In IJsland broeit de lente

Een zware financiële crisis werkt doorgaans erg stimulerend voor revolutionaire gevoelens. Ook in IJsland. In Reykjavik bruist het, en zeggen mensen voor het eerst hardop dat alles anders moet, al verschillen de meningen over de richting waarin het nieuwe IJsland zich moet ontwikkelen....

Gudjon Gudjonsson (37) trok eind maart 2009 de stoute schoenen aan. Hij besloot een brief te schrijven aan de leiders van de machtigste landen in de wereld, de G20, die bijeenkwamen in Londen. Kon het noodlijdende IJsland niet een laboratorium worden voor de hele wereld? Was het geen briljant plan om op IJsland net zo lang proeven uit te voeren totdat we het eindelijk gevonden zouden hebben: dé oplossing voor een betere en vooral meer duurzame samenleving.

‘IJsland is de afgelopen jaren een laboratorium geweest voor alle foute dingen’, zegt Gudjonsson (wipneus, diepliggende ogen) in een café in Reykjavik. ‘De komende jaren willen we een laboratorium zijn voor goede dingen. We willen een rolmodel worden voor de grote landen.’

Het voorstel van Gudjonsson werd niet officieel aangenomen, maar dat heeft hem er niet van weerhouden alvast te beginnen. Met zijn ministerie van Ideeën is hij volop plannen aan het ontwikkelen die in IJsland moeten worden getest. ‘Onze economie is geïsoleerd, dat is een fantastisch beginpunt. Bovendien hebben we de juiste schaal. Het is hier bijvoorbeeld relatief eenvoudig om alle bussen te laten rijden op elektriciteit, probeer dat maar eens in Amsterdam te doen.’

Achter het café, op het plein voor het parlementsgebouw, wordt zoals elke zaterdag gedemonstreerd tegen het Icesave-akkoord en voor een menswaardiger bestaan, maar Gudjonsson zal je daar niet zien. ‘Er zijn effectievere manieren om je doel te bereiken.’ Hij is geen politicus, maar ondernemer – hij heeft een hele rij van succesvolle ICT-bedrijven opgericht – en zo redeneert hij ook. ‘Onze filosofie is dat een crisis de moeder van innovatie is. Je moet het zo zien: het besturingssysteem van de wereldcomputer heeft gefaald, wij bouwen een nieuw systeem. We willen de beste duurzame energie, het beste geldstelsel en de beste democratie ontwikkelen.’

Met dat laatste is hij alvast begonnen. Afgelopen november vroeg hij 1.400 IJslanders mee te doen aan Thodfundur, een nationaal parlement. De deelnemers werd gevraagd weer helemaal bij het begin te beginnen: wat wilden ze samen eigenlijk bereiken? Wat voor maatschappij wilden ze bouwen? Dit was een van de uitkomsten: ‘Een rechtvaardige samenleving zonder armoede, gebaseerd op voorspoed en gelijkheid, waar mensenrechten worden gerespecteerd, iedereen meedoet en het individu de kans heeft om te stralen.’

Franse Revolutie
Met een beetje fantasie kun je hierin een nieuw Liberté, Egalité, Fraternité horen, de lokroep van de Franse Revolutie. Maar de tegenstanders oordeelden vernietigend: ‘Open de deuren naar de buitenwereld!’ Volgens Gudjonsson gaan ze daarmee voorbij aan het echte resultaat: 1.400 IJslanders hadden ineens weer heel veel zin om samen aan een mooi land te bouwen, en dat is volgens hem het belangrijkst. ‘Dit jaar gaan we weer 1.400 landgenoten bij elkaar brengen.’

Gudjonsson is er heilig van overtuigd dat het instituut democratie nodig aan vernieuwing toe is. ‘Het is onvoorstelbaar dat het systeem al ruim een eeuw overeind is gebleven terwijl de rest van de wereld in een steeds sneller tempo verandert. Waarom zouden we nog afgevaardigden kiezen als het dankzij de technologische vooruitgang doodeenvoudig is geworden direct je invloed te laten gelden?’

Hij heeft met zijn kompanen alvast een schaduwparlement opgetuigd, waar IJslanders kunnen stemmen of commentaar kunnen leveren op beslissingen die in het echte parlement worden genomen. Het schaduwparlement maakt ook nieuwe wetten, zoals onlangs een wet voor onbeperkte journalistieke vrijheid. Een journalist kan volgens die wet nooit worden aangeklaagd. IJsland hoopt hierdoor een vrijhaven te worden voor journalisten van over de hele wereld, zoals het ooit een vrijhaven was voor internationaal kapitaal. Inmiddels ligt de wet bij het parlement.

Gudjonsson is niet de enige IJslander met revolutionaire ideeën. Een zware financiële crisis blijkt enorm stimulerend te werken voor de revolutionaire gevoelens. Dat was al zo in 1789, toen een bankroet van het Franse koningshuis de Franse Revolutie inluidde, en dat is nog steeds zo. Overal in Reykjavik bruist en bubbelt het.

Direct na het uitbreken van de crisis in de winter van 2008/2009 gingen IJslanders al massaal de straat op om de regering tot aftreden te dwingen. Ze namen hun potten en pannen mee om zo veel mogelijk lawaai te maken. Op het eerste gezicht geen al te imposante actiemiddelen, maar wel voor IJsland. Op dit eiland waar iedereen elkaar kent, durfde men zich tot op dat moment niet al te luid uit te spreken. Luidkeelse protesten waren not done.

De potten- en pannenrevolutie, zoals hij ook officieel de geschiedenis inging, mondde slechts uit in een beschaafde beweging naar links. De Onafhankelijkheidspartij die het land decennialang had bestuurd en de vrije markt alle ruimte had gegeven, maakte plaats voor een coalitie van de sociaal-democraten en GroenLinks. Veel revolutionaire IJslanders hadden hun hoop gevestigd op Steingrimur Sigfusson, de voorman van GroenLinks, die beloofd had de banken te nationaliseren en het IMF met zijn vrijemarktideologie het land uit te gooien.

Eenmaal in de regering – als minister van Financiën, draaide hij op alle punten bij. Twee van de drie grootste banken – en daarmee het grootste deel van het IJslandse bedrijfsleven – kwamen in handen van buitenlandse hedgefondsen. Sigfusson vroeg het IMF zelfs langer te blijven en de besprekingen met de EU werden in versneld tempo doorgezet. Weg revolutie. In de politiek, althans. Daarbuiten gist het gewoon door.

Linkervleugel
Er zijn a-politieke ondernemers, zoals Gudjonsson, die de beste samenleving op aarde willen maken, zoals je ook de beste internetsite of de beste software kunt bouwen. Er is een linkervleugel, die de schuld van de crisis bij het grootkapitaal legt en een nieuw systeem eist en daarbij vooral veel verwacht van het communisme – in een nieuw jasje, dat wel. En er is een ook een populistische beweging: de Citizen’s Movement. Die haalde bij de laatste verkiezingen in één klap 7,2 procent van de stemmen. Het is wel een bijzondere populistische beweging. Zo ontbeert ze – uit principe – een leider, en heeft ze bovendien een hoge dunk van kunst. De parlementsleden zijn dichter, filmregisseur of uitgever.

Thorfinn Einarsson (36) is van de linkervleugel. Hij is werkloos, gescheiden en kampt sindsdien met een groot schuldenlast. Niettemin is hij heel gelukkig. Hij heeft de bank een jaar geleden laten weten dat hij niets meer betaalt, leeft van een uitkering waarvan hij prima rond kan komen en geniet zoals hij het zelf zegt ‘enorm van De Strijd’. ‘Ik zou alles opofferen in het gevecht tegen dit systeem.’

Vandaag staat hij met een kinderwagen met twee huilende baby’s in de stromende regen voor een sprookjesachtige villa. Het gebouw is eigendom van Björgólfur Thór Björgólfsson, een van de Vikingen – de geuzennaam voor de ondernemers die de afgelopen jaren vele bedrijven in binnen- en buitenland hebben overgenomen en het land met een enorme schuld opzadelden.

Einarsson en enkele zielsverwanten houden een symbolische veiling, waarbij het volk van IJsland de villa terugkoopt. De opkomst valt tegen, maar dat komt volgens een van de aanwezigen doordat de media door de Vikingen worden beheerst en het evenement dus hebben geboycot.

Andri Snaer Magnason, een van IJslands beroemdste schrijvers en denkers, is iets minder radicaal. Hij werkt nu aan een theaterstuk, waarmee hij een poging doet de financiële ondergang van IJsland een plek te geven. In het stuk neemt een therapeut vier IJslanders onder handen.

Een van hen is een vrouw die dronken wordt tijdens de zomerfeesten en in haar slaap wordt verkracht. Zij mag symbool staan voor hetgeen IJsland heeft doorgemaakt. Vervolgens speelt Magnason een spel waarin zij die onschuldig lijken, schuldig worden, en andersom. Verwacht van hem dus geen eenvoudige antwoorden.

In 2006 publiceerde Magnason Draumalandid: Sjálfshjálparbók handa hræddri þjóð later in het Engels vertaald als Dreamland: a Self-Help Manual for a frightned Nation. Hij verkocht er 18 duizend exemplaren van. Omgerekend naar Nederlandse dimensies zouden dat er 900 duizend zijn geweest. Hij ontleedt in zijn boek het angstige economisch denken in IJsland, en laat zien tot wat voor ridicule beslissingen dat kan leiden, zoals de aanleg van enorme stuwdammen in ongerepte natuurgebieden. Ze dienen alleen maar om buitenlandse aluminiumbedrijven van goedkope energie te voorzien.

Hij had gehoopt dat dit denken door de crisis een gevoelige dreun zou krijgen. Hij had zijn hoop gevestigd op de coöperatie. Bedrijven zouden na de crisis niet langer in handen van kapitalisten zijn, maar van werknemers, die democratisch zouden besluiten wat er moest gebeuren. Dat is er niet van gekomen. Integendeel. De meeste IJslandse bedrijven zijn failliet gegaan en eigendom geworden van de banken, die op hun beurt in handen zijn gevallen van gewetenloze hedgefondsen.

Het kapitalisme floreert als nooit tevoren. De Vikingen die hun bedrijven failliet zagen gaan, keren langzaam terug om diezelfde bedrijven, nu schuldenvrij, voor een spotprijs terug te kopen. ‘Ons denken is hier zo doordrenkt van het libertaire gedachtegoed, waarbij de markt alle ruimte moet krijgen’, zegt Magnason. ‘We hebben niet voldoende intellectuele kracht om iets nieuws te bedenken.’

Van de vakbonden valt ook niet veel te verwachten. ‘Zij zijn eigenaar van de pensioenfondsen en willen dus vooral dat kapitaal; zo veel mogelijk rendement oplevert. Het enige wat zij zeggen is: we moeten nog een aluminiumsmelter bouwen.’

Magnason heeft zijn hoop vooral gevestigd op ondernemers à la Gudjonsson. Mensen die vanuit de resten van de omgevallen economie nieuwe samenwerkingsverbanden smeden. Of groepjes IJslanders die op internet hun krachten bundelen. ‘Er gebeuren heel veel interessante dingen. Maar het is nog niet genoeg. De oude elite is zichzelf alweer aan het herstellen. We hebben meer kracht nodig.’

Machtsafkeer
Dat vindt ook Petúr Gunnlaugsson. Deze advocaat op leeftijd runt met zijn partner Radio Saga, het enige echt onafhankelijke medium van IJsland. Hij loopt op sloffen, ook buiten in de sneeuw, en zet het raam van zijn gloednieuwe kantoor wagenwijd open, zodat de ijskoude wind lekker naar binnen blaast.

Alle andere kranten, tv- en radiostations worden gecontroleerd door politici of de Vikingen, vertelt hij. De ene krant, Morgunbladid, wordt geleid door David Oddsson. Hij is de voormalige premier en centrale bankpresident, die in de crisis sneuvelde en nu op revanche zint. De andere krant, Frettabladid, is eigendom van Jon Asgeir Johannesson, een van de Vikingen, die ook op revanche zint. Daarnaast is die eigenaar van een aantal radiostations en een tv-zender. En dan is er nog staatsomroep RUV, die volgens Gunnlaugsson braaf het regeringsbeleid verdedigt.

Maar Radio Saga is dus echt onafhankelijk. ‘We willen iedereen de ruimte bieden zijn mening te ventileren, ook al is die heel radicaal. Dat is heel belangrijk.’ Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat wordt er gedebatteerd: over toetreding tot de EU, over de visquota, over Icesave en de Oostenrijkse school van economen.

‘We hebben geen ideologie’ zegt Gunlaugsson. ‘We zijn alleen van mening dat de wensen van het IJslandse volk door de politieke elite worden genegeerd. Die elite verkocht het recht om hier voor de kust te vissen, ze verkocht de banken aan hun vrienden en nu de banken failliet gaan, mag het volk daarvoor opdraaien. De politici zelf hebben nergens last van. Zij houden hun hoge salarissen. De elite durft het volk geen inspraak te geven omdat het gevaarlijk is, want uiteindelijk zal het volk natuurlijk ook hun salarissen en pensioenen verlagen.’

Gunlaugsson heeft een afkeer van iedereen met macht: ‘Wij zijn dus in principe tegen de regering. Of die nu links of rechts is. Dat zijn in mijn ogen volstrekt achterhaalde begrippen.’ De enige relevante tegenstelling is die tussen de regering, de elite, en het volk.

Ook Gunlaugsson is van mening dat de representatieve democratie failliet is. ‘Niet alleen hier. Over de hele wereld. Ook bij jullie. Directe democratie is veel beter. De gewone mensen hebben IJsland opgebouwd van het armste tot het rijkste land van Europa. Maar wat heeft de regering eigenlijk bijgedragen? Waarom zouden we die mensen nog blind vertrouwen?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden