat het relatief goed in Indonesië. Joachim von Amsberg, de directeur van de Wereldbank in Indonesië, prijst de prijspolitiek en de subsidies van het land. De wereldwijde voedselcrisis, de ‘stille tsunami’, zal hier dank zij deze prijspolitiek, voorspelt hij, veel minder hard aankomen dan in andere landen.

Ramli haalt zijn schouders op voor het positivisme van de Wereldbank: ‘Het is maar hoe je telt. Voor de kleine elite van 20 procent van de bevolking is alles nog wel in orde, en als je die als maatstaf neemt, is er niets aan de hand. Inflatie bijvoorbeeld wordt hier vastgesteld op basis van het inkomen van de kleine middenklasse. Die besteedt 9 procent van haar inkomen aan rijst en bakolie. De armere Indonesiërs – en dat zijn er veel en veel meer _ besteden echter 27 procent van hun inkomen aan eten. Voor die mensen is de inflatie niet de 10 of 12 procent die de regering meldt, maar het dubbele daarvan, of zelfs meer.’

De verhoging van de brandstofprijzen was voor Indonesië een angstig moment. Drastische prijsverhogingen liggen hier gevoelig. Dictator Soeharto is in 1998 ten val gekomen toen Indonesiërs massaal de straat op gingen uit protest tegen prijsverhogingen. Megawati Soekarnoputri trok onder haar presidentschap haastig een besluit tot verhoging van de brandstofprijzen in, toen massaprotesten werden aangekondigd. De huidige president, Susilo Bambang Yudhoyono, zegt de subsidie niet langer te kunnen opbrengen, en verhoogde, na lang aarzelen, de prijzen met 30 procent.

De gevreesde protesten daartegen zijn tot nu toe uitgebleven maar de onvrede onder de bevolking is voelbaar. Om die wat te dempen, deelt de regering contant geld uit aan de allerarmsten. Die krijgen elke maand 100 duizend roepia (7 euro) om de gestegen kosten op te vangen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden