India’s trots is zuinige tweepitter

Er is een nieuwe autorace gaande, die veel westerse consumenten vooralsnog ontgaat. Maar lang kan dat niet duren. Het is de race naar het laagste prijskaartje in de showroom....

De race naar de onderkant van de automarkt zal westerse consumenten niet lang koud laten. In de eerste plaats tonen ook consumenten in rijke landen nu al belangstelling voor goedkope auto’s. Dat heeft veel te maken met de kwaliteit ervan.

Zo bleek tot verrassing van Renault de in Roemenië gebouwde middenklasser Dacia Logan (in 2004 in de markt gezet voor 7.200 euro) in West-Europa zeker zo’n grote hit als in Oost-Europa, waarvoor de auto oorspronkelijk werd ontwikkeld. Van de no-nonsense-auto zijn al ruim 450 duizend exemplaren verkocht, in ruim vijftig landen.

Renault-topman Carlos Ghosn erkent dat de grote westerse autofabrikanten te hoog mikken: ‘De grootste zwakte van internationale autoproducenten is dat ze veelal niet in staat zijn een auto af te leveren die voldoet aan de basale behoeften tegen een lage prijs. In China en India lukt ze dat wel.’ De Logan wordt inmiddels ook in samenwerking met de Indiase fabrikant Mahindra in Bombay gebouwd.

Ook op een ander vlak merken automobilisten in Europa en Amerika dat autobedrijven volop werken aan goedkope auto’s. Bijna alle grote fabrikanten hebben inmiddels fabrieken in lagelonenlanden of werken samen met autobedrijven in landen als Turkije, Rusland, Polen, India, Korea of China.

De jacht op de basale, goedkope auto kan voor de auto-industrie doen wat RyanAir en Easyjet voor de luchtvaart hebben betekend. Tot nog toe hebben alle grote producenten een zogenoemde ‘wereldauto’ aangekondigd. Door te snijden in luxe, door onderdelen slim te ontwerpen en de auto’s in lagelonenlanden te bouwen denken ook Volkswagen, Fiat, Toyota en Peugeot Logan-concurrenten op de markt te kunnen brengen.

De belofte van de Indiase tycoon Ratan Tata dat hij India een 2.500-dollar-auto zou schenken, werd door veel westerse autobedrijven met hoongelach ontvangen. ‘Het zal wel een fiets op vier wielen worden’, werd er geschamperd.

Het lachen is hun inmiddels vergaan. De goedkoopste auto ter wereld zal in de tweede helft van dit jaar in de showroom verschijnen. Het is een kleintje van 3,10 meter lang, anderhalve meter breed en 1,60 meter hoog; ietsje langer dan een Smart fortwo. Het uiterlijk zal geen prijswinnaar zijn: het houdt het midden tussen een Chevrolet Matiz en een brommobiel, maar in tegenstelling tot de Smart kunnen er vier – en met een beetje proppen vijf – personen in plaatsnemen.

De motor is een moderne 2-cilinder benzine-injectiemotor met een inhoud van 624 cc. Volgens de fabrikant heeft de auto een gemiddeld verbruik van 4,4 liter benzine op 100 kilometer, ofwel 1 op 22 (stad) tot 1 op 26 (snelweg).

De Indiase Nobelprijswinnaar Rajendra Pachauri, leider van de VN-onderzoekscommissie naar klimaatverandering, is bezorgd over de vervuiling die de geplande 500 duizend Nano’s zullen veroorzaken: ‘Over de komst van deze auto heb ik nachtmerries. We worden hier ook steeds meer afhankelijk van auto’s.’ Andere critici wijzen op de toename van de verkeersdrukte, ongelukken, files en vervuiling.

Ratan Tata weerspreekt die kritiek. De auto zou voldoen aan alle Indiase emissie-eisen, alsmede aan de Euro-4-norm: ‘De auto vervuilt minder dan alle motorrijders nu. Voor ons is het een belangrijke stap en ik hoop hiermee een bijdrage te leveren aan de economie van India.’

De Nano, deels opgetrokken uit gelijmde kunststofdelen, maar met een metalen huid, ontbeert alle luxe: hij heeft geen radio, geen airconditioning, geen elektrisch bedienbare ramen en maar één ruitenwisser. De bagageruimte is voorin en biedt ruimte aan één koffer.

Hoewel de auto de komende jaren alleen wordt geleverd voor de thuismarkt, bestudeert Tata mogelijkheden om de wagen te exporteren naar Afrika, Latijns-Amerika en andere landen in Azië.

Aan potentiële klanten is daar geen gebrek. Honderden miljoenen wereldburgers hebben een auto boven aan hun verlanglijstje staan, zodra de economische omstandigheden dat toelaten. Onderzoekers van het adviesbureau Roland Berger becijferen de markt voor auto’s onder de 10 duizend dollar op 18 miljoen stuks in 2012.

Officieel kost de Tata’s trots 100 duizend roepies, maar analisten schatten dat klanten straks zo’n 20 tot 30 procent meer gaan betalen, met dank aan diverse belastingen en andere toeslagen.

Dat is een ergernis die de armste autokopers ter wereld gemeen hebben met de rijkste. Volgens een woordvoerder van Fiat – onder meer in een joint venture met Tata – is de kloof tussen auto’s voor het Westen en de vervoermiddelen voor de armere regio’s niet zo groot als hij lijkt.

De prijs van de in Polen gebouwde Fiat Panda, een volwassen auto voorzien van elektrische luxe en veiligheidsvoorzieningen als airbags, kreukelzones en abs-remmen, bedraagt 8.500 dollar (5.800 euro). Zonder belastingen. De Panda zou daarmee dicht tegen de toptien van goedkoopste auto’s ter wereld schurken.

De Indiase tycoon Ratan Tata presenteert donderdag in New Delhi het nieuwste product van fabrikant Tata Motors: de vierdeurs Nano - de goedkoopste auto ter wereld. (EPA)Beeld EPA
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden