India groeit wel maar innoveert amper

De economie van India groeit gestaag, maar toch schort er iets aan. Waarom heeft het land geen bedrijven als Google en Apple voortgebracht?...

Door Vikas Bajaj

In de Verenigde Staten en Europa zijn mensen bang dat hun goedbetaalde banen worden verscheept naar India. Inwoners van India hebben echter hun eigen angsten. Zij vrezen dat India in de komende decennia de lage-kostensatelliet van het Westen zal blijven, terwijl ze lange tijd hoopten dat het land of althans bepaalde stedelijke conglomeraties zich zouden ontwikkelen tot een Silicon Valley.

De rest van de wereld mag India bewonderen om de ontwikkelingen die het de afgelopen decennia heeft doorgemaakt, maar veel Indiërs zijn teleurgesteld dat het land zich niet sneller heeft ontwikkeld dan het nu al doet. Waarom heeft India nog geen bedrijven als Google of Apple voortgebracht, vragen velen zich af.

Hoewel innovatie lastig te meten is, blijkt uit meerdere wetenschappelijke onderzoeken dat India de potentie heeft om de ‘producten van de toekomst’ te ontwerpen, maar dat het daar tot op heden nog niet in is geslaagd. De feiten spreken boekdelen: Indiërs hebben half zo veel Amerikaanse patenten op hun naam als bijvoorbeeld mensen en bedrijven in China en Israël. De uitgaven van de Indiase regering aan onderzoek en ontwikkeling blijven ver achter bij andere landen en ook durfkapitalisten investeren veel minder in India dan in andere landen.

‘Als in Silicon Valley en India hetzelfde idee wordt bedacht, zal dat het daar wel halen en hier niet’, zegt Nadathur Raghavan, investeerder in start-ups en bestuursvoorzitter en oprichter van Infosys, een van de grootste technologiebedrijven die India heeft voortgebracht. Volgens hem blijft het land achter op het gebied van technologische ontwikkelingen door kenmerken van het land en zijn cultuur. Investeren in niet-bewezen technologieën wordt door het financiële systeem van het land niet gestimuleerd, het onderwijssysteem legt de nadruk op leren in plaats van op het oplossen van problemen en Indiërs kijken neer op mislukking en onconventionele carrièrekeuzes.

Sujai Karampuri, een ondernemer uit Bangalore, weet daar alles van. Zijn bedrijf, Sloka Telecom, ontwierp prijswinnende radiosystemen die kleiner, goedkoper en flexibeler zijn dan degene die telecombedrijven wereldwijd gebruiken. Hoewel grote multinationals zijn spullen kopen, lukt het Karampuri niet om investeerders uit zijn land te interesseren voor zijn bedrijf. Sinds hij zijn bedrijf vijf jaar geleden oprichtte, heeft hij het draaiende gehouden met 1 miljoen dollar die vrienden en kennissen bereid waren te investeren.

‘Ik heb overwogen mijn bedrijf naar de Verenigde Staten te verhuizen om dichter bij investeerders te zitten’, aldus Karampuri. ‘Elke maand opnieuw moet ik dezelfde afweging maken: gebruik ik mijn laatste geld om alle salarissen in een keer te betalen of om te investeren in productontwikkeling.’

Bedrijven als Sloka Telecom zijn volgens analisten van groot belang voor de economie van het land, omdat ze in de komende jaren meer werkgelegenheid zullen genereren en harder zullen groeien dan reeds gevestigde partijen.

Volgens Anand Mahindra, directeur van zakelijk dienstverlener Mahindra & Mahindra, ligt de oorzaak van de problemen voor een deel in het systeem van centrale planning dat India optuigde na de onafhankelijkheid van de Britten in 1947. ‘We werden een economie waar expansie werd ontmoedigd. Over innovatie ging het überhaupt niet en op het creëren van rijkdom werd enorm neergekeken.’

Pas met de keuze voor de vrije markt in 1980 en na een financiële crisis in het land in 1991 begonnen het land en de technologie zich te ontwikkelen. Bedrijven als Infosys en Wipro ontstonden en richtten zich primair op het leveren van diensten en producten aan Amerikaanse en Europese bedrijven.

Toch oefent de overheid nog veel controle uit, zegt Rishikesha Krishnan, hoogleraar aan het Indian Institute of Management in Bangalor. ‘Een bedrijf in de dienstverlening beginnen kost je drie dagen, maar als je iets wilt gaan produceren, heb je opeens honderden ambtenaren op je dak en stuit je op een enorme berg regeltjes.’

Biotechbedrijf Cellworks had daarnaast grote moeite geld te vinden. Het bedrijf maakte vorig jaar een ronde langs investeerders zowel in India als in het buitenland. Uiteindelijk haalde het alleen in de VS geld op. Volgens directeur Taher Abbasi ontbrak het bij investeerders uit zijn eigen land simpelweg aan de kennis om zijn bedrijf op waarde te kunnen schatten. Inmiddels heeft Cellworks zijn hoofdkantoor geopend in San Jose, Silicon Valley.

Toch is er hoop voor innovatie in India. Steeds meer mensen zien het probleem. Een groep die zich Mumbai Angels noemt, houdt sinds kort regelmatig zaterdagsessies, waar ondernemers hun ideeën kunnen presenteren aan de rijke investeerders. Inmiddels hebben leden van de groep in twintig jonge bedrijven uit eigen land geïnvesteerd.

Een ander voorbeeld is Narayana Murthy, bestuursvoorzitter van Infosys. Hij verkocht onlangs aandelen van zijn bedrijf ter waarde van 38 miljoen dollar en stak al dat geld in een eigen vehikel dat investeert in jonge veelbelovende bedrijven.

Volgens Vivek Wadhwa, die al meerdere technologiebedrijven oprichtte, is het klimaat voor innovatie de afgelopen jaren al sterk verbeterd. En hij heeft reden aan te nemen dat het alleen maar vooruitgaat.

Wadwha wijst op het Amerikaanse bedrijf General Electric dat in India samenwerkt met duizenden Indiërs die zich bezighouden met ontwikkeling en onderzoek voor het bedrijf. ‘Al die mensen zullen over een paar jaar hun vleugels uitslaan in India. Dan zullen zij samen met ondernemers die hier hebben ‘gefaald’ succesvolle nieuwe bedrijven oprichten.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden